dossier

Festivals

Het Pukkelparcours van Gunter Van Assche - deel twee

18/08/08 08u45
Elbow charmeerde zaterdagnacht met humor maar zorgde ook voor ontroering tijdens een set waarin zowel luide blazers als flamenco weerklonken. (Foto Cia Jansen)
Blood Red Shoes (***, Club) gaat dan wel gebukt onder de eeuwige vergelijkingen met White Stripes (duo man-vrouw, opwindende pokkeherrie), maar live denderde deze trein met beduidend meer gewicht over het publiek dan Jack en Meg White. Zo bleek hun debuut Box of Secrets na een kwartier Pandora-eske vormen aan te nemen: schuimbekkende, woeste gitaren en mitrailleur-drums gingen in de clinch met elkaar voor een manisch publiek, dat niet eens stopte met overkoken tussen de nummers.

Afsluiters 'ADHD' en een genadeloos 'I Wish I Was Someone Better' golden als de absolute hoogtepunten in de set die helaas net een tikkeltje te eenvormig klonk voor een vierde ster. Niettemin: met zo'n beperkte bezetting slaagde het duo er perfect in om een massief en overweldigend geluid neer te poten.

The Whip (****, Dance Hall) komt uit Manchester, en laat het uitgerekend in het bloed van de Mancunians zitten om songs te schrijven die zich rechtstreeks een weg banen naar je hart (Elbow!) of naar je heupen en kruis. The Whip koos voor die laatste tactiek met hun franjeloze, agressieve electrorock. Minimalistische keyboardlijntjes, geselende beats, knipogen naar Kraftwerk en Nine Inch Nails, en een snuifje nu-rave à la Klaxons vormden net als op hun plaat X Marks Destination de hoofdmoot van de show: het resultaat was een bezwerend concert vol bezeten indie-electro.

Alleen de hopeloos uitgerekte versie van 'Black Out', die afklokte op bijna negen minuten, kon slechts matig boeien, maar verder klonk de set nooit minder dan verschroeiend: een nijdig 'Black Ghosts' en 'Trash' bleken achteraf dan ook gespijkerd aan onze hersenschors.

Langer dan een halfuur dansen in de Boiler Room bleek fysiek onmogelijk: de temperatuur in die sauna van krioelende lijven kroop gemakkelijk tegen de vijftig graden aan. Enige reden om net niet van je stokje te gaan: de briljante dj-sets van The Bloody Beetroots en Crookers (****, Boiler Room), twee Italiaanse duo's. Dat laatste bracht een, hoe kon het anders, stomende set vol house, crunk en techno, waarin we onder meer een zenuwzieke remix van The Chemical Brothers ('Salmon Dance') ontwaarden.

Bloody Beetroots maakten voordien zelfs nog iets meer indruk: vliegenmaskers moesten het mysterie achter de twee in stand houden, maar intrigerender vonden we hun beenharde, grofkorrelige set waarin loodzware housebeats en vlijmscherpe techno door de mangel gehaald werden. Zelfs in hartje Alaska hadden deze Beetroots ons nog warm kunnen maken.

"Suicide is in my blood", klonk het somber in 'Space & the Woods', waarmee Late of the Pier (**, Dance Hall) hun set opende. Wij vermoeden evenwel dat er vooral sporen van amfetamines in hun bloedbaan rondwaren: zo hectisch en springerig als Evil Superstars destijds overkwamen, zo grillig klinken ook deze piepjonge honden uit Nottingham. Volslagen waanzin en brutale overgangen maakten songs als 'Focker' en 'Random Firl' harde noten om te kraken, maar de groep slaagde er wel in om je tot aan het einde te fascineren. Helaas bleken de heren nog niet goed ingespeeld op elkaar: daardoor klonken sommige songs érg stuurloos, terwijl de zanger in 'Bathroom Gurgle' plots als een gewond geitje klonk. Niettemin: een band om in de gaten te houden.

Roadburg (***, Wablief) moest het goud op Humo's Rock Rally aan zich laten voorbijgaan, maar wij zijn sindsdien verknocht aan dit stelletje minderjarige Limburgers. Te horen aan de uitzinnige reacties in de Wablief-tent, speelden ze een goed georganiseerde thuismatch, waarbij vinnige gitaren, een hortende saxofoon en weerbarstige popdeuntjes voor een stevige dynamiek zorgden. Aan hun dwaze bindteksten moet hoognodig gesleuteld worden (beginnen met "beste vrienden" klinkt onsterfelijk lullig), maar met onberispelijke oorwurmen als 'Turn the Radio off' en een sound die het midden hield tussen Pavement en Sonic Youth wisten ze ons gemakkelijk een half uur lang te boeien.

Mogelijk de overbodigste act op Pukkelpop was Yelle (*, Dance Hall), die haar stek op de affiche uitsluitend dankte aan de alweer overwaaiende tecktonic-hype. Met 'A Cause des Garçons' schreef ze zowat het themalied van dat genre, wat ook de enige reden was waarom het publiek in dichte drommen afzakte naar de bloedhete Dance Hall om even snel terug te verdwijnen. 'Ce Jeu' kon nog net je aandacht vasthouden, maar Yelle's ultraplatte dansmuziek werd in overbodigheid alleen overtroffen door haar infantiele bindteksten in een ergerlijk Franglais - denk aan het Franse accent van de cast in Allo Allo, maar dan nog karikaturaler. Suivant!

The Dresden Dolls (***, Marquee) speelde een snedige show, waarin hun theatrale Sturm und Drang vaker een troef dan struikelblok bleek. 'Coin-Operated Boy' en de Brel/Bowie-cover 'Port of Amsterdam' klonken zelfs spannender dan het constante zicht op Amanda Palmers slipje, terwijl 'War Pigs' haast even gevaarlijk klonk als de oorspronkelijke versie van Black Sabbath. Dan vergeeft een mens al gauw de ergerlijke aandrang van de drummer om een pantomime-act op te voeren.

Hij was goed, maar u was gewéldig: in een potsierlijke slippenjas en zwembroek gaf Jamie Lidell (***, Marquee) zaterdag present voor een publiek dat letterlijk bij élke noot door het lint ging - van opener 'Where'd You Go' tot hekkensluiter 'Multiply'. De euforische publieksgilletjes tijdens het veel te lang uitgesponnen solo-interludium van Lidell waren er serieus over, maar verder rechtvaardigde Lidells soulvolle show absoluut de maanzieke reacties in de tent. Zo onthouden we graag een verrukkelijke a cappella-uitvoering van 'Multiply', dat het sluitstuk vormde van een meesterlijk drieluik met 'Another Day' en 'Wait For Me'.

Arme Guy Garvey. De zanger van Elbow (****, Marquee) stond zaterdagnacht lijnrecht geprogrammeerd tegen de loeiharde show van Soulwax: "Luidruchtige buren", grijnsde hij schaapachtig in de halflege tent vooraleer hij ons hart opnieuw met een fileermesje te lijf ging. Vanaf de magistrale ouverture 'Starlings', met een opschrikkende blazerssectie, over de flamencotoets in 'The Bones of You' tot de grandioze outro van 'Newborn', wist de band uit Manchester je een uur lang aan je nekvel omhoog te houden.

Humoristisch was Elbow trouwens evengoed: zo werd 'Leaders of the Free World' droogjes opgedragen aan alle machtswellustelingen "die de wereld naar de vaantjes helpen. Laten we hen een trage, pijnlijke dood toewensen". Iets later sprong Garvey dan weer van het podium om een fan op de eerste rij te knuffelen. Charmant, briljant én hartverwarmend: wij weten alvast waar we zullen postvatten op elf november, wanneer Elbow de Ancienne Belgique aandoet. (Gunter Van Assche)

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant