Bart Steenhaut −
15/01/12, 22u01
Foto: Alex Vanhee
Intergalactic Lovers kreeg woensdagavond de eer om de zesentwintigste editie van Eurosonic op gang te trekken in het fraaie Grand Theatre, maar ondanks een indrukwekkende reeks optredens in België en een debuut-cd die eind vorig jaar zelfs met goud werd bekroond, liet de groep in Groningen geen onvergetelijke indruk na. Lara Chedraoui is uiteraard een goeie zangeres, maar ze stond te statisch achter de microfoon om het publiek in te pakken, en de band rondom haar maakte een fletse, zelfs karakterloze indruk. De set kabbelde onopvallend voorbij, en doordat de vier groepsleden allemaal op één lijn speelden had je vanuit de zaal ook niet echt een punt om je aandacht op te focussen. De Lovers hebben een handvol goeie songs, maar ze missen naast een echte frontvrouw ook de gedrevenheid om van een optreden echt een gebeurtenis te maken.
"Misschien zien we elkaar terug, misschien ook niet. Dat moeten jullie zelf maar uitmaken", zei Chedraoui tegen het einde van de set, en die onverschilligheid was meteen tekenend voor de set. Halverwege zag je het publiek -de nieuwsgierigheid geprikkeld door vergelijkingen met PJ Harvey en The Yeah Yeah Yeahs in het programmaboekje- dan ook stilaan uitdunnen, op zoek naar andere, meer opwindende acts.
Zo werd meteen duidelijk dat het Belgische succes zich niet meteen naar intergalactisch niveau zal laten vertalen. Dat ligt uiteraard anders voor
Selah Sue, die voor de start van Eurosonic al twee EBBA-awards kreeg uitgereikt -waaronder de felbegeerde publieksprijs- en donderdagavond als headliner stond geprogrammeerd op Eurosonic Air, een gratis openluchtfestivalletje op de Grote Markt van Groningen. Een paar duizend Nederlanders trotseerden de regen, de vrieskou en de ijzige wind om de zangeres aan het werk te zien. Haar groep speelde opvallend strak, en als performer had ze inmiddels behoorlijk aan maturiteit gewonnen. Kortom: een set die haar status verantwoordde. Later dook ze ook nog op als gastzangeres tijdens de set van het Leuvense dubstepgezelschap
Addicted Kru Sound.
Uit Luik was
The Experimental Tropic Blues Band overgevlogen, een band wiens recentste cd Liquid Love zowaar door Jon Spencer werd geproducet. Dat bleek geenszins een kwaliteitsgarantie, want het trio handelde live in derdehandse garagerock waar je warm noch koud van werd. Dirty Coq, Boogie Snake en Devil D'Inferno - de pseudoniemen waren haast even karikaturaal als de muziek- speelden op een trommelvliesversplinterend volume erg middelmatige nummers die tot aan de rand met uitgewoonde cliché's waren gevuld. Sommige bands zijn zo slecht dat je er op een perverse manier toch weer de charme van in kan zien, maar in het geval van The Experimental Tropic Blues Band was zelfs dat te hoog gegrepen. "Ik heb in mijn broek gekakt", liet Dirty Coq al na het eerste nummer weten, en helaas: zo klonk de band ook. Kortom: een grap om bij te huilen.
Verder: veel goed gehoord van
School Is Cool en
Triggerfinger, maar daar viel door het systeem van Eurosonic- 32 zalen verspreid over de hele stad, maar vol=vol- met geen geweld binnen te raken.
Ook voor
Puggy -wereldberoemd in Wallonië en Frankrijk, onbemind in Vlaanderen- was de belangstelling overweldigend, en het Brusselse gezelschap - met een Schote zanger, een Franse bassist en een Zweedse drummer- speelde een bevlogen set waar geen speld tussen viel te krijgen. Een strakke ritmesectie, een set die van progrock over funk en flamenco tot pure pop kantelde, én een charismatische frontman die de in dichte drommen samengetroepte meisjes moeiteloos aan het dansen kreeg; je voelde dat er iets gebéurde tijdens de set van Puggy. Beetje ironisch dat de Belgische eer gered werd door drie buitenlanders. Maar ach wat, als het in de regeringsonderhandelingen mag, dan ook in de popmuziek.