Pieter Coupé −
18/07/11, 06u36
Frontmannen zoals Pulp-aanvoerder Jarvis Cocker, zo lopen er maar weinig rond. De iconische britpoppers brachten een nagenoeg perfecte show vol euforie én melancholie. Foto: Alex Vanhee.
De regen en de modder moest je erbij nemen. Toch loonde het geploeter wel degelijk op Dour 2011: meezingmomenten bij Pulp en Suede, hoogspanning bij Flying Lotus, Bibio en 13 & God.
-
Bibio en Flying Lotus illustreerden de essentie van Dour: avontuurlijk, dansbaar en uiterst eclectisch
Wie kon, na het vijfsterrenconcert van Foals op dag één, nog schitteren aan het Dour-firmament? Veel meer bands dan we dachten. Nooit eerder lag de muzikale lat zo hoog op dit Waalse alternatieve festival, dat ook het hoogste aantal bezoekers uit zijn geschiedenis mocht ontvangen en zijn terrein daartoe gevoelig had uitgebreid. Hevige neerslag bleek de enige spelbreker, maar Suede-zanger Brett Anderson kwam ons tonen hoe men daar op Dour mee omgaat: geen woorden aan vuilmaken, je doornat laten regenen en toch alles geven. De volharding van Suede (****) werkte aanstekelijk: almaar meer mensen troepten samen in de modder voor The Last Arena, zongen luidkeels mee met de glamourrock van 'Trash' en 'So Young' en waanden zich één uur lang 'The Beautiful Ones'.
Toch moest Suede zijn meerdere erkennen in Pulp (*****), die andere britpopsensatie die op Dour zijn grande rentree beleefde. Jarvis Cocker, een frontman zoals er te weinig rondlopen, haalde al zijn oude trucs en tics boven om het publiek te behagen: sarcastische humor, John Cleese-achtige motoriek en natuurlijk songs over de donkerste kantjes van de liefde. Evidente hoogtepunten: 'Disco 2000' en 'Common People', zedenschetsen waarin euforie en melancholie elkaar de hand reikten.
Bizarste beeld van Dour 2011: Keith Caputo, zanger van Life of Agony (***), die halfweg zit in zijn ombouwoperatie van man tot vrouw. Toen hij vanuit het publiek een cowboyhoed toegeworpen kreeg, maakte hij er zelfs een grap over: "Am I a cowboy or a cowgirl?" Voor de talrijk opgekomen metalheads deed het er niet toe, de moshpit kolkte als vanouds.
Dat je echter geen metal hoeft te spelen om verschroeiend uit te halen, bewezen Two Gallants (***) en This Will Destroy You (***) elk op hun eigen manier: de eerste met woeste, van noodlotsbesef doordrongen folkpunk, de tweede met luide instrumentale muziek die dreef op gierende gitaren en de occasionele gesamplede filmdialoog. Postrock, dus, nog zo'n genre dat op Dour altijd aanslaat. Pionier Mogwai (****) mocht dit jaar zelfs op het hoofdpodium, waar ze de perfecte soundtrack leverden bij de zonsopgang over de oude steenbergen van de Borinage.
Ook Ice Cube (**) concerteerde tegen die achtergrond, maar met zijn publieksspelletjes - "Say ho!" - en zijn aanhoudende snoeverij over de west coast bevestigde hij vooral de clichés die je over hiphop kent. Zonde, want in de naburige tenten stonden veel acts die lieten horen hoe avontuurlijk dat genre nog kan zijn. Ghostpoet (***) en Saul Williams (***) plaatsten allebei het woord centraal, zonder de dansbaarheid uit het oog te verliezen. De militante, in een geel kleed gehulde Amerikaan Williams ontpopte zich tot een ware nigga with attitude terwijl de Britse Ghostpoet zich met zijn dubpoëzie een meer beschouwende rapper toonde.
Ook bij 13 & God (****) kreeg je een woordenstroom over je heen, uit de mond van Doseone, de nasaalste aller rappers. Zijn exuberante podiumgedrag contrasteerde mooi met de bedachtzame, maar uiterst effectieve indietronica van de Duitse broers Markus en Michaël Acher, ook het tweespan achter The Notwist. Topmoment: het tegelijk breekbare en strijdvaardige 'Armoured Scarves'.
Voor de hiphopvarianten van Bibio (****) en Flying Lotus (****) waren woorden totaal overbodig. Zo liet Bibio, gehuld in een T-shirt van Thin Lizzy, de clubbers in De Balzaal meejoelen met een aalgladde gitaarsolo en dansen op zachtjes haperende beats. Flying Lotus zette de eivolle Magic Tent dan weer onder hoogspanning met verknipte versies van 'Idioteque' (Radiohead) en 'Paint it Black' (Rolling Stones), nadat hij eerst een halsbrekende, vrij abstracte, jazzy set had gespeeld. Beide acts illustreerden op die manier de essentie van Dour: avontuurlijk, dansbaar en uiterst eclectisch.