Pauli's Pen: 'Hier ligt zijn lijk als zaad in 't zand'
De toekomst zal uitwijzen of de uitspraken van Marianne Thyssen en Eric Van Rompuy van afgelopen weekend 'historisch' zijn. Thyssen stelde "de interpersoonlijke solidariteit" met de Franstaligen eenzijdig ter discussie, Van Rompuy, ex-minister en fractieleider, doorbrak de grens tussen het confederalisme (het officiële CD&V-standpunt) en het separatisme (de lijn van N-VA, VB en Lijst Dedecker): "Er ligt een staat op sterven."
Waarom Thyssen en Van Rompuy mogelijk iets historisch zeggen? Niet omdat ze een scherp politiek inzicht verschaften of een dapper discours afstaken. Maar het is gewis een historische stap indien zou blijken dat de komende weken een significant deel van CD&V hun visie zou volgen. Alvast Wouter Beke en Michel Doomst deden dat al. Het is wachten of er meer en beter komt.
De uitspraken van Thyssen en Van Rompuy wijzen op de politieke capitulatie van een deel van CD&V voor het N-VA-verhaal. Van Rompuy heeft niets anders te zeggen dan wat N-VA roept, Thyssen beschikt over onvoldoende intellectuele en politieke capaciteit om een andere lijn uit te stippelen dan degene die Bart De Wever al heeft voorgetekend.
Men moet het de N-VA'ers dus nageven, ze slagen erin de communautaire onderhandelingen al een vol jaar te laten evolueren zoals zijzelf dat graag zien: niet. Dat lukt hen omdat CD&V als de dood is voor een electorale afstraffing. Dus willen Thyssen en co. dat kartel en vooral de N-VA-kiezers koste wat het kost behouden. En daarvoor betaalt CD&V eender welke prijs. Zelfs als CD&V daarvoor de nationale solidariteit moet opzeggen, en zo dus de regering-Leterme zelf zou laten vallen.
Hoe het zo ver is kunnen komen? Is dat allemaal veroorzaakt door de genialiteit van Bart De Wever, die als een superieure Shylock zijn ideeën lispelt in het oor der CD&V'ers? Het zou een overschatting zijn van De Wever. Hij mest zichzelf en zijn partijtje vet door niet af te wijken van zijn zelfgekozen 'strategie van het cynisme': wachten, wachten, wachten. Wachten tot de christendemocraten op de grenzen botsen van het vertoog waarin ze zich ooit hebben laten meelokken.
Steeds meer CD&V'ers die tegen het separatisme aanschurken, dat is het gevolg van een langdurige flirt met het nationalisme. Zij ontdekken nu dat je niet een beetje zwanger kunt blijven, of niet een beetje nationalist, zonder ooit te bevallen. Elk nationalisme baart ooit onafhankelijkheid, en dus separatisme. Ook varianten die zich omschrijven als sociaal, zoals in Catalonië of Schotland.
Ook waar het nationalisme christelijk geïnspireerd is, zoals in Ierland of Kroatië. Ook als het gaat om een geconstrueerd nationalisme waarmee een rijk noorden zich afzet tegen een armer zuiden, zoals in Italië. Het aangescherpte nationalisme van CD&V heeft van alles wat.
Het Vlaams-nationalisme was er al voor het kartel, zelfs lang voor Luc Van den Brande of Gaston Geens. Het is een altijd aanwezige onderstroom die zich nu openlijk manifesteert. Zelfs in die mate dat het Vlaamse vandaag al het andere begint te overheersen.
CD&V is niet meer de sociale partij, de ethische, niet meer de partij met de beste bestuurders of de partij voor het gezin. CD&V is Vlaams: alleen dat profiel wordt aangescherpt. Waarom dus niet overschakelen op cd&V, zoals cdH, als typografische erkenning van dat nieuwe feit?
Wie zoekt naar de ontwikkeling van het 'Vlaamse' bewustzijn in de katholieke zuil, vindt sporen die leiden tot het Vlaams-idealisme van Rodenbach, midden negentiende eeuw. Het zal alsmaar sterker worden, en zeker in de jaren dertig is 'de Vlaamse verleiding' manifest aanwezig, met de concurrentie van een echte Vlaams-nationale partij als het VNV. Na de Tweede Wereldoorlog is er een korte opstoot van hernieuwde liefde voor België, maar vanaf de jaren vijftig en de kater van de koningskwestie sloegen steeds meer CVP'ers definitief de weg in naar een steeds Vlaamser profiel.
Na enige tijd spraken ook haar leiders een beeldtaal die slechts in details verschilde van 'pure' Vlaams-nationalisten. In elk filiaal van De Slegte vind je voor een prikje huldeboeken van CVP'ers aan andere CVP'ers (dat genre was ooit erg populair). Overal klinkt dezelfde Vlaams-katholieke teneur door. Hier, het huldeboek voor Jan Valvekens uit 1953, in die tijd een van de meest gezaghebbende CVP'ers. Bijdragen heten 'Dat volk moet herleven', 'Een groot katholiek Vlaming', 'De katholieke Vlaamse huisvader' en 'Vlaams politicus' (dat laatste van ACV-bons P.W. Segers). Of hier, in het gedenkboek voor Albert De Clerck (de vader van Stefaan), een omschrijving van diens idealen: "Moeten we niet de staat, de diplomatie, het leger veroveren voor de Vlamingen, die in de meerderheid zijn in het land?"
Of daar, het liber amicorum voor Robert Vandekerckhove, de eerste voorzitter van de Vlaamse Kultuurraad en in de jaren zestig Vlaams vleugelvoorzitter van de CVP. Na zware communautaire onmin vroeg die zich al in 1966 af of er nog wel "een vrijwillige consensus der landsgedeelten aanwezig was. Zo neen, dan kon België niet langer het vaderland genoemd worden". In 1966! Zijn biograaf vatte samen: "Robert Vandekerckhove was zeker geen Vlaams-nationalist. Integendeel, hij behoorde tot de Vlamingen die aanvankelijk dachten dat (...) het eindpunt van de Vlaamse revindicaties werd bereikt. De harde waarheid der feiten leidde hem naar meer radicale standpunten."
Zo verging het de christendemocratie. Steeds vaker gaf de CVP het communautaire de bovenhand op de andere overwegingen, ook al was dat voor de Volksunie en later het Vlaams Blok natuurlijk altijd te weinig, wat blijvend druk zette op die Vlaamse CVP'ers. In 1968 offerde CVP'er Jan Verroken zijn partijgenoot Paul Vanden Boeynants op als premier met zijn interpellatie over Leuven-Vlaams. In 1978 stuurde een klein aantal Vlaamsgezinde CVP-parlementsleden, onder wie Paul De Vlies (de vader van Carl De Vlies) partijvoorzitter en later premier Wilfried Martens en het hele Egmontplan terug naar af. Ze plooiden niet. De hele jaren zeventig door gaven regeringen met CVP-premiers communautaire problemen voorrang op sociaaleconomische thema's, met alle rampzalige gevolgen van dien.
En toen er in 1980 dan toch een eerste Vlaamse executieve kwam, was er geen houden meer aan de Vlaamse zelfbevlekking. "Wat we zelf doen, doen we beter", pochte de eerste Vlaamse 'premier', Gaston Geens. En geen flauwekul alstublieft, dat Geens dat nooit zo heeft gezegd. Kijk maar op pagina 101 van zijn overigens doodsaaie boek Op eigen kracht.
De CVP offerde zelfs haar grootste leiders op op het altaar van Alsmaar Vlaamser. In De memoires vertelt Gaston Eyskens over zijn eigen einde. Hij was in 1972 eerste minister van een regering die zocht naar een tweederde meerderheid, en bereikte uiteindelijk een compromis. Hij had zijn consensus.
Behalve van zijn eigen partij, zo bleek. CVP-voorzitter Wilfried Martens legde Eyskens sr. uit dat het dagelijks bestuur eigenlijk tegen was. Toen bleek dat ook de CVP-fracties zijn compromis niet steunden, kondigde Gaston Eyskens zijn ontslag aan. Ter plekke hield hij een afscheidsrede. Zijn conclusies lijken nu nog actueel: "Over de gemeenschapsproblemen zei ik dat een federalisme met twee in België onmogelijk was, omdat het zou leiden tot een scheuring van het land. Ik kantte mij ook tegen een federalisme met drie. In zo'n constructie was het niet denkbeeldig dat Wallonië en Brussel zich tegen de Vlaamse deelstaat zouden keren."
Al sinds een jaar of dertig ligt het binnen de CVP dus hoogst moeilijk: neen zeggen tegen de kreet dat het Vlaamser moet. Gaston Eyskens kon daar niet tegenop, Wilfried Martens struikelde daar met Egmont (zij het dat dat comebackkid niet sneuvelde) en vandaag wekken de alarmkreten van Jean-Luc Dehaene overal onrust. Alleen in de eigen CD&V vallen ze in dovemansoren. Als Yves Leterme werkelijk aan een compromis werkt tegen 15 juli, dat hij zich dan maar wapent tegen de dolk in zijn rug.
Want als hij te veel toegevingen doet teneinde zijn regering te redden en de prinzipienreiters van CD&V in hun hemd dreigen te komen staan, dan bestaat de kans dat ze zelfs Leterme laten sneuvelen. Voor de goede zaak. In de crypte van de IJzertoren is er nog wel een plaatsje vrij. 'Hier ligt zijn lijk als zaad in 't zand. Hoop op uw stem, o Vlaanderland.'
Walter Pauli
Adjunct-hoofdredacteur