Tjevenstreek
"De term tjevenstreek is niet altijd een scheldwoord", monkelde Kamervoorzitter Herman Van Rompuy, net nadat hij de parlementsleden van de meerderheid zover had gekregen zichzelf even buiten spel te zetten.
Want vanaf het ogenblik dat B-H-V op de agenda zou komen, was immers het pandemonium uitgebroken en verzeilde men in een situatie waarin niemand echt zeker van de uitkomst was.
Door eerst de programmawet te bespreken en te stemmen, kon men toch aantonen dat deze regering, elf maanden na de verkiezingen er eindelijk in geslaagd is 'iets' door het parlement te krijgen.
"Belangrijke belastingverlagingen en verhogingen van sociale uitkeringen" was de zogezegde inzet, al denken we niet dat er vandaag al spontane vieringen voor Leterme I zullen losbarsten, want voor echt substantiële maatregelen heeft de regering geen geld, ze heeft trouwens zelfs geen begroting die naam waardig.
Bovendien kon, zolang het dossier niet geagendeerd was, Leterme nog eens namens de hele regering komen vertellen dat hij B-H-V en de tweede fase rond wil hebben tegen 15 juli.
Na de agendering zou hij niet meer namens de hele regering kunnen spreken, want het lijdt geen twijfel dat de Franstaligen die poging tot stemming zullen aangrijpen om de timing en de inhoud van het hele luik van de staatshervorming uit het regeerakkoord ook in vraag te stellen.
Zoals een prominent Franstalig politicus van op de publieksbanken opmerkte toen CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten zijn agendamotie naar de voorzitter bracht: "Daar gaat de staatshervorming."
Na elf maanden uitstel heeft Yves Leterme zich nog maar eens wat meer uitstel gekocht, zonder dat er ook maar het minste zicht is op een inhoudelijke oplossing van het probleem.
Na elf maanden is er ook geen enkel perspectief te merken dat we daar ooit naartoe zullen gaan. Integendeel, de sfeer in deze ploeg verziekt met de dag meer, de interne tegenstellingen groeien, de bereidheid tot wederzijdse blokkages eveneens.
Stilaan moet je van deze regering van de o zo grote beloftes vaststellen dat er niets van in huis komt en er ook nooit iets van in huis zal komen. De vraag stelt zich of je dit nodeloos lijden dan nog langer moet rekken.
Yves DesmetPolitiek hoofdredacteur