Goed mogelijk dat tot gistermiddag negen op tien Belgen niet eens wisten dat er op de Olymische Spelen ook met een karabijn geschoten wordt. Maar kijk, een razend spannende finale en een zilveren medaille later zijn we plots een natie van karabijnschutters geworden.
Geen sport om minnetjes over te doen, overigens, dat onbekende en onbeminde karabijnschieten. Minutenlang liggen de schutters roerloos op de grond in een oncomfortabele positie, met een oog onveranderlijk gericht op een roos die vijftig meter verder hangt. Schieten doe je naar verluidt op het ritme van je hartslag. Dat wil zeggen: telkens tussen twee hartslagen in, als je lichaam volkomen onbeweeglijk is, heb je een fractie van een seconde tijd om een schot te lossen. En dat zestig keer in vijfenzeventig minuten. Meer dan wapengekte vergt het van een atleet een grote zelfbeheersing en een immens concentratievermogen. Medaillewinnaar Lionel Cox verdient dus ons aller respect.
Dat is des te meer zo omdat de puike tweede plaats van Cox ook de triomf van de ware olympiër is. De sympathieke arbeidsinspecteur uit Amay is immers een amateur in de goede zin van het woord. Schieten is zijn hobby. Naast hem op het podium stonden een Wit-Rus en een Sloveen, voor wie karabijnschieten een professionele bezigheid is. "Dit is misschien waar de Spelen echt over moeten gaan", zegt Cox daar zelf over.
De triomf van de underdog is de collectieve droom van onze kleine gemeenschap
Op dagen als deze wensten we dat we de man gelijk konden geven. Dat de Olympische Spelen over sportliefhebbers moeten gaan, en niet over de miljonairs in het tennis of het basketbal, niet over de Braziliaanse voetbalvedettes of niet over de Jamaicaanse supersterren. Onze volgende medaillehoop - zeilster Evi Van Acker - zal wellicht ook niet overdreven rijk worden van de sport waar ze haar jonge leven aan opgeofferd heeft.
Verhalen als die van Cox en hopelijk ook Van Acker klinken mooi. Ze voeren ons terug naar de tijd dat 'boerkes' uit Beveren of Waregem de verwaande voetballers uit Barcelona of Milaan het vuur aan de schenen legden. Het zijn verhalen over underdogs, bij voorbaat kansloze kandidaten die toch boven zichzelf uitstijgen. Daar willen wij ons graag mee identificeren als kleine gemeenschap in een klein land, gewend om het deksel op de neus te krijgen. De triomf van de underdog is onze collectieve droom.
Dromen zijn helaas meestal bedrog. Hoe sympathiek het verhaal van Lionel Cox ook klinkt en hoezeer we hem zijn medaille ook gunnen, de toekomst van de sport ligt niet in de liefhebberij. Ook op de Spelen zal het professionalisme alleen nog maar toenemen. Uitzonderingen zoals onze eenzame karabinier zullen er altijd zijn. Hun verhaal is de stof waar je sprookjes mee maakt. Een sportcultuur vergt andere, meer eigentijdse ingrediënten.
Bart Eeckhout
Chef M

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.