dossier

Standpunt

Armoede

25/05/11, 06u27
De cijfers zijn hard: 10,1 procent van de Vlaamse bevolking heeft een inkomen onder de armoedegrens. 18,6 procent van de kinderen leeft in een huishouden dat het moeilijk heeft om rond te komen, 6 procent van de kinderen groeit op in een gezin zonder inkomen uit betaalde arbeid. 25,4 procent van de kinderen woont in een woning waar men niet beschikt over bad, toilet, centrale verwarming of warm en stromend water. Nog erger is dat de cijfers haast niet veranderen, en dus de inefficiƫntie, zo niet de mislukking van het huidige armoedebeleid aantonen.

Ze leren ook dat de nochtans logisch klinkende beleidslijn - de beste manier om mensen uit de armoede te halen is om ze een job te geven - niet klopt. Want de activering heeft wel degelijk resultaten: nooit eerder zijn zoveel Belgen actief geweest op de arbeidsmarkt. Nooit eerder zijn er hogere sociale overheidsuitgaven geweest, nooit eerder was het sociaal beleid zo verfijnd en uitgediept, nooit eerder heeft de politiek meer lippendienst bewezen aan de strijd tegen de armoede dan vandaag. De grootste paradox van dit beleid is dan ook dat het allemaal niet blijkt te werken.

Daar zijn diverse redenen voor: zeker laaggeschoolden hebben het moeilijker met het vinden van een job in een post-industriƫle dienstenmaatschappij, waar ongeschoolde arbeid een steeds schaarser aanbod uitmaakt. Steeds meer eenoudergezinnen die het niet breed hebben, kunnen zich bovendien niet de kinderopvang veroorloven om te kunnen gaan werken. De kloof tussen het bestaansminimum en het gemiddeld loon in de samenleving is de afgelopen jaren alleen maar substantieel gegroeid. En ten slotte speelt er ook een Mattheuseffect in de sociale zekerheid, waardoor uitkeringen makkelijker terechtkomen bij hooggeschoolden die even uit de arbeidsmarkt vallen dan bij langdurig werkloze laaggeschoolden, die maar geen aansluiting bij die arbeidsmarkt vinden. Ook gaan er meer uitgaven naar jonge gepensioneerden dan naar echte armen.

Als de cijfers twee dingen leren, dan wel dat mensen in armoede meestal moeilijk zelf verantwoordelijk kunnen gesteld worden voor hun toestand, zeker in het geval van de kinderen, wat de aanhangers van Dalrymple ook mogen beweren. En vervolgens dat een armoedebeleid dat zo goed als uitsluitend inzet op activering vooral bij de laaggeschoolden en de eenoudergezinnen tegen onoverbrugbare grenzen blijft aanbotsen en dus op zich niet voldoende is.

Yves Desmet
Politiek commentator
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />