Om een efficiënt veiligheidsbeleid te kunnen voeren, moeten gemeenten, politie en justitie op één lijn zitten, schrijft Bruno De Lille (Groen). Hij is staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk gewest.
Wil men tot een oplossing komen, dan moet er over alles, zonder taboes, gepraat kunnen worden
Het is heet in Brussel. En dan heb ik het niet over de temperatuur maar over de (on)veiligheid. Er was de terechte aanklacht tegen het alom aanwezige seksisme, er waren gewelddadige incidenten met de politie. Er heerst het broeierige gevoel dat er 'iets' op til is, dat de buil zal barsten, etcetera. Het heeft echter geen zin dat we ons verliezen in oeverloze debatten. Veel belangrijker is de zoektocht naar oplossingen. Hoe wordt het weer veiliger op onze straten?
Sneller straffen
Om een efficiënt veiligheidsbeleid te kunnen voeren, moeten gemeenten, politie en justitie echter op één lijn zitten. Een basisvoorwaarde die vandaag niet vervuld is. En helaas zijn het de burgers die de gevolgen hiervan moeten dragen.
Het klinkt zo logisch dat er eigenlijk geen debat over zou mogen zijn. Maar toch is er nog veel werk aan de winkel.
Allereerst moeten we het respect voor de politie herstellen. Het is al vaker gezegd maar als je ook de zogenaamde kleine overtredingen niet aanpakt, creëer je een sfeer van straffeloosheid.
Ten tweede is snel straffen heel belangrijk. Het werkt niet ontradend of corrigerend als overtreders die opgepakt of betrapt worden, meteen daarna losgelaten worden en pas maanden of zelfs jaren later een boete of straf ontvangen. De Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS) kunnen daarbij helpen, al blijft het eigenlijk een systeem dat de gemeenten verplicht de zwakheid of het slecht functioneren van het gerecht te compenseren.
Eén politiezone voor Brussel
Verder moet de politie ook zichtbaar en aanspreekbaar zijn. We zijn niets met politieagenten die snel in hun politiecombi door de straat rijden. Fietsbrigades of agenten te voet zijn veel toegankelijker. We moeten ervoor zorgen dat mensen 'hun' agent kennen, hem durven aanspreken en informeren en weten te vinden. Hebben we daarvoor meer agenten nodig? Misschien. Misschien ook niet. In sommige zones doet het gerucht de ronde dat je aan de politie moet melden dat men dreigt te schieten of dat er anders het eerste halfuur geen patrouille langskomt.
In de zone Schaarbeek slaagt men er sinds enige tijd in, zonder het korps uit te breiden, binnen de 5 minuten ter plekke te zijn als er een oproep komt.
Wat de Brusselaars niet begrijpen - terecht niet begrijpen - is dat dit wel kan in de ene zone en niet in de andere. Dat heeft niets te maken met betere of slechtere agenten maar wel met (politieke) keuzes, leiding, sturing, etcetera. En bij die politieke sturing kunnen we ons veel vragen stellen. In heel wat politiezones is er een voortdurende concurrentie tussen de verschillende leden van het politiecollege met als triest orgelpunt de constante na-ijver tussen de burgemeesters van Brussel en Elsene die ervoor zorgde dat de belangrijkste politiezone van het gewest maanden niet optimaal kon functioneren. Vandaar dat ik blijf pleiten voor de eenmaking van de 6 politiezones onder leiding van de Brusselse minister-president of een minister van Veiligheid.
Wat met het parket?
Tegelijkertijd moeten we in alle openheid een discussie voeren over en met het parket. Momenteel geeft het parket de indruk dat het op eigen houtje kan beslissen welke overtredingen echt bestraft zullen worden.
Misschien klopt het dat het parket te weinig mensen en middelen heeft maar de optie "enkel te bestraffen indien tijd, geld en goesting" staat nergens in onze wetboeken. Dus moet dat debat dringend gehouden worden.
Vuilbakscholen
Ten slotte hebben we een uniforme aanpak nodig van onze 'probleemwijken'. Want die zijn er. Het zijn geen no-gozones zoals sommigen beweren maar plaatsen in de stad waar alle problemen samenkomen en waar bij het minste geringste de vlam in de pan slaat.
Wil men tot een oplossing van de problemen komen moet er over alles - zonder taboes - gepraat kunnen worden.
Over de persoonlijke verantwoordelijkheid bijvoorbeeld. Want het is niet omdat je arm bent, dat je helemaal geen kansen krijgt of crimineel moet worden (de meeste armen mensen bewijzen dat trouwens elke dag).
Over de socio-economische achterstelling en discriminatie. Want die bestaan wel degelijk.
Over de rol van het onderwijs. Dat er voldoende goede en sociaal gemengde scholen moeten zijn. Zowel Franstalige als Nederlandstalige als meertalige. Dat de vuilbakscholen er uit moeten.
Actieplan
En laten we dan op basis van een grondige studie in overleg met de verschillende gemeenten, het gewest én de gemeenschappen samen tot een actieplan komen.
En als we dan over enkele jaren in de krant lezen "dat het weer heet wordt in Brussel", dan weten we dat het over de temperatuur gaat. En alleen maar over de temperatuur.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.