Guillaume Van der Stighelen: Wie spreekt namens de arbeiders van tapijtfabrikant Desso? Niemand? Van der Stighelen is columnist en auteur van de boeken Creativiteit en Maak van je merk een held.
De weigeraars worden om het hardst veroordeeld, zonder dat er één aan het woord kwam
Nooit ben ik lid van een vakbond geweest. Niet dat ik niet wilde. De gelegenheid en de noodzaak om mij aan te sluiten hebben zich nooit voorgedaan. Het grootste deel van mijn actief leven bracht ik door als klein zelfstandig zaakvoerder. Ik heb er dus geen idee van hoe het werkt. Maar ik hou wel van het idee. Vakbonden werden opgericht om evenwicht te brengen in de machtsverhouding tussen werknemers en werkgevers. Tussen bazen en werkvolk. Tussen zij die de touwtjes in handen hebben en zij die het gereedschap in de vuisten houden. Dat is gezond.
Vakbonden zijn er bijvoorbeeld om buiten aan de hekken dreigende taal te roepen terwijl binnen grote akkoorden werden afgesloten tussen hooggeplaatste heren. Tussen de bisque en de gesauteerde coquilles door wordt dan eens diep gezucht rond de vraag: "Wat willen ze nu eigenlijk?"
Tot er iemand op het idee komt hen mee aan tafel te vragen. De leiders van de vakbond mogen dan mee aanschuiven met de hoge heren. Maar na een tijd staat daar weer volk aan de hekken en weer vraagt men zich binnen af: "Maar wat willen ze nu eigenlijk?"
De vakbondsafgevaardigden zijn terecht trots op wat ze uit de brand hebben kunnen slepen na de sluiting van Desso. Er is zwaar over onderhandeld geweest. Het heeft maanden geduurd om alle jobs te redden. Het is een historisch akkoord om u tegen te zeggen. Niet bekomen met harde dreigingen, maar met redelijk overleg. Met een zekere creativiteit. Met goede wil langs alle kanten. En wat blijkt? Dat werkvolk wil nu niet mee. Dat werkvolk weigert dat akkoord waar zovele uren aan gesleuteld is. Waar zovele nachten over vergaderd werd. Met andere woorden, het werkvolk dat uit eigen rangen afgevaardigden kiest om het voor hun rechten op te nemen, aanvaardt niet wat die afgevaardigden voor hen hebben onderhandeld.
Het land is verontwaardigd. Voorpagina's blokletteren dat het een schande is dat in tijden van crisis zo'n voorstel in de vuilnisbak wordt gesmeten. De weigeraars worden om het hardst veroordeeld, zonder dat er één aan het woord kwam. Waarschijnlijk werd er aan die mensen gevraagd te reageren, en meer dan waarschijnlijk zijn die mensen bang om hun verhaal in de krant te doen. Op één dame in Het Laatste Nieuws na. Die legde uit dat ze liever met de fiets gaat werken dan met de auto. Mooi trouwens.
Dit zijn niet allemaal academisch geschoolde mensen. Ze zijn niet geoefend in het brengen van hun verhaal. En de mensen die hun standpunt zouden kunnen verdedigen, tja, die zitten dus binnen mee aan tafel.
Geen leuke baas
Er is dus iets dat niet klopt met de vakbonden. Twee zaken. Eén, op het ogenblik dat de onderhandelaars witte rook door de schoorsteen blazen, blijkt dat ze hun voorstel niet verkocht krijgen aan de collega's op de werkvloer. Hebben ze dan geen enkele keer tussendoor samengezeten met hen om door te praten waar het naartoe ging? Twee, dat ze zich op het ogenblik van de weigering - kan gebeuren - in de pers tegen die collega's verzetten.
Dat laatste is misschien wel het meest verontrustende. Wij kennen die mensen niet die bij Desso werkten. We weten niet wat hun plannen zijn, hoe ze omgaan met de veranderde omstandigheden en hoe ze daar thuis over spreken aan tafel. Misschien heeft de publieke opinie gelijk en zijn het paria's. Maar misschien hebben ze wel elk een heel goeie eigen reden om weigerachtig te staan tegenover die deal. Misschien vinden ze boer Clerck gewoon geen leuke baas om voor te werken. Kan allemaal. We zullen het niet weten. Ze staan alleen met een verhaal dat wij niet kennen, waardoor velen onder ons gaan vermoeden dat het niet meer is dan cash & go. Dat komt ons goed uit. We hebben voorbeelden nodig die illustreren hoe de graaicultuur welig tiert. In alle lagen van de bevolking. Een foute mentaliteit veroordelen geeft ons bovendien altijd het fijne gevoel dat we zelf aan de goeie kant staan.
Het kan zijn dat die mensen straks veel krijgen. Er zullen partijen genoeg zijn om daarover hun oordeel te vellen. Maar wat deze arbeiders niet hebben, zijn vakbondsafgevaardigden die het voor hen opnemen in het publieke debat in plaats van hen af te schilderen als onredelijk. Toch zouden ze die best kunnen gebruiken.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.