Het wordt tijd dat de UEFA orde op zaken stelt in het Europees voetbal, vindt Stefan Kesenne, professor sporteconomie aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven.
De Belgische clubs moeten niet boven hun stand gaan leven in de concurrentiestrijd met de rijkste clubs in Engeland of Spanje
Bij de start van het nieuwe voetbalseizoen is er heel wat te doen over het groot aantal buitenlandse voetballers in België en de lonen van voetballers.
Voor het eerst zouden er in de hoogste klasse van de Jupiler League meer buitenlandse dan Belgische spelers voetballen. Een en ander is evident het gevolg van het openstellen van de Europese spelersmarkt door het Bosman-arrest van het Europees Hof in december 1995. In dat arrest werd niet alleen het bestaande transfersysteem naar de prullenmand verwezen, maar werd ook komaf gemaakt met de bestaande beperking van het aantal buitenlandse voetballers dat mag worden opgesteld. Deze laatste bepaling heeft twee grote bewegingen op gang gebracht: de beste Belgische spelers verdwijnen naar rijkere en beter betalende buitenlandse clubs, en in de Belgische clubs duiken steeds meer buitenlandse spelers op. Het lijkt de sportwereld minder te storen dat onze beste spelers in het buitenland spelen dan dat een groot aantal buitenlandse spelers in België spelen, en zo de eigen jeugd onvoldoende speelkansen biedt. Om het groot aantal buitenlanders terug te dringen, worden volgens mij toch een aantal bedenkelijke maatregelen voorgesteld.
Een daarvan is het zogenaamde 'homegrown'-principe, dat stelt dat in elke ploeg minstens zes spelers moeten worden opgesteld die in België zijn opgeleid. Die bepaling, ook al betreft het geen nationaliteitsbeperking, is niettemin flagrant in strijd met het vrije verkeer van spelers in Europa, en met het Bosman-arrest, maar houdt ook het gevaar in dat, precies om deze verplichting te omzeilen, een internationale handel in steeds jongere kindvoetballertjes groeit die dan in België worden opgeleid en zodoende kunnen worden opgesteld als 'homegrown'. Als deze spelertjes het dan niet waarmaken, worden ze gedumpt, en verdwijnen in de illegaliteit.
Er gaan ook steeds meer stemmen op om de invoer van goedkope buitenlandse spelers aan banden te leggen door zeer hoge minimumlonen op te leggen voor deze spelers. Dit is niets anders dan een verwerpelijke vorm van protectionisme die in geen enkele andere sector is toegelaten, en dus weer in strijd is met de Europese competitieregels.
Een van de oorzaken is dat buitenlandse voetballers kunstmatig goedkoop worden gehouden met een gunstig fiscaal regime (zoals slechts 18 procent belasting op het inkomen). Maar belangrijker is misschien dat de Belgische voetballers te duur zijn, en overbetaald worden door de clubs. Talentrijke spelers zijn inderdaad veelgevraagd en kunnen hoge lonen binnenhalen in het opbod tussen de clubs. De waarheid is echter dat deze vraag naar talent niet gebaseerd is op gezond financieel management. Economisch onderzoek heeft aangetoond dat clubs, die vooral sportief succes beogen, hun spelers overbetalen, lees: boven hun productiviteit. En dat is ook in België het geval, waar de meeste voetbalclubs financieel ongezond zijn met zowel liquiditeits- als solvabiliteitsproblemen, tot zelfs een negatief eigen vermogen bij sommige clubs. In deze omstandigheden kunnen deze hoge lonen bezwaarlijk economisch verantwoord worden genoemd.
De meeste clubs werken zich zo diep in de rode cijfers en stapelen de schulden op, ondanks de vele open en verborgen staatssubsidies (de sociale zekerheidsbijdragen van de clubs berekend op het minimumloon, een fiscaal gunstige pensioenregeling voor de spelers, het betalen van niet meer dan een symbolische huurprijs voor het gebruik van stadion en/of stadiongronden, waarvan de lokale overheid de eigenaar is, enzovoort).
De clubs verdedigen hun hogeloonpolitiek meestal met het argument dat hun beste spelers anders weglopen naar buitenlandse clubs. De Belgische clubs moeten niet boven hun stand gaan leven in de concurrentiestrijd met de rijkste clubs in Engeland of Spanje. Zolang op Europees niveau niets wordt ondernomen in het voetbal, rest er voor de Belgische clubs geen andere optie dan de tering naar de nering te zetten, ook al impliceert dit dat van succes in de Champions League alleen maar kan worden gedroomd.
Tegelijk mag ook worden vermeld dat de rijke buitenlandse clubs, die de beste Belgische spelers weghalen met lonen tot meer dan een miljoen euro per maand, evenmin financieel gezond zijn, en ook de schulden opstapelen. Het wordt dus hoog tijd dat de UEFA in actie treedt om orde op zaken te stellen in het Europees voetbal.
Ook moet de voetbalwereld eindelijk eens ophouden met altijd uitzonderingen te vragen op de regels die voor alle andere economische sectoren gelden, met de klassieke dooddoener van de sociale functie van het voetbal. Als die er al is, dan geldt die misschien voor de amateursport, maar niet voor het professionele voetbal, waar de voetbalclubs zelf zijn geweest die met het grote geld zijn beginnen zwaaien.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.