De plannen van de onderwijsminister verdienen geen ironie, maar grote, zeer grote bezorgdheid, stelt professor André Oosterlinck, voorzitter van de Associatie KU Leuven.
Gelijkheid bij decreet willen opleggen getuigt van naïviteit
We hebben goede scholen. Geen wonder dat ouders die het beste voor hun kinderen willen er zelfs een paar nachtjes kamperen voor overhebben om hun kroost daar een plaatsje te bezorgen.
Dat hoeft niet meer. Minister Smet (sp.a) heeft plannen op stapel staan die deze folklore voorgoed naar het verleden verwijzen. Als zijn plannen zich daartoe zouden beperken, zouden we ze toejuichen. Nu niet. Zijn plannen gaan veel en veel verder. Alle scholen worden voortaan zó goed dat we ze met recht elitescholen zullen noemen. Allemaal. En alle leerlingen zullen slagen, na een onvoorstelbaar brede opleiding.
Ik wil niet ironiseren. De hervormingen die minister Smet in het secundair onderwijs wenst door te voeren, verdienen geen ironie. Wel bezorgdheid, grote, zeer grote bezorgdheid.
Topsysteem uithollen
De minister wil problemen oplossen. Dat is zijn taak. En problemen zijn er - taalachterstand, te vroege uitstroom, sociale uitsluiting, kansarmoede, om er maar enkele te noemen. Alleen vinden die niet hun oorsprong in het onderwijs, en kunnen ze ook niet door het onderwijs, zéker niet het secundair onderwijs, weggewerkt worden. Het is een gevaarlijke illusie deze onmogelijke taak van onze leraren te verwachten. Dat zou een wonder zijn. Een structuurhervorming is blijkbaar zo'n wonder. De vierdeling ASO, TSO, KSO en BSO wordt afgeschaft. De basisgraad wordt 'algemeen vormend'. De fasering wordt gewijzigd, met een determinerende keuze op een later moment. In de krant van gisteren kwamen er nog meer mirakelmiddelen, in de vorm van een reeks buzzwords: databundels, managers met onderwijsfeeling, met andere woorden: het onderwijs waarop we zitten te wachten. Dat was tenminste de vraag van de journalist: staan de scholen daar echt voor te springen? Toen kwam het meest verontrustende antwoord van het hele gesprek: 'Natuurlijk...'
Verontrustend, omdat dit woord impliceert dat een ernstige discussie niet nodig is. Misschien wat windowdressing om de gemoederen te sussen, een studiedagje, een nota, dat kan nog wel, maar een ernstige discussie hoeft niet meer. Wie zou zich immers verzetten tegen iets 'natuurlijks'?
Het spijt me, maar ik zie of hoor die 'natuurlijkheid' niet. Wat ik wel hoor, is boosheid over de aard van de plannen en, bij degenen die durven doordenken, ronduit angst. Angst om een goed en internationaal tot de top horend systeem uit te hollen door middel van een onnodige, ongevraagde, onzalige 'structuurhervorming'. Ik heb enige ervaring met dat fenomeen. In het hoger onderwijs bevinden we ons midden in een al jaren durende en nog jaren durende structuurhervorming. De belangrijkste les die ik daaruit geleerd heb, is dat je een dergelijke ingreep alleen kunt laten slagen als hij grondig en langdurig voorbereid wordt. Alleen op die manier wordt een hervorming energiek gevraagd en enthousiast gedragen. Een structuurhervorming beslis je niet. Je laat ze groeien.
Wie vraagt om de afschaffing van de klassieke vierdeling? Wie vraagt om een niveauverlaging in de basisgraad? Wat dat laatste betreft: de minister ontkent dat de verbreding van de basisgraad een verlaging of vervlakking zou zijn. Met de beste wil: ik begrijp dat niet. De intellectueel 'meest begaafden' zullen in de nieuwe structuur hoe dan ook met minder uitdagingen geconfronteerd worden. Het gevaar voor frustratie en schoolmoeheid dreigt. De 'minder begaafden' zullen naar het midden gemanoeuvreerd worden, met dezelfde gevolgen. In sommige buitenlanden is geëxperimenteerd met 'middenscholen', met ruim voldoende negatieve gevolgen om de zaak snel weer af te bouwen. Waarom zouden wij dit onzalige spoor volgen?
Gelijke kansen
Gelijke kansen nastreven is een nobele doelstelling, maar dan wel voor iedereen, voor de zogezegd minderbegaafden evengoed als voor de zogezegd meerbegaafden. Gelijkheid bij decreet willen opleggen getuigt van naïviteit. Selecteren, en dus het aanvaarden van verschillen, is geen vieze term. Om internationaal mee te tellen, toch ook de bezorgdheid van de minister, is selectiviteit de regel. Dat aanvaarden we toch ook voor onze sportief en artistiek aangelegde scholieren? De voor hen aangewezen scholen selecteren toch ook? Waarom zou dat dan zo verkeerd zijn voor onze intellectueel begaafden? Onze samenleving is gebaat bij gelijkheid, wanneer die bijdraagt tot minder uitsluiting. Zij is er echter compleet niet bij gebaat wanneer zij onze meestbelovende jongeren in een harnas van grijsheid en vervlakking zou duwen. Daar zijn in meer exotische landen al weinig fraaie ervaringen mee opgebouwd. Laten we dat niet doen, natuurlijk.
Laten we ook niet te veel meten, zolang we niet weten wat we meten. Het toeval wil dat ik niet alleen wat ervaring heb met onderwijshervormingen, maar ook met meten. Je moet een degelijk ijksysteem hebben, betrouwbare cijfers, en wijsheid om met die cijfers om te gaan. Zo had de statisticus berekend dat de rivier gemiddeld 30 centimeter diep was. Zijn databundel was correct, maar de statisticus verdronk.
Ons secundair onderwijs wordt bevolkt door leerkrachten die alle dagen het beste van zichzelf geven, in omstandigheden die niet altijd even gemakkelijk zijn, om onze (klein-)kinderen een gedegen vorming mee te geven. Laten we van hen niet het onmogelijke vragen en laten we hun energie en hun inzet niet onderuithalen met dure, complexe, ongevraagde, onvoldragen en daardoor tot mislukken gedoemde hervormingen.
Onze toekomst
Grootschalige hervormingen willen realiseren lukt alleen wanneer de echte belanghebbenden daarbij betrokken zijn. Dat zijn niet het ministerie, niet de onderwijskoepels, niet de schoolbesturen - zelfs niet als die bevolkt zouden worden door 'managers met onderwijsfeeling'.
De echte belanghebbenden zijn de leerlingen, de ouders en de leraren. En het hoger onderwijs. Als de minister van hen te horen krijgt dat zij zijn plannen vragen en dragen, steun ik die van ganser harte. Ik vraag hem met die echte belanghebbenden een eerlijke en grondige discussie aan te gaan, met een open oor voor hun door jarenlange ervaring en doorleefde bezorgdheid gevoede bedenkingen. Mijnheer de minister, maak van deze hervorming geen onzalig experiment. Het gaat om ons onderwijs. Dus onze toekomst. Daar experimenteren we niet mee. Hervorm wat moet en gevraagd wordt, maar vervorm niet wat goed is.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.