Schaf lessen levensbeschouwing ook maar af
Bilal Benyaich en Patrick Stouthuysen Benyaich is politicoloog en voert, samen met de Leuvense islamoloog Zibar Omar, onderzoek rond radicalisering binnen de islam in Brussel. Stouthuysen is verbonden aan de vakgroep politieke wetenschappen van de VUB.Het bannen van de hoofddoek uit de publieke schoolsfeer kan niet zonder gevolg blijven, betogen ze: wie consequent is, schaft de levensbeschouwelijke vakken af, stopt de publieke financiering van de erediensten en herbekijkt de officiële vakantiedagen. 'Zo niet is het hoofddoekenverbod arbitrair, discriminerend en hypocriet.'
Enkel wanneer we de scheiding van kerk en staat consequent hanteren en de publieke sfeer levensbeschouwelijk neutraal maken, zal het bannen van specifieke religieuze symbolen of praktijken niet per definitie van 'islamofobie', 'antisemitisme' of 'racisme' worden verdacht
Het periodiek opduikende hoofddoekendebat is symptomatisch voor de onduidelijke en inconsistente wijze waarop in dit land het principe van de scheiding van kerk en staat wordt ingevuld. Aan die gedachte liggen nochtans twee heldere gedachten ten grondslag. Eén, er moet vrijheid van godsdienst bestaan, gegarandeerd door de overheid. Twee, de overheid laat zich niet leiden door de belangen en inzichten van specifieke groepen, maar door het algemene belang en neemt in levensbeschouwelijke kwesties dus een neutrale positie in.
In de Belgische context blijft echter de erfenis van de verzuiling doorwegen. Het principe van de levensbeschouwelijke neutraliteit van de overheid wordt hier traditioneel op een vreemde manier ingevuld. In plaats van voor een levensbeschouwelijk neutrale overheid koos men er voor, met overheidsmiddelen, alle relevante levensbeschouwingen een plaats te geven in die sferen waar de overheid tussenkomt. Van dat pluralisme in onderwijs, welzijnsvoorzieningen en cultuur wordt verwacht dat het garandeert dat geen levensbeschouwing de andere domineert en dat zo, via een omweg, ook het algemene belang wordt gediend.
In de praktijk botst die specifiek Belgische invulling regelmatig op haar grenzen. De halfslachtige keuze van het Gemeenschapsonderwijs om een hoofddoekenverbod in te stellen is kenmerkend voor die inconsistentie. Onderwijsjurist Jan de Groof wijst in De Standaard van 14 september terecht op de mogelijke tegenspraak van het concept 'actief pluralisme', dat een kernbegrip is in het pedagogische project van het Gemeenschapsonderwijs, met het recent ingestelde verbod op levensbeschouwelijke symbolen.
Seculier modelHet hoofddoekendebat biedt ons echter ook de gelegenheid om meer structureel duidelijkheid te scheppen in de verhouding tussen kerk en staat, tussen de overheid en de levensbeschouwingen. Als men vandaag in het onderwijs het argument van de neutraliteit en de scheiding van kerk en staat hanteert, dan dient men, vinden wij, die redenering consequent door te trekken binnen dezelfde sfeer (verticaliseren) én naar andere sferen (horizontaliseren). Zo niet is het hoofddoekenverbod arbitrair, discriminerend en hypocriet.
Een logische consequentie van het bannen van islamitische en, nemen we aan, andere levensbeschouwelijke symbolen of praktijken uit de publieke schoolsfeer is nu eenmaal dat men ook de levensbeschouwelijke lessen (islam, niet-confessionele zedenleer, katholieke godsdienst.) opheft. Indien men voor een seculier model kiest, dan dient men ook geen aparte zingevingsvakken meer te organiseren. De redenering moet worden doorgetrokken: alle kinderen volgen samen één zingevingsvak, waarin ze kennismaken met alle voor de samenleving relevante levensbeschouwingen. Dat is, lijkt ons, de logische consequentie: als je de hoofddoek verbiedt omdat je van de school een levensbeschouwelijk neutrale zone wilt maken, dat moet je die neutraliteit ook een fundament geven.
Een school moet, zoals kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen stelt, inderdaad een ruimte zijn die kan confronteren. Het Gemeenschapsonderwijs dient leerlingen voor te bereiden op het in hun latere leven maken van onderbouwde levensbeschouwelijke keuzes. Dat gebeurt volgens ons het best door ze met alle relevante levensbeschouwingen in aanraking te brengen. Dat doe je niet via aparte zingevingslessen op basis van specifieke levensbeschouwingen, maar via geïntegreerde levensbeschouwelijke vakken.
Het verbod dat het Gemeenschapsonderwijs in de scholen invoert, zal hoogstwaarschijnlijk een overloopeffect naar andere publieke sferen tot gevolg hebben. Dat is ook logisch en niet te vermijden: ook in andere publieke sferen wordt de gedachte van de scheiding van kerk en staat weinig consequent ingevuld. Wil men echter rechtvaardig en billijk zijn tegenover de islamitische burgers, dan is dit een uitgelezen kans om de redenering door te trekken.
Andere schendingen van het principe van de scheiding tussen kerk en staat worden immers wel ongemoeid gelaten. Denken we maar aan de 'erkenning' door de staat van erediensten. Of, de financiering van de erediensten. Waarom moet de overheid specifieke levensbeschouwingen een officiële erkenning geven en van middelen voorzien? Volstaat het niet dat de levensbeschouwelijke vrijheid wordt gegarandeerd, dat levensbeschouwingen in alle vrijheid hun boodschap mogen verkondigen? Waarom moet dat gebeuren met publieke middelen?
Of nog: de officiële vakantiedagen die gerelateerd zijn aan de feestdagen binnen het christelijke geloof. Wordt hier niet één specifieke levensbeschouwing voorgetrokken tegenover alle andere? En wat te denken van de demarche van gewezen minister van Justitie Laurette Onkelinx waarbij ze in 2002 het initiatief nam voor de creatie en samenstelling van een vertegenwoordigend orgaan voor moslims in België? Waarom houdt de overheid zich daarmee bezig? Komt het de aanhangers van de verschillende levensbeschouwingen niet toe zich te organiseren zoals hen dat wenselijk lijkt? Als een handvol religies wordt erkend, gesubsidieerd, gecontroleerd, en in het geval van de islam bij tijden gedirigeerd, waar blijft dan de scheiding van kerk en staat?
Vrijwaren van lekenstaatIndien men het principe van de scheiding van kerk en staat enkel en alleen hanteert wanneer het de islam en de moslims betreft, dan valt het moeilijk niet te concluderen dat andere motieven in het spel zijn dan het willen vrijwaren, of installeren, van de lekenstaat. Als het principe wordt gebruikt om één specifieke groep te viseren, dan begeven we ons in het doodlopende straatje van de identiteitspolitiek. Dan gaat het om een machtsspel dat niets met de lekenstaat van doen heeft, maar alles met het in stand houden van een Leitkultur.
In dit land is door de vrijzinnigheid de historische fout gemaakt zich in een zuil te verenigen. Daarom is het secularisme altijd een 'verticale' aangelegenheid gebleven. Het uitblijven van een horizontalisering van de scheiding van kerk en staat heeft ervoor gezorgd dat religies constant op het terrein komen van de politiek en omgekeerd. Die spanning is niet nieuw en zal niet weggaan met de aanwezigheid van een assertieve salafistische islam en de opkomst van een mogelijk even assertief evangelisch christendom.
Enkel wanneer we het principe van de scheiding van kerk en staat consequent hanteren en de publieke sfeer daadwerkelijk levensbeschouwelijk neutraal maken, zal het bannen van specifieke symbolen of praktijken van expliciete religiositeit, niet per definitie van 'islamofobie', 'antisemitisme' of 'racisme' worden verdacht. Laten we voluit de kaart trekken van het secularisme.