Hoofddoekenverbod met succes aanvechten kán

10/09/09, 08u22

Advocaat Abderrahim Lahlali analyseert het verslag van de auditeur bij de Raad van State, die het verbod "onwettig" noemt. Hij is ook woordvoerder van Divers&Actief, de vereniging die twee jaar geleden in Gent het burgerinitiatief organiseerde tegen het invoeren van een hoofddoekverbod voor het stadspersoneel. Moeten scholen het hoofddoekenverbod schorsen? De auditeur van de Raad van State adviseert alvast van wel, en volgens advocaat Abderrahim Lahlali is het niet meer dan logisch dat de uitspraak volgende dinsdag gehandhaafd zal blijven: "De auditeur doet niets anders dan de rechtspraak van de Raad van State in een andere recente zaak onderschrijven."

  •  Het standpunt van de Vlaamse minister van Onderwijs is juridisch al lang achterhaald. Pascal Smet moet zijn ministeriële verantwoordelijkheid nemen 
In 2007 werd er in Gent gedebatteerd over het invoeren van een gemeentelijk reglement houdende een verbod voor het stadspersoneel voor het dragen van een een hoofddoek. Ik stel vast dat hetzelfde debat opnieuw wordt gevoerd, zij het nu in het Gemeenschapsonderwijs.

Om een hoofddoekenverbod in te voeren schermt de directeur van de Antwerpse athenea met het "neutraliteitsbeginsel"en met het principe van scheiding tussen kerk en staat. Om hun beslissing kracht bij te zetten onderlijnt men de "dominante" en "agressieve" houding van de moslimmannen die terzake hun moslim-zusters en ¿dochters onder zware psychologische en zelfs fysieke druk zouden zetten om een hoofddoek te dragen. Voornoemde argumenten zijn "drogredenen".

De vraag die we ons moeten stellen is deze: worden door het dragen van een religieus symbool ¿ wat een hoofddoek is ¿ de principes van de scheiding kerk-staat en de neutrale overheid geschonden? Uiteraard niet. De neutrale overheid en de scheiding tussen kerk en staat zíjn belangrijke elementen in de secularisering van onze westerse samenleving. Door die secularisering verloor religie aan invloed op het maatschappelijk gebeuren en werd godsdienst als een individuele keuze naar de privésfeer teruggedrongen. Historisch en filosofisch zijn de neutrale staat en de scheiding tussen kerk en staat echter niet ontstaan om de religie en verschillende levensbeschouwingen uit het openbaar leven te verbannen.  Integendeel: deze principes moesten minderheden bestaansrecht geven en godsdienstvrijheid mogelijk maken.

Wederzijdse onafhankelijkheid
De scheiding tussen kerk en staat vormt dus een essentieel normatief politiek-filosofisch principe om een pluralistische samenleving op uit te bouwen. Dit garandeert dat de de samenleving niet door één levensbeschouwing ingepalmd wordt en dat de samenleving zich inhoudelijk niet kan bemoeien met levensbeschouwelijke kwesties. Er bestaat echter geen consensus over de manier waarop de neutraliteit van de overheid in de praktijk moet worden omgezet. Betekent het dat de overheid zich niets van de levensbeschouwingen moet aantrekken (de Amerikaanse hands-off-benadering), betekent het dat de overheid inspanningen moet leveren om de publieke ruimte van levensbeschouwelijke elementen te zuiveren (Franse laïcité-benadering) of betekent het dat de overheid zich moet inzetten om de verschillende levensbeschouwingen op een gelijke manier te ondersteunen (actief pluralisme)?

Als we even inzoomen op de juridische situatie van ons land, blijkt duidelijk dat noch het laïcité-model, noch de hands-off-aanpak gebetonneerd zit in onze regelgeving. Specialisten typeren de verhouding tussen kerk en staat in België niet als een scheiding, maar als een wederzijdse onafhankelijkheid. Twee voorbeelden illustreren dit: (1) De gemeenten of provincies zijn wettelijk verplicht om financiële tekorten van erediensten of levensbeschouwingen te dekken. (2) Art. 24 van de grondwet bepaalt dat het onderwijs vrij is en art. 24,§3 van de grondwet bepaalt dat alle leerlingen die leerplichtig zijn, ten laste van de gemeenschap recht hebben op een morele of religieuze opvoeding. In uitvoering hiervan subsidieert de overheid het vrije onderwijs en biedt het gemeenschapsonderwijs de mogelijkheid om religieuze vakken te kiezen. Dit model van actief pluralisme veronderstelt dat er inspanningen moet worden gedaan om echt open te staan voor de ander.

In casu noemt de auditeur bij de Raad van State het hoofddoekenverbod in het Antwerpse Atheneum "onwettig" (DM 09/09). De auditeur doet niets anders dan de rechtspraak van de Raad van State in een andere recente zaak onderschrijven. Een leermeester islamitische godsdienst werd door een scholengroep van het gemeenschapsonderwijs om dringende redenen ontslagen omdat zij in strijd met het schoolreglement weigerde de hoofddoek af te leggen buiten het klaslokaal. De Raad van State heeft deze beslissing vernietigd bij arrest nr. 195.044 van 2 juli 2009. Het ontslag is enkel gesteund op de niet-naleving van een algemeen principieel verbod op het dragen van de hoofddoek buiten de godsdienstles, waarvan de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs argumenteert dat het is op te vatten als een "invulling" van de neutraliteitsverklaring in het gemeenschapsonderwijs. De Raad van State stelt vast dat het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs de bevoegdheid om de neutraliteitsverklaring op te stellen uitdrukkelijk heeft toegewezen aan de Centrale Raad van het Gemeenschapsonderwijs en aan de aparte scholengroepen geen bevoegdheid heeft opgedragen om daarover algemene regels te stellen. Het schoolreglement gaat uit van een daartoe onbevoegde overheid.

Het GO!-onderwijs

Dat naar analogie de Raad van State in de kortgedingzaak tegen het Antwerpse atheneum volgende dinsdag bij arrest het schoolregelement houdende een hoofddoekenverbod zal schorsen is een juridisch feit. Met verbazing hoor ik vandaag de scholengroep van het Gemeenschapsonderwijs stellen dat men pas na het lezen van de argumenten van het arrest zal beslissen om daar al dan niet gevolg aan te geven. Mag ik er als jurist op wijzen dat arresten van de Raad van State anders dan de uitspraken van de gewone rechtscolleges een "ergo omnes"-werking hebben? Als het schoolregelement wordt geschorst, wordt het als het ware uit onze rechtsorde gehaald en iedereen die het bestaan van betreffend reglement moest erkennen, moet thans erkennen dat het reglement niet meer bestaat en in voorkomend geval daarvan de gevolgen dragen. Wat inhoudt dat leerlingen met een hoofddoek toegang moeten krijgen tot de schoolbanken. In een ruimere context kunnen ook leerlingen van andere scholen waar een gelijkaardig verbod geldt de jure het hoofddoekenverbod succesvol aanvechten.

Dus ook het standpunt van de Vlaamse minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) dat de Centrale Raad van het Gemeenschapsonderwijs ¿ het GO!-onderwijs ¿ zijn scholen vrij moet laten om individueel te beslissen om al dan niet een hoofddoekenverbod in te voeren is juridisch al lang achterhaald. Dienaangaande moet Smet zijn ministeriële verantwoordelijkheid nemen.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />