Zijn de Vlaamse Huizen in het buitenland hun geld waard?

04/09/09, 08u09

VRT-journalist Guy Janssens vraagt duidelijker Vlaams buitenlandbeleid in overleg met federaal niveau. Tussen 2001 en 2003 was hij Vlaams vertegenwoordiger in Den Haag. Met het ontslag van Philippe Fontaine als directeur van het Vlaams Huis in New York is de tijd rijp voor "een debat over het Vlaamse buitenlandbeleid en de Vlaamse buitenlandse vertegenwoordigingen", vindt Janssens.

  •  Het departement Buitenlandse Zaken beschouwt buitenlands beleid nog altijd als "chasse gardée" van het federale België. Dat de huidige federale minister van Buitenlandse Zaken Yves Leterme heet, is een "window of opportunity". Als gewezen Vlaams minister-president kent hij de problematiek 
De Vlaamse huizen in het buitenland, en bij uitbreiding het Vlaamse buitenlandbeleid, liggen onder vuur na de gebeurtenissen met Flanders House in New York en het ontslag van directeur Philip Fontaine (DM 3/9). Dat buitenlandse beleid is erg jong. Het vloeit voort uit het Sint-Michielsakkoord van 1993, dat stipuleerde dat Vlaanderen de gewest- en gemeenschapsmateries waarover het in eigen land bevoegd is ook kan verdedigen in het buitenland, en er verdragen over kan afsluiten volgens het principe in foro interno, in foro externo. Die bevoegdheden zijn, zoals bekend, ruim. Dat gaat van onderwijs en cultuur over leefmilieu en mobiliteit tot werk en welzijn.

De toenmalige Vlaamse regering, onder leiding van minister-president Luc Van den Brande, begon snel met het in de praktijk brengen van die principes. Het resultaat daarvan was de oprichting van een eerste Vlaams Huis, in Den Haag in 1999. Helaas heeft Van den Brande niet meer zelf het genoegen mogen smaken om het openingslintje door te knippen. Zoals bekend kwam in datzelfde jaar op alle Belgische bestuursniveau"s paars aan de macht, zodat de eer van de opening was weggelegd voor de kersverse Vlaamse minister-president Patrick Dewael.

De vraag die zich stelt, is: moeten de bevoegdheden van gewesten en gemeenschappen in het buitenland nu per se worden uitgedragen door eigen vertegenwoordigingen? Zijn de federale diplomaten niet mans genoeg om dat te doen? Met andere woorden, zijn die Vlaamse huizen en het personeel dat erin werkt hun geld waard?

Om te beginnen is er destijds gekozen om op Vlaams niveau gewest en gemeenschap samen te smelten, zodat we één Vlaams parlement en één Vlaamse regering kregen. Dat om redenen van herkenbaarheid en efficiëntie in eigen land. De keuze om dat ook in het buitenland te doen snijdt dus hout. In een (beperkt) aantal landen zijn Vlaamse huizen opgericht, precies om het bestaan van onze regio ook in het buitenland uit te dragen. Er zijn Vlaamse vertegenwoordigingen in onze onmiddellijke buurlanden (Nederland, Frankrijk, Duitsland, Engeland), en daarnaast ook in Oostenrijk, Polen en Spanje. In het verdere buitenland is er een Vlaamse vertegenwoordiging in Pretoria en is er het intussen beruchte Flanders House in New York. Ooit was er een vertegenwoordiger bij de Belgische ambassade in Washington, maar die post is al een paar jaar niet ingevuld. Last but not least heeft Vlaanderen vertegenwoordigers bij de Europese Unie en bij de internationale organisaties in New York.

In totaal zijn er nu tien Vlaamse diplomaten in het buitenland die als het ware "hoofd van een missie" zijn. Het aantal vertegenwoordigingen is dus al bij al nogal beperkt. Voor zover ik weet, is het niet de bedoeling van de Vlaamse regering om elke federale ambassade in het buitenland met een eigen Vlaamse tegenpool te gaan "dubbelen". Daarover is in ieder geval geen sprake in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord.

Verder zijn er in het buitenland negentig Vlaamse handelsvertegenwoordigers. Vroeger waren die er ook, maar opereerden ze onder Belgische vlag. Sinds de regionalisering van de buitenlandse handel hebben ze een Vlaams petje op. Maar hier is geen uitbreiding van de Vlaamse vertegenwoordigers as such. De vertegenwoordigers zelf hebben een uiterst beperkte staf: een secretaresse, soms een medewerker. Het gaat dus niet om uitgebreide "ambassades" met veel personeel.

Ik ben zelf van begin 2001 tot begin 2003 Vlaams vertegenwoordiger geweest in Den Haag. Met Nederland heeft Vlaanderen heel wat varkentjes te wassen. De Scheldeverdieping, die niet van enig belang gespeend is voor de Vlaamse economie, is er een van. Daarnaast zijn er de uitgebreide taal- en culturele materies. Een Vlaamse diplomatieke vertegenwoordiger die rechtstreeks toegang heeft tot de bevoegde Vlaamse ambtenaren en snel kan rapporteren, is hier zeker geen overbodige luxe.

Samenwerking met de federale ambassadeurs is een kwestie van persoonlijke relaties. Soms loopt dat goed, soms minder. Tegenwerking op het terrein zou uit den boze moeten zijn, want dat is contraproductief: waar er zowel een Vlaamse als een federale vertegenwoordiging is, moet er aan één zeel worden getrokken om de gezamenlijke Vlaams-Belgische belangen te verdedigen. Als er in een buitenlandse post tegenwerking is, dan is het eindresultaat negatief. Dan is het weggegooid geld.

Een belangrijke taak voor de Vlaamse vertegenwoordigers is "Vlaanderen op de kaart zetten". In de praktijk komt dat erop neer op zoveel mogelijk plaatsen gaan uitleggen hoe dat nu precies zit met die Vlaamse bevoegdheden. Ook in Nederland is dat geen vanzelfsprekende opdracht. Voor de meeste Nederlanders zijn er enkel "Belgen" en is er uitsluitend "België". Het officiële Nederland bekijkt het allemaal van op een afstand en vreest vooral zich te mengen in wat het beschouwt als Belgische binnenlandse aangelegenheden.

Chasse gardée
De gebeurtenissen bij Flanders House zijn een goede gelegenheid om het debat over het Vlaamse buitenlandbeleid en de Vlaamse buitenlandse vertegenwoordigingen te openen. Op dit moment is het niet duidelijk welke kant de Vlaamse regering op wil. Dat heeft allicht ook te maken met de onzekerheid over de vraag welke kant het uiteindelijk op zal gaan met de staatshervorming. Goed overleg en goede afspraken met het federale departement Buitenlandse Zaken zijn ook geen overbodige luxe. Dat moet dan wel van twee kanten komen. Buitenlandse Zaken beschouwt het buitenlandse beleid immers nog altijd als chasse gardée van het federale België.

Het feit dat de huidige minister van Buitenlandse Zaken Yves Leterme heet, is een window of opportunity. Als gewezen minister-president van de Vlaamse regering en partijgenoot van Vlaams minister-president Kris Peeters, die bevoegd is voor het Vlaamse buitenlands beleid, kent hij de problematiek.

Ten slotte nog dit: de afgelopen maanden is er vooral vanuit Franstalige kant regelmatig het verwijt geweest dat Vlaanderen bekrompen en in zichzelf gekeerd zou zijn. Misschien dat eigen Vlaamse vertegenwoordigingen in het buitenland kunnen meehelpen om dat beeld recht te zetten.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />