Serge van duijnhoven over de waarde van Simon Vinkenoogs literaire nalatenschap. Serge van Duijnhoven (1970) is dichter, schrijver en historicus. Tevens frontman van de band Dichters Dansen Niet.
Simon Vinkenoog (1928-2009) zou vandaag, op de dag van zijn begrafenis, 81 jaar zijn geworden. Serge van Duijnhoven neemt afscheid van de Amsterdamse dichter. "Voor liefhebbers van het wit en de stilte was Simon veel te luidruchtig. Maar wie bereid was zijn eerste indruk aan de kant te schuiven, die hoorde een authentiek en bijna ongefilterd muzikaal geluid van ongekende weelde en intensiteit".
Theodor Holman, de bekende columnist van Het Parool, poneerde enige tijd geleden op zijn weblog: "Als er ooit een biografie van Simon Vinkenoog verschijnt, durf ik te beweren dat het een van de interessantste schrijversbiografieën in Nederland zal worden." Holman had de tachtigjarige dichter kort daarvoor, op een doordeweekse avond, mogen interviewen in Helmond, onder de rook van Eindhoven, voor een publiek van 600 (sic!) man. Verrukt vroeg Holman zich af welke andere schrijver er in Amsterdam nog zoveel volk op de been zou weten te brengen voor een verkwikkend avondje lyriek.
Aan publieke belangstelling heeft het Simon Vinkenoog nooit ontbroken. Aan bijval en waardering uit het wereldje van de "eliteratuur" des te meer. Vanaf het begin, bij zijn stormachtige entree in letterland begin jaren vijftig, was hij controversieel. Het overgrote deel van het recensentendom vond zijn eerste boeken "verwerpelijk", "weerzinwekkend", "narcistisch" en geschreven in "erotisch jagerslatijn". Alleen Gerrit Kouwenaar en Louis Paul Boon wisten Vinkenoogs stormachtige geluid op waarde te schatten.
De literaire critici in de lage landen waren uiterst gereserveerd, om niet te zeggen vijandig, en ze zijn dat ook gebleven. Zijn collega-Vijftigers zijn, op de top van de Parnassus, inmiddels allemaal overladen met prijzen, eretekens en penningen. Aan Vinkenoog - die voor velen van hen het pad had geëffend - ging deze ereparade voorbij. "Misschien is het wel nooit Vinkenoogs ambitie geweest tot de top te behoren", schreef Daniëlle Serdijn deze week in de Volkskrant. "Over de kunstenaars op Ruigoord (culturele vrijhaven bij Amsterdam, red.), waar Vinkenoog vanaf het allereerste moment regelmatig te vinden was, zei hij dat het heerlijk was om tussen mensen te zitten die hun kunst uitvoeren, zonder doel, zonder hogerop te willen komen of zonder professional te willen worden, maar die zich uiten voor de lol van het moment. Spelend en bizarre plannen uitvoerend. Dat plezier vond hij veel belangrijker dan een prijs. Dichten moet vanzelf gaan, vond hij, het is niet goed om maar te blijven sleutelen."
Voor verbittering had Vinkenoog geen talent, verklaarde uitgever Vick van de Reijt na zijn overlijden. Maar het stak de dichter wél dat zijn monumentale verzencollectie Vinkenoog Verzameld, afgelopen najaar verschenen in ruim 1.200 pagina"s, door alle literaire redacties van de landelijke dagbladen werd doodgezwegen.
Alternatief circuit
In de loop van de tijd werd Simon Vinkenoog, ooit prominent protagonist en facilitator van het eerste plan, steeds meer naar de coulissen van het alternatieve circuit gedreven. Of hij daar thuishoorde is een ding. Maar dát hij zich daar thuisvoelde, is zonneklaar. En eigenlijk gedijde hij daar meer dan ooit tevoren. Hij bloeide er open, vond zijn stem en zijn missie, en met de komst van het internet en de weblogs, ook het medium dat hem op de buik was geschreven. En, niet onbelangrijk: hij vond er zijn publiek. Dat hem in behoorlijke getale trouw volgde. Van dag tot dag. Optreden tot optreden. Notitie tot notitie. Gedicht tot gedicht.
Het is te hopen dat een van Vinkenoogs uitgevers - wie dat ook moge zijn, want de dichter was gedwongen zijn talrijke manuscripten te spreiden over De Bezige Bij, Passage, Nijgh & Van Ditmar en nog vele anderen - de moed toont om een postume uitgave te maken met een selectie uit des schrijvers nauwgezet bijgehouden weblog Kersvers op zijn webstek www.vinkenoog.nl. Het is kostelijk, boeiend en frappant leesvoer dat op ongedwongen wijze heen en weer springt tussen zaken van triviale, politieke, filosofische, literaire en persoonlijke aard. Alle dagen kon je, sinds 2004, zijn waarnemingen volgen. Gratis en voor niets, je hoefde alleen maar even je computer aan te zetten en te surfen. De plaatjes, de kunst, de context, zijn stem, bewegend beeld, de meer dan vijftig omslagen van Blur, foto's of uit het verre verleden, citaten uit de wereldliteratuur : alles was voorhanden. Alles werd verstrekt en bijgehouden. Nauwgezet, bruisend, integer, onaflatend en met humor, stijl en jouissance. Mocht er een Librisprijs voor literaire weblogs zijn: Vinkenoog zou hem de afgelopen vijf jaar iedere keer hebben gewonnen.
Heel even leek Vinkenoogs moment de gloire in het paleis van de belleterie dan toch aangebroken, toen Gerrit Komrij in 2004 onverwachts opstapte als Dichter des Vaderlands, en Simon ad interim tot diens opvolger werd verkozen. Alleen: NRC Handelsblad en Poetry International, de organen die zo'n verkiezing normaal gesproken orchestreren, weigerden hem de titel officieel toe te kennen. Toen de jonge kroonprins van het light verse, Ingmar Heytze, aan Vinkenoog vroeg of hij het niet erg vond dat hem een ad interim laureaatschap zonder officiële status was toebedeeld, antwoordde de maestro laconiek: "Nou en? Het hele leven is ad interim!"
De waarde van Vinkenoogs literaire nalatenschap zit hem ongetwijfeld niet in de puntgave uitwerking van zijn gedichten, de postmodernistische gelaagdheid van zijn teksten of de taligheid van zijn stijl. De man was een vulkaan die alle dagen rookte, rommelde en vuur spuugde. Zijn drift om - gewapend met een spontane geest, een spiedend oog en een uitmuntend gevoel voor rhythmus - verslag te doen van het leven in al zijn facetten, was even maniakaal als zijn op testamentische wijze uitgedragen levensvreugde. Voor liefhebbers van het wit en de stilte, de compactheid en bezinning, was Simon veel te luidruchtig. Maar wie bereid was zijn eerste indruk of zijn vooroordelen aan de kant te schuiven, die hoorde een authentiek en bijna ongefilterd muzikaal geluid van ongekende weelde en intensiteit.
Pionier
Literair gezien was Vinkenoog een katalysator, inspirator, orator en literator van onontkoombare betekenis. Hij was een pionier op het gebied van de beat poetry, een wegbereider van de performing poetry, een icoon van wat de Duitsers zo mooi Lautpoesie noemen. Maar daarnaast, en ik denk dat je moet schrijven bovenal, was deze ongebreideld energieke literator een meticuleus verslaggever van zijn eigen leven en de tijd waarin hij leefde. Wat hij aan de wereld nalaat, is niet alleen een oeuvre van tientallen boeken en talloze literaire publicaties, maar een gans historisch archief van kolossale proportie. In het Instituut voor Sociale Geschiedenis aan de Cruquiusweg in Amsterdam, liggen ettelijke kubieke meters aan bronnenmateriaal opgeslagen die Simon er zelf nog naartoe heeft gesleept. Duizenden foto's, mappen, knipsels, manuscripten, briefwisselingen, dagboekverslagen, gedichten, notities, tijdschriften, facsimile uitgaven en overige konterfeitsels die de de voormalige "Special Delivery Archivaris" van de UNESCO in de loop van zestig hyperproductieve jaren fabriceerde, verzamelde en bewaarde.
Neerlandici en historici, sociologen en cultuurfilosofen, hebben met de nalatenschap van Vinkenoog een ongekende schat aan bronnenmateriaal voorhanden waar men in de rest van deze eeuw nog volop mee uit de voeten zal kunnen. Het bestuderen en canoniseren van de nog immer nasissende lavastroom die deze grote vulkaan van het geschreven en gesproken woord gedurende zijn bijna eenentachtig jaren heeft voortgebracht, lijkt met de dood van de dichter nu dan eindelijk begonnen.

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.