Dromen van een Vlaamse Jack Lang

17/07/09, 08u26
  •  Een intendant-minister is niet wat we nodig hebben. Maar in elk geval wel iemand met cultuur in het lijf. Want dat was nog het meest stuitende aan dat optreden van Schauvliege: die naïviteit, dat gebrek aan ruggengraat 
Didier Wijnants, cultuurmedewerker en jazzrecensent van De Morgen, bepaalt de kwaliteiten van een goede cultuurminister.

De spontane reactie van Erwin Mortier en Tom Lanoye op het televisieoptreden van Joke Schauvliege is begrijpelijk én overdreven, vindt Didier Wijnants. Want moet een cultuurminister écht iemand zijn die de sector al goed kent, zoals Lanoye vraagt? 'Juist omdat de cultuursector zo'n kluwen van tegenstrijdige belangen is, is iemand uit de sector voor velen een potentieel gevaar.'

Erwin Mortier en Tom Lanoye lieten er geen gras over groeien na de vuurdoop van Joke Schauvliege op televisie. Mortier herdoopte de kersverse minister in De Morgen meteen tot 'Schouwvliegje' en maakte zich in zijn gebruikelijke virtuoze bewoordingen vrolijk over haar gestuntel. "(Ik) slikte (...) deemoedig toen ik Kneusje Cultuur hoorde verkondigen dat ze haar laatste theatervoorstelling nog maar een maand of zes geleden had gezien, tienduizend politieke eeuwigheden geleden, in haar thuisbasis Evergem in Gent."

Dat was natuurlijk scoren voor open doel, niet echt een fijne dribbel. In al haar naïviteit was Schauvliege middenin de vuurlijn gaan staan. Ze was domweg ingegaan op een concrete (en niet eens zo relevante) vraag van de journalist, kennelijk niet handig genoeg om het glad ijs te vermijden. Want ben je per definitie een cultuurbarbaar als je niet frequent naar theater gaat? Je kunt ook lezer zijn, of muziekliefhebber, of bezoeker van tentoonstellingen. Nee, zo slim was Schauvliege niet, en dus werd meteen duidelijk dat we weer eens een Minister van Cultuur hebben die zelf geen greintje cultuur in haar lijf heeft.

Patrick Dewael kon dat destijds iets beter verbergen. Bert Anciaux niet helemaal, die werd in zijn beginjaren ook op hoongelach onthaald. Ook hij heeft pas na jarenlange onderdompeling een beetje respect afgedwongen van deze ongenadige sector.

Roep naar ervaring
Tom Lanoye heeft zijn verontwaardiging intussen al een beetje gemilderd en verduidelijkt waar het eigenlijk om draait. In De Standaard vroeg hij: "Kunnen ze niet iemand binnenhalen die de sector door en door kent? Zoals Gerard Mortier, Jari Demeulemeester of Eric Antonis, die toch veel betekend heeft als Antwerps schepen van Cultuur? Zij kennen de moeilijkheden die bestaan tussen publiek, politiek en kunst."

Lanoye heeft wel een punt. Waarom moet dit departement altijd opgezadeld worden met neofieten? De cultuursector is ontzettend complex, een ingewikkeld kluwen van tegenstrijdige gevoeligheden en belangen die allemaal hun rechten hebben. Voor een buitenstaander duurt het jaren om dat te doorgronden. De roep naar een minister vanuit de sector ligt dus voor de hand. Maar ook dat is niet evident. Juist omdat de cultuursector zo'n kluwen van tegenstrijdige belangen is, is iemand uit de sector voor velen een potentieel gevaar.

Intendant is geen politicus
Neem bijvoorbeeld een Gerard Mortier. Dat is in hart en nieren een intendant, geen politicus. Een intendant opereert eigenlijk als een verlicht despoot: hij maakt scherpe artistieke keuzes, effent het pad daarvoor, kiest radicaal voor zijn (subjectieve) artistieke visie. Dat werkt uitstekend in een kunstencentrum, een kunstenfestival, een operahuis, een theatergezelschap. Maar niet voor de sector in zijn geheel, zelfs niet als je je beperkt tot de kunsten alleen. Want kom zo'n intendant maar eens tegen in de functie van minister, die aan het eind van beoordelingsrondes de financiële knopen mag doorhakken. Je kunt dan maar beter dicht in zijn buurt staan qua artistieke visie. En het is niet goed voor de diversiteit, toch een van de belangrijkste kenmerken van een sterk cultuurlandschap.

Een intendant-minister is dus niet wat we nodig hebben. Maar in elk geval wel iemand met cultuur in het lijf. Want dat was nog het meest stuitende aan dat optreden van Schauvliege: die naïviteit, dat gebrek aan ruggengraat. Een beetje zoals Bert Anciaux in het begin, maar minus zijn ontwapenende bevlogenheid. Meer ruggengraat is nodig, vindt Lanoye, want als het eropaan komt gaat Schauvliege in discussie moeten treden met mondige mensen, bijvoorbeeld met een Jeroen Brouwers of een Erwin Mortier. Dan kun je beter uit goed hout gesneden zijn, belezen, met verfijnde manieren, af en toe een beetje lucide, zoals een Jack Lang (veelgeprezen Frans cultuurminister tijdens de jaren tachtig, ), een Frédéric Mitterrand (huidig Frans cultuurminister) of een Ronald Plasterk (Nederlands minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).

Meer ruggengraat, meer verfijning, zeker. Maar waarom zouden we die eis beperken tot de minister van Cultuur? Moeten we dat ook niet eisen van de minister van Financiën en die van Pensioenen, om maar enkelen te noemen? En mogen we de bal ook niet eens terugkaatsen naar de vrt-journalisten met wie het Schauvliegeverhaaltje begon? Kunnen we van hen niet verlangen dat ze wat lucidere vragen stellen? Vragen die er een beetje toe doen. Zoals de vraag of een goed cultuurbeleid niet ook de bevoegdheid over Media veronderstelt. Of een vraag naar verduidelijking van wat het regeerakkoord over cultuur zegt. Want nu hebben die journalisten er zelf een karikatuur van gemaakt door alleen op het persoontje te spelen.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />