De terugkeer van het malgoverno
Veel loopt onheilspellend parallel met het malgoverno van dertig jaar terug, met zijn gigantische staatsschuld, gedumpte bruggepensioneerden en opgeblazen overheidsapparaat
Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van het Itinera Institute, een onafhankelijke denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming, over het federale, Vlaamse en Waalse begrotingstekort.De federale begroting stevent af op een alarmerend tekort van minstens 18 miljard euro (DM 14/7). Ivan Van de Cloot ziet beleidsplannetjes in plaats van krachtdadig relancebeleid. Ook gewestelijk. Krijgt Peeters II het voordeel van de twijfel, dan is Van de Cloot vernietigend voor het Olijfboomakkoord van de Franstaligen.
De ontnuchtering na het campagnegeraas van de regionale verkiezingen komt sneller dan verwacht. Gisteren werden de rampzalige cijfers bekend voor het federale tekort, dat tot 18 miljard euro zou oplopen. Des te erger is het besef dat het deels te wijten is aan een zo weinig intelligent ontworpen relancebeleid. De OESO berekende de maatregelen voor België op 1,6 procent van het nationale inkomen, waarvan 1 procent minder inkomsten en 0,6 procent meer uitgaven. De effectiviteit van de Belgische maatregelen is om verschillende redenen beperkt.
Ten eerste wijst empirische analyse sowieso aan dat lastenverlagingen een veel kleiner effect op de korte termijn ressorteren dan uitgavenverhogingen. Bovendien bestaan de Belgische uitgavemaatregelen voor 0,5 procent uit transfers naar de gezinnen (zoals hogere uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid) en slechts voor 0,1 procent uit regelrechte investeringen, terwijl enkel die laatste (zeker in crisistijden) een multiplicatoreffect hebben van meer dan één. Wie het intuïtief onmogelijk acht dat macro-economisch beleid de excessen van jaren kan wegwerken heeft wellicht deels gelijk. We moeten sowieso door een periode van hogere werkloosheid en lagere economische prestaties. Terwijl de slechte economische omgeving leidt tot een onderbenutting van de Belgische economie van 5 procent tegen het einde van 2010, zal het relanceplan volgens de analyse van de OESO slechts 0,3 procent compenseren. Dat had met een betere invulling van dat plan een veelvoud kunnen zijn. Als de begroting in het rood gaat in naam van relance, dat het dan een goed relancebeleid is.
Terwijl de verkiezingskoorts een virtuele realiteit had gecreëerd waarbij de crisis bijna volledig genegeerd werd, klopt nu de realiteit opnieuw aan de deur. De zeepbel waarin de Vlaamse politici zich bevonden, is het eerst doorprikt. Op Vlaams niveau heeft men al duidelijk gemaakt dat de realisatie van alle geldverslindende beloftes moet wachten tot de tweede helft van de regeerperiode. Zover zijn de naweeën van de verkiezingskoorts nog niet gevorderd in het zuiden van het land. Daar slaagt men erin een regeerakkoord van 264 pagina's neer te pennen dat geen enkel cijfer bevat behalve de bladnummering. In Brussel en Wallonië lijkt de politiek de doelstelling om in 2014 weer een begroting in evenwicht te presenteren niet echt ernstig te nemen. Van een hersteltraject voor de openbare financiën is in geen velden of wegen iets te bekennen.
Economisch gezien is een relancebeleid in een diepe crisis als de huidige gepast, maar de talloze beleidsplannetjes geven vooral een beeld van politici die goed zijn in het bedenken van nieuwe uitgaven zonder al te veel reflectie over de mate waarin die geldstromen effectief voldoen aan de voorwaarden van relancepolitiek. Een eerste voorwaarde die geschonden wordt, is tijdigheid. De zwaarste steun had al moeten plaatsvinden terwijl uitgaven in 2012 moeilijk nog tijdig genoemd kunnen worden voor een economische crisis ontstaan in 2008. Wat ook integraal deel had moeten uitmaken van een geloofwaardige relance is een hersteltraject voor de begroting. Bij afwezigheid daarvan is het gevaar groot dat de bevolking in een spaarkramp schiet omdat ze beseft dat politici geld uitgeven dat er niet is.
Alleen de Vlaamse akkoorden werpen enig licht op de wijze waarop de beheerders van het publieke geld de tering naar de nering denken te zetten. De eerste 620 miljoen euro besparing was gemakkelijk binnengehaald nadat de werkgevers al hadden aangegeven de jobkorting veeleer als een te missen luxemaatregel te beschouwen. Voor een tweede schijf van 600 miljoen wordt gerekend op een kostenreductie van 5 procent op werkingsmiddelen en 2,5 procent op loonkosten via niet-indexatie. Ver van te stellen dat die maatregelen tekortschieten, is het duidelijk dat we fundamentelere opties moeten overwegen. Het opleggen van jaarlijkse productiviteitsverbeteringen voor alle overheidsdiensten, waarbij de ambtenaren autonoom kunnen beslissen hoe die doelstellingen te bereiken, is een aan te prijzen methode die in het buitenland al met succes werd getest.
De Itinera-assen voor een nieuwe en betere overheid zijn alvast een intrede van een evaluatiecultuur waarbij een evenwichtige verbetering van prestaties mogelijk wordt door impact, kwaliteit en efficiëntie objectief te evalueren en de burgers te informeren over kwaliteit en resultaat, waarbij budgetten verbonden worden aan resultaten eerder dan aan noden. De politiek moet instaan voor de selectie van de doelstellingen, maar daarna is het essentieel de realisatie over te laten aan de administratie en op te houden met het koloniseren van die administratie door de politiek. Voldoening en motivatie van de ambtenaren dient bevorderd door taken te koppelen aan overeengekomen en concrete doelstellingen. Het behalen van resultaten moet duidelijk gevaloriseerd worden.
Vandaag staat dus een mateloze ontsporing van het budget weer centraal. Veel loopt onheilspellend parallel met de crisis van het vorige malgoverno van dertig jaar geleden, met zijn gigantische staatsschuld, gedumpte bruggepensioneerden en opgeblazen overheidsapparaat. Niet alleen sleuren we die geschiedenis nog altijd mee, we zijn volop bezig de volgende generatie eenzelfde juk aan te meten. Een en ander is te vermijden, maar dan moeten we nu de hand aan de ploeg slaan.