dmde gedachte

Het belang van ernst en rechtlijnigheid

 Hoewel er nu geklaagd wordt over het feit dat Vandenbroucke bijzonder koppig kon zijn, had hij ook wel vlug door dat je in onderwijsland niet veel kunt realiseren als je de drukkingsgroepen tegen je hebt 
Volgens Marc Hooghe, docent politieke wetenschappen aan de KU Leuven, is er meer aan de hand dan karakteriële botsing tussen Gennez en Vandenbroucke.

Het verdwijnen van minister Frank Vandenbroucke (sp.a) lokt heel wat negatieve reacties uit. Marc Hooghe probeert na te gaan waarom: was hij nu echt zo'n uitzonderlijke minister van onderwijs? Of zijn er gewoon te weinig intellectuele politici?

Het gebeurt niet zo vaak dat een ministerkeuze aanleiding geeft tot uitgebreide openbare polemieken; meestal worden dat soort dingen binnen de partij opgelost. Ook binnen de N-VA zal er heus wel tandengeknars zijn omwille van het feit dat een nieuwkomer als Philippe Muyters meteen de hoofdprijs wegkaapt, maar die onvrede wordt zorgvuldig binnenskamers gehouden. De reacties op het verdwijnen van Frank Vandenbroucke uit de Vlaamse regering blijven echter binnenkomen. Het gebeurt dan ook niet elke dag dat een viceminister-president, wiens verwezenlijkingen uitgebreid werden bewierookt in de campagne ("geen praat maar resultaat") en die ook nog een fraaie persoonlijke uitslag haalde, zomaar opzij wordt geschoven.

Het vreemde daarbij is dat de steunbetuigingen voor Vandenbroucke vooral van buiten zijn partij komen. De afgelopen jaren was er binnen de onderwijswereld nochtans veel kritiek op allerlei beleidsplannen van Vandenbroucke, maar al bij al was er toch ook behoorlijk wat waardering. Dat heeft in de eerste plaats te maken met eigenbelang: de onderwijswereld heeft baat bij een sterke minister die binnen de begroting van de Vlaamse regering voldoende middelen naar de scholen weet te draineren. Het Vlaams onderwijs heeft daarin de afgelopen twee decennia veel geluk gehad, met ministers als Daniël Coens, Luc Van den Bossche, Marleen Vanderpoorten en Vandenbroucke. Hoewel er nu geklaagd wordt over het feit dat Vandenbroucke bijzonder koppig kon zijn, had hij ook wel vlug door dat je in onderwijsland niet veel kunt realiseren als je de drukkingsgroepen tegen je hebt. Zijn plan om scholen voortaan open te houden tot 30 juni, in plaats van de kinderen reeds vanaf half juni op straat te zetten, werd in alle stilte afgevoerd toen bleek dat noch vakbonden noch directies zeer enthousiast waren om het tot op het einde van het schooljaar vol te houden.

Het zoeken naar een dergelijk draagvlak is onvermijdelijk in ons onderwijsbeleid, maar tegelijk slaagde Vandenbroucke er in een heel consequente socialistische visie op onderwijs te ontwikkelen. Daarbij ging het niet zozeer om de achterhaalde strijd tussen het vrij en het gemeenschapsonderwijs. De christelijke zuil was bij de afgelopen regeringsvorming helemaal geen vragende partij om het ministerie van onderwijs terug over te nemen, wat er op wijst dat de Guimardstraat best tevreden was over het gevoerde beleid. De visie van Vandenbroucke ging veel verder dan dit soort schermutselingen, en had betrekking op de rol van het onderwijs in de gehele samenleving.

Bron van ongelijkheid
Onderwijs is de belangrijkste bron van ongelijkheid geworden. Als we weten wat het onderwijsniveau van iemand is, dan kunnen we heel veel dingen uit de rest van de levensloop voorspellen. We weten dat lagergeschoolden vaker werkloos zullen zijn, minder zullen verdienen, minder gezond zullen leven en vroeger zullen sterven. Alle statistieken zijn in dat verband heel duidelijk en telkens opnieuw zien we dat onderwijs een sleutelrol speelt bij het bestendigen van deze ongelijkheid. Vandenbroucke heeft heel consequent die ongelijkheid proberen aan te pakken, gaande van het gratis lager onderwijs, de harde aanpak van het spijbelen (het zijn immers vooral kinderen uit minder gegoede milieus die hiervan het slachtoffer zijn), de rem op dure schoolreizen tot en met de nieuwe outputfinanciering in het hoger onderwijs.

Uiteraard kwam er vanuit de scholen soms heel felle kritiek op die plannen, maar het voordeel van Vandenbroucke als minister was ten minste dat hij consequent en dus voorspelbaar was. Het ging bij hem om het wegwerken van ongelijkheid en hij deed dat op structurele wijze. Andere ministers zouden allicht in de verleiding zijn getrapt om mee te doen aan dagjespolitiek door allerlei stoere uitspraken te doen over hoofddoeken op school en gelijkaardige thema's die gegarandeerd een fraaie quote in het televisiejournaal opleveren. Vandenbroucke liet dat soort mediastormen aan zich voorbij gaan en hield zich intussen bezig met een bijzonder saaie, maar potentieel bijzonder belangrijke hervorming als het hoger beroepsonderwijs.

Het merkwaardige is echter dat Vandenbroucke van zijn coalitiegenoten grotendeels carte blanche kreeg voor het uitvoeren van een zeer ideologisch gedreven agenda. Dat had onder meer te maken met zijn gecombineerde bevoegdheid van onderwijs en werk. 'Gelijke kansen in het onderwijs' werd zonder veel verpinken omgetoverd tot 'het ontwikkelen van elk talent', wat een ideale aansluiting met de arbeidsmarkt moest garanderen. Als een kind van twaalf jaar oud het beroepsonderwijs wordt ingestuurd omwille van de afkomst of de taal van de ouders, dan is dat een vorm van onrechtvaardigheid die de rest van het leven van dat kind zal tekenen. Maar vanuit economisch standpunt is het ook een suboptimaal gebruik van aanwezig talent. Juist als we willen streven naar een competitieve kenniseconomie (het stokpaardje van Kris Peeters) dan zullen we elk talent nodig hebben, en dan kunnen we geen talenten verloren laten gaan omwille van het feit dat ouders geen schoolreisjes van een eliteschool kunnen betalen.

Politicus van de vorige eeuw

Ook tegenstanders van Vandenbroucke lijken het er nu over eens te zijn dat de man mag bijgezet worden in de galerij van sterke ministers van onderwijs die Vlaanderen de afgelopen decennia heeft gekend. Terloops mag hier wel eens gezegd worden dat juist inzake onderwijs de Vlaamse Gemeenschap zich de afgelopen jaren heeft onderscheiden van de Franstalige Gemeenschap. Als de Vlamingen gewonnen hebben bij de opeenvolgende staatshervormingen, dan is het wel omdat we nu een van de beste onderwijssystemen ter wereld hebben.

Toch kan dat niet de enige verklaring zijn voor de huidige stemming. Ook andere vakbekwame oud-ministers mogen nu andere emplooi gaan zoeken, zonder dat daar veel ophef over is. Als het louter over vakbekwaamheid gaat is het ook niet zeker dat we veel verliezen: iemand als Ingrid Lieten heeft al duidelijk aangetoond dat ze in staat is een administratie te leiden.

De onmiddellijke aanleiding voor het ontslag is natuurlijk het feit dat Vandenbroucke niet past in de manier waar voorzitter Gennez greep wil krijgen op haar partij. Zijn rechtlijnigheid zorgde er immers al te vaak voor dat hij ook een dwarsligger was. Een partij als de CD&V heeft wel een zekere traditie in het cultiveren van een zekere animositeit tussen partijvoorzitter en leden van de regering, maar bij de sp.a heeft de factor partijdiscipline altijd veel zwaarder gewogen. Een voorzitter die al een stabiele machtsbasis heeft verworven kan zich gemakkelijker wat interne dissidentie veroorloven dan iemand die nog volop bezig is haar positie te versterken.

Toch is, van op enige afstand bekeken, veel meer aan de hand dan enkel een karakteriële botsing tussen Gennez en Vandenbroucke. We hebben veeleer te maken met het verdwijnen van een bepaald type politicus. Jean-Luc Dehaene merkte ooit op dat hij een 'politicus van de vorige eeuw' was, en daarom best van het politieke voorplan kon verdwijnen. Eigenlijk geldt hetzelfde voor Vandenbroucke: zijn combinatie van ideologische rechtlijnigheid, een schoolmeesterachtige aanpak en intellectuele ernst past niet zo in het huidige mediatijdperk. Intellectuelen zijn een gemakkelijk te verleiden kiespubliek: het volstaat af en toe haikoes te schrijven, volzinnen te debiteren over de wijnoogst in Toscane of een doctoraat te halen in Oxford, om als 'intellectueel politicus' door het leven te kunnen gaan en zowel het respect te verdienen van voor- en tegenstanders. België heeft altijd een rijke traditie gehad van dit soort intellectuele politici, maar het valt af te wachten wie die fakkel zal overnemen van Vandenbroucke.
14/07/09 08u20
      mailIcon Mail een vriend(in)      printIcon Printversie

deGedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant

 

Lees ook

Alles over

jouw lezersbrief in De Morgen?
stuur hem naar lezers@demorgen.be

http://the-acap.org/acap-enabled.php © De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.