Van verraad naar verraad naar de Vlaamse staat
VOKA-topman Muyters zal er geen moeite mee hebben om het Vlaamse staatsapparaat te ontvetten. En zolang de besparingen geen grote groepen in de samenleving treffen, zal het protest snel wegebben
Jos Bouveroux, jarenlang Wetstraatjournalist en ex-hoofdredacteur van het radionieuws, geeft Peeters II het voordeel van de twijfel.De gezichten van de nieuwe Vlaamse regering zijn bekend. Jos Bouveroux geeft Kris Peeters en zijn bewindsploeg het voordeel van de twijfel. Ook met de nieuwe aanpak van de communautaire problemen.
Er is over Bart De Wever al veel gezegd en geschreven. Misschien zelfs te veel. Hij moet er voor oppassen dat hij met beide voeten op de grond blijft en hij moet beseffen dat hij nu meer dan ooit het mikpunt zal worden van kritiek en (onderhuidse) aanvallen. Wie in Vlaanderen met zijn kop boven het gras uitsteekt, riskeert een flinke maaibeurt. Als ik het schouwspel van de afgelopen weken en dagen bekijk, schiet me steeds weer dat zinnetje binnen dat De Wever ooit in het parlement zei als repliek op Philip Dewinter. Hij zei toen letterlijk: "Van verraad naar verraad naar de Vlaamse staat".
Tiens, dacht ik: dat hebben de toenmalige VU-leiders, met Hugo Schiltz, minstens gedacht en zeker in de praktijk ook uitgevoerd. Ik weet niet of De Wever een al dan niet koele minnaar was van het Egmontpact (daarvoor was hij nog te jong) of van het Sint-Michielsakkoord. Ik vermoed dat hij er niet negatief tegenover stond. Wél was hij mateloos boos omdat de latere VU-top met Bert Anciaux en Patrick Vankrunkelsven de Lambermontakkoorden goedkeurden en daarmee de unieke kans uit handen gaven om een nieuwe grote stap te zetten in de staatshervorming. Na Lambermont wisten we immers dat de Franstaligen voor een tiental jaren uit de financiële nood waren en geen heil meer zagen in een verdere federalisering, zeker niet in de sociale zekerheid.
Nu zegt de nieuwe Vlaamse regering - geleerd door de chaos en de fouten na de verkiezingen van 2007 - dat ze wel vragende partij is voor een nieuwe dialoog. Maar ze gaat zeker niet op het gaspedaal staan en wacht geduldig tot de Waalse en Brusselse motor begint te sputteren bij gebrek aan brandstof. Intussen rijdt de Vlaamse wagen voort, zij het minder snel dan gepland en moet ze soms een omweg nemen, maar de Vlaamse auto blijft op koers. Dat is het opmerkelijke aan wat we nu zien. Terwijl de federale machine ronduit stilstaat en zelfs achteruitgaat, zijn de deelstaten actiever dan ooit.
Wie weet kan de Olijfboomcoalitie in Namen en Brussel (eindelijk) voor een nieuwe schwung zorgen en de PS met zijn wijdverbreide machtscenakels verplichten om nieuwe wegen in te slaan. Langzaam maar zeker beginnen we in een confederaal land te leven, waarbij de federale premier en de federale regering als het ware de uitvoerders en behoeders worden van de deelstaten.
Dat was de ultieme droom van Hugo Schiltz en de zijnen. Daarom wilden zij artikel 35 in de grondwet dat theoretisch zegt dat de federale staat 'slechts bevoegd is voor de aangelegenheden die de grondwet en de wetten haar uitdrukkelijk toekennen', Jean-Luc Dehaene, de Franstaligen (en het Hof?) zagen dat helemaal niet zitten en lieten er een zinnetje aan toevoegen: "In afwachting dat de wet de federale bevoegdheid heeft omschreven, geldt het omgekeerde". Je hoort het een pragmaticus als Dehaene zo zeggen. Het confederalisme was op papier althans naar de prullenmand verwezen.
Het valt daarom af te wachten wat er in de praktijk zal terechtkomen van de 'maximale invulling van de Vlaamse autonomie'. Dat er expliciet gekozen is voor delen van de sociale zekerheid (kinderbijslag en hospitalisatieverzekering), energiebevoorrading en een versterking van de Vlaamse aanwezigheid in de Rand en Brussel betekenen op korte en middellange termijn een serieuze aanval op de Franstalige stellingen.
Zowel di Rupo als Milquet hebben het doel van de Vlaamse regering goed begrepen: de verdere uitbouw van de Vlaamse staat valt niet meer te stoppen. Hoewel de prioriteit van de nieuwe Vlaamse regering duidelijk ligt bij besparingen en economische investeringen kan deze nieuwe aanpak van communautair gevoelige thema's er misschien toe leiden dat we na de federale verkiezingen (in 2011 of vroeger?) naar een onvermijdelijk gesprek gaan tussen de twee gemeenschappen en de drie gewesten. Premier Van Rompuy pleit er terecht voor niet te vervallen in agressiviteit en een vechtfederalisme. Maar het zou de nieuwe Vlaamse regering sieren als ze begint met serieuze, discrete en vertrouwenwekkende contacten te leggen met de andere deelstaten om het terrein af te tasten en voor te bereiden.
Kris Peeters maakte dankbaar gebruik van de besparingsnoodzaak om de 'eigen Vlaamse sociale zekerheid' zo dicht mogelijk bij 2011 te plannen. We hebben dus nog wat tijd om het Franstalige wantrouwen weg te masseren. Trouwens, nog dit jaar en zeker in 2010 zal blijken dat het in Vlaanderen ook niet rozengeur en maneschijn zal zijn. Tenslotte zullen de besparingen toch door iemand gevoeld moeten worden. De Vlaamse ambtenaren en het personeel van de talrijke Vlaamse overheidsbedrijven liggen altijd als eerste onder vuur. Mogen we sociale conflicten verwachten bij pakweg de Vlaamse administratie, de provinciale ambtenaren, De Lijn of de VRT?
VOKA-topman Muyters zal er geen moeite mee hebben om het Vlaamse staatsapparaat te ontvetten. En zolang de besparingen geen grote groepen in de samenleving treffen, zal het protest snel wegebben.
Peeters II krijgt voorlopig dus het voordeel van de twijfel, ook met de nieuwe aanpak van de communautaire problemen. Na het Sint-Michielsakkoord voorspelde wijlen Hugo Schiltz dat de motor van de Vlaamse Beweging niet langer de klassieke strijd- en cultuurverenigingen zou zijn, maar dat de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement die rol zouden overnemen. Eens temeer krijgt hij gelijk.