03/07/09, 08u17
-
Je mag het openluchtzwembad gerust een symbolisch stadsproject noemen. Het kost immers niet meer dan wat de Brusselse regering de vorige vijf jaar uitgaf aan jeugdopleiding van professionele en semiprofessionele voetbalclubs
Pascal Smet, uittredend Brussels minister belast met mobiliteit en openbare werken (sp.a), ziet een symboolproject ten bate van duizenden jongeren in de hoofdstad verloren gaan.Het eerste slachtoffer van de Brusselse regeringsformatie is gevallen: het al lang aangekondigde maar nooit gerealiseerde openluchtzwembad voor de hoofdstad. Het was een idee waarmee Pascal Smet (sp.a) in 2004 zijn entree maakte in de Brusselse politiek. 'Het openluchtzwembad, recht tegenover Thurn & Taxis is geen gimmick, maar een element in een stedenbouwkundige én sociale visie op de ontwikkeling van Brussel'.
Wie met Google Earth eens in vogelvlucht Brussel overvliegt, zal zeker een aantal openluchtzwembaden tegenkomen. Helderblauwe vlekken in het groen van de tuinen van privéwoningen in Sint-Pieters- en Sint-Lambrechts-Woluwe. Wie de kanaalzone overvliegt, ziet het donkergrijze water van dat kanaal zelf in het overwegend grijs en bruin van beton, aarde, autowrakken en bouwafval.
In Brussel wonen bijna 250.000 kinderen en jongeren jonger dan twintig. Drie kwart daarvan woont in gemeenten langs het kanaal. Dat is veertien keer zoveel als in Hasselt, dat een openluchtzwembad heeft, en twee keer zoveel als Amsterdam, dat er zeven heeft.
Brussel heeft geen openluchtzwembad, en als het van de onderhandelaars afhangt, komt er de volgende vijf jaar ook geen.
Quasi alle steden in Noordwest-Europa hebben meerdere openluchtzwembaden die minstens een vijftal maanden per jaar open zijn. In London is er zelfs één dat elke dag open is, 365 op 365. De steden die nog geen openluchtzwembad hebben, bouwen er één (bijvoorbeeld Kopenhagen en Parijs). Antwerpen heeft overigens al meer dan zeventig jaar een openluchtzwembad.
Waarom zou de volgende Brusselse regering het prioritair vinden dat in de kanaalzone, waar de meeste (kansarme) kinderen wonen en het minste groen en publieke ruimte is, een materialendorp en logistiek centrum gebouwd wordt? Een centrum dat vrachtvervoer aantrekt en de lucht van die kinderen vervuilt? Waarom vindt de Brusselse regering een openluchtzwembad voor die kinderen een prestigeproject? Ik begrijp dat niet. De vele (internationale) bewoners van de stad al evenmin. Ik vermoed dat, als de onderhandelaars het aan hen zouden vragen, de duizenden kinderen uit de buurt het ook niet snappen. Deze kinderen hebben vaak geen geld om op vakantie te gaan, of om elke veertien dagen op weekend naar zee te gaan. Bovendien zijn ze steeds minder welkom in de openluchtzwembaden rond Brussel. Er is duidelijk een behoefte aan een openluchtzwembad in Brussel.
Ader van kansenBrussel heeft nood aan een visie op de publieke ruimte, die ervan uitgaat dat die niet alleen dient om zich erin te verplaatsen, maar ook om erin te leven. Vraag het maar aan al die gezinnen en alleenstaanden die Brussel elk jaar opnieuw ontvluchten. Het kanaal is al vijftien jaar een ader van kansarmoede. Het kan nochtans een ader van kansen worden, door de heraanleg van de oevers, door een vloeiende verbinding tussen noord en zuid voor fietsers en voetgangers, door creatieve en intelligente architectuur, door investeringen in creatieve industrieën, in recreatie, in toerisme en in leefbaarheid. Recreatie en toerisme creëert bovendien jobs van de toekomst, ook voor laaggeschoolden.
Het openluchtzwembad, rechtover Thurn & Taxis, is geen gimmick, maar een element in een stedenbouwkundige én sociale visie op de ontwikkeling van Brussel, die van het kanaal de ruggengraat van Brussel wil maken, in plaats van de achillespees.
Een project dat gedragen kan worden door de stad en de duizenden jongeren uit de buurt. Een project dat een middel is om tot sociale cohesie te komen, dat die jongeren trots maakt op hun buurt en hun stad, dat een kans geeft aan de duizenden pendelaars die in de buurt werken om Brussel op een andere manier te zien. Tijdens deze warme dagen zou een frisse duik overigens meer dan welkom zijn. Kortom, het zwembad creëert tewerkstelling en verbetert het algemene imago van Brussel.
In die zin mag je het gerust een symbolisch stadsproject noemen: het schrappen ervan is vooral een symbool dat de onderhandelaars een andere visie op Brussel hebben. Het openluchtzwembad kost immers niet meer dan wat de Brusselse regering de vorige vijf jaar uitgaf aan jeugdopleiding van professionele en semiprofessionele voetbalclubs. Subsidies die die clubs volgens Open Vld-senator en STVV-voorzitter Roland Duchâtelet eigenlijk niet nodig hebben. Zo'n 14 miljoen euro, of een half procent van de Brusselse gewestbegroting of 0,3 procent van de geconsolideerde Brusselse begroting (gewest en gemeenten). Anderhalf metrostel. Eenmalig. Bovendien zou het zwembad bijna volledig gefinancierd worden door federale en Europese middelen. Het kost dus nauwelijks iets aan de Brusselse belastingbetaler.
Erger dan de crisis van de middelen is een crisis van de ideeën. De kinderen van onze speelpleinen en hun monitoren bouwen intussen hun eigen openluchtzwembaden - met een bache en wat autobanden. Zij weten nog wat de onderhandelaars in Brussel lijken vergeten te zijn: dat creativiteit het beste antwoord is op schaarste.