29/06/09 06u38
-
Waar blijven intussen onze zelfverklaarde 'progressieve' feministen? Die hullen zich in een oorverdovend stilzwijgen als het gaat over onaanvaardbare praktijken die binnen de orthodoxe moslimgemeenschap bestaan
Dirk Verhofstadt is kernlid van denktank Liberales.
'Waar zijn we mee bezig als talentvolle meisjes hun hele toekomst ondergeschikt maken aan hun hoofddoek?', verdedigde Karin Heremans, directrice van het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, het hoofddoekenverbod op haar school. Dirk Verhofstadt vindt dat het verbod op alle scholen navolging verdient.
Sinds de publicatie van mijn boek 'De derde feministische golf', waarin ik zes moslimvrouwen interviewde, ben ik overtuigd dat een verbod op hoofddoeken in scholen een goede zaak zou zijn. Elk van die vrouwen vertelde me immers dat ze die hoofddoek niet vrijwillig moesten dragen, maar omdat de ouders, de familie of de gemeenschap dat nu eenmaal oplegden.
Mijn hypothese is dat de toenemende radicaliteit van heel wat orthodoxe moslimmannen het gevolg is van hun angst voor de grote emancipatiegolf die bezig is onder moslimvrouwen. Hun angst dat ze hun macht en controle gaan verliezen over moeders, zusters en dochters en die daarom met 'heilige' teksten in de hand hun vermeende superioriteit verkondigen.
In die overtuiging ben ik nogmaals gesterkt na het lezen van het interview met Karin Heremans, directrice van het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, die een week geleden besloot om geen hoofddoeken meer toe te laten op haar school (DM 27/6). Haar argumentatie is niet gebaseerd op een ideologisch dogma of de politieke waan van de dag, maar op haar ervaring dat, ondanks alle inspanningen om op haar school de grootst mogelijke diversiteit toe te laten, uiteindelijk de vrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van heel wat leerlingen in het gedrang komen.
GroepsdrukZe heeft het over de toenemende groepsdruk, soms van andere moslimmeisjes, soms van moslimjongens, om toch een hoofddoek te dragen. "Mocht ik een puber zijn, ik begon ook een hoofddoek te dragen", aldus Karin Heremans, die eraan toevoegt dat "wie zich bedreigd voelt, zich terugplooit op zijn eigen identiteit".
Daarmee doorprikt ze in één welgemikte zin de hele argumentatie van moslimmeisjes en vrouwen die beweren dat ze hun hoofddoek in volle vrijheid dragen - en zo zullen er ook wel een aantal zijn. Het gaat hier echter vooral over "angst", over de vrees "er niet bij te horen" en over de schande "om over te komen als iemand die niet genoeg gelovig is". In wezen gaat het over het zich conformeren naar de culturele en religieuze normen die unisono de vrouw minderwaardig achten aan de man.
Is dit een pleidooi tegen de hoofddoek op zich? Helemaal niet. Iedereen heeft het recht te dragen wat hij of zij wil. Maar op school, dé plaats waar jongeren zouden moeten worden opgevoed tot kritische burgers, de plaats waar de emancipatiegedachten zouden moeten worden overgedragen, de plaats ook waar men zou moeten hameren op de gelijkheid van elke mens, en van man en vrouw in het bijzonder, is dit volkomen legitiem. Sterker nog, het is hét middel om die gelijkwaardigheid te beklemtonen en aan jongens (en mannen) duidelijk te maken dat ze niet superieur zijn ten aanzien van hun moeders, dochters of zusters.
En waar blijven intussen onze zelfverklaarde 'progressieve' feministen? Die hullen zich in een oorverdovend stilzwijgen als het gaat over onaanvaardbare praktijken die binnen de orthodoxe moslimgemeenschap bestaan. Ze blijven blind voor de manifeste gevallen van onderdrukking in de vorm van huiselijk geweld, verplichte klederdracht, gedwongen huwelijken, genitale verminkingen en verstotingen die daar vanwege culturele en religieuze redenen schering en inslag zijn en waarvan hun zusters het slachtoffer zijn.
Een van hun bevriende nevenorganisaties, het platform Baas Over Eigen Hoofd (BOEH!), slaagde er zelfs in om te argumenteren dat het hoofddoekenverbod jonge meisjes emancipatiekansen zou ontnemen. Directrice Karin Heremans, die in de dagelijkse praktijk staat, repliceerde terecht dat juist het omgekeerde het geval is. Juist de hoofddoek ontneemt die meisjes emancipatiekansen. Waarbij ze het voorbeeld aanhaalt van een bijzonder getalenteerd meisje dat ondanks haar capaciteiten besloot om haar toekomst ondergeschikt te maken aan het dragen van een hoofddoek. Terwijl talloze leerkrachten het beste van zichzelf geven om die meisjes alle kansen te geven om later in het leven te slagen, duwen de BOEH-fanaten diezelfde meisjes in de door de orthodoxe mannen gewenste minderwaardige posities.
Het wordt tijd om de schuldige medeplichtigheid van die zelfverklaarde 'progressieve' feministen aan de kaak te stellen. Hun standpunten zijn niet progressief maar uitermate conservatief. Ze bestendigen immers de onderdanige positie van de vrouw tegenover de man en de patriarchale groep. Met hun idolatrie voor de godsdienstvrijheid banen ze de weg voor misogyne types, zoals imam Nordine Taouil, die de moslimouders oproepen om hun dochters thuis te houden als ze op school geen hoofddoek mogen dragen. Nog liever dom houden dan ze bloot te stellen aan die duivelse verlichte waarden zoals het recht op zelfbeschikking en de gelijkwaardigheid van man en vrouw, dát is hun redenering.
MoslimscholenEn wat te denken van hun dreigement om desnoods moslimscholen op te richten waardoor meisjes met hoofddoek naar school kunnen blijven gaan? Ook daar mogen we geen toegeving aan doen. Het wordt hoog tijd om het verbod op hoofddoeken in alle scholen toe te passen, ook in zogenaamd vrije scholen - die trouwens met belastinggeld worden gefinancierd. Het is immers de plicht van de overheid om te waken dat ál onze kinderen beschermd worden tegen vormen van intimidatie en onderdrukking. En dat ze in elke school de liberale grondrechten zoals de gelijkwaardigheid van elke mens aangeleerd krijgen en toegepast zien.
Het wordt hoog tijd dat we inzien dat het beroep op de vrijheid van godsdienst vaak een middel is om de vrijheid van mensen, in het bijzonder van meisjes en vrouwen, aan banden te leggen. En daarop moeten we in de beste progressieve traditie zeggen: no pasarán.