26/06/09, 09u20
-
Als exportregio is ons lot in eerste instantie gebonden aan de internationale economie. Die economie is de crisis ingetuimeld door een overmaat aan krediet en schuld. Nu moeten we de crisis dus oplossen met nog meer schuld. Dat kan gewoon niet blijven duren. Ooit komt de rekening
Marc De Vos, directeur van het Itinera Institute, onafhankelijke denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming en docent arbeidsrecht aan de UGent, dient Paul De Grauwe en zijn pleidooi voor een stijgende Vlaamse schuld van repliek.
Paul De Grauwe adviseert Vlaanderen schuld te maken zolang de crisis aansleept, om een neerwaartse spiraal tegen te gaan (DM 24/6). Zijn aanbeveling is ongetwijfeld verleidelijk voor de onderhandelaars. Maar overheidsschuld is niet gratis en dreigt de noodzaak van ingrijpende beleidshervormingen te verdringen.
Of overheden in het rood moeten gaan om de impact van de crisis te verminderen, staat al lang niet meer ter discussie. Zowat alle ontwikkelde landen hebben sinds de start van de crisis extreme uitgaven gedaan, om de financiële markten te redden en om relancebeleid te voeren. Het gaat hier over duizenden miljarden en daarbij is spectaculair veel schuld gemaakt. De Verenigde Staten maken dit jaar een begrotingstekort van maar liefst 13 procent, niet meer gezien sinds de Tweede Wereldoorlog. België heeft heel de voorbereiding van de vergrijzing opgeofferd en zal pas tegen 2015 opnieuw in budgettair evenwicht gaan. De staat van de Belgische overheidsfinanciën is desastreus.
Donkerrood De vraag is dus niet of we in het rood moeten gaan, maar of we nog dieper in het donkerrood moeten gaan dan nu. Vlaanderen is geen schuldenvrij eiland. De Belgische staatsschuld is ook die van de Vlaamse belastingbetaler. De vergrijzing is ook onze last.
We moeten dus niet doen alsof onze neus bloedt en we ons perfect een Vlaamse schuld kunnen veroorloven. Als exportregio is ons lot in eerste instantie gebonden aan de internationale economie. Die economie is de crisis ingetuimeld door een overmaat aan krediet en schuld. Nu moeten we de crisis dus oplossen met nog meer schuld. Dat kan gewoon niet blijven duren. Ooit komt de rekening.
Volgende generatie
We moeten ook opletten voor Keynesiaans opbod. Dit is niet de Grote Depressie van de jaren 1930. De Amerikaanse economie krimpt niet met 30 procent zoals toen, maar met 4 procent. De werkloosheid gaat nu gemiddeld richting 10 procent, ze was meer dan het drievoudige toen. Anno 2009 heeft Europa een ruime sociale zekerheid die automatisch stabiliseert. We beleven al een unieke mondiale extravaganza van deficit spending. De motor in groeilanden als China, India en Brazilië draait beter dan gevreesd. De crisis in Vlaanderen zal niet bezworen worden met Vlaamse tekorten. De Vlaamse economie is afhankelijk van de evolutie in afzetlanden en van onze prestaties daar. We moeten aan de toekomst denken. Dat betekent het verbeteren van concurrentiekracht, innovatie, onderwijs, ondernemerschap en export. Daarin moet de Vlaamse regering primair investeren.
Wie schuld wil maken om de Vlaamse economie te stutten, moet ook zorgen voor rendement. Het heeft dan bijvoorbeeld weinig zin koopkracht te genereren die gebruikt wordt voor buitenlandse producten of diensten. Of om infrastructuur te maken die buitenlandse firma's of buitenlandse arbeiders aanleggen. Daarenboven moet het geld heel snel rollen, want anders komt het te laat in de economische cyclus en is het een last in plaats van een boost. Het is een grote uitdaging om geld goed en tijdig te besteden tegen de economische cyclus in. Denk maar aan de beruchte lange doorlooptijd van Vlaamse vergunningsprocedures. Wie gaat voor deficit moet dus glashelder bepalen welke middelen waar, wanneer en hoelang besteed worden. Tot nog toe is daarover in
Vlaanderen en België vooral mist gespoten.
Bovenal mogen we de crisis niet weg spenderen op de kap van de volgende generatie. Als we nu tekorten willen maken om de economie te stimuleren, dan moeten we ze straks ook zelf weer afbouwen, anders leven we opnieuw boven onze stand en maken we een nieuwe molensteen voor de toekomst. Indien de Vlaamse regering de weg van de schuld kiest, dan moet er een meerjarig traject volgen waarin diezelfde regering de gemaakte schuld aflost.
Economisch potentieelDe ervaring van de Belgische staatsschuld leert dat België - anders dan de Verenigde Staten bijvoorbeeld - er maar zeer moeilijk in slaagt om tekorten uit crisisperiodes later weg te 'groeien' in periodes van hoogconjunctuur. En dus blijft ook hier de boodschap dat Vlaanderen en België prioritair moeten inzetten op meer economisch potentieel voor na de crisis. Dat vergt structurele veranderingen in economie, fiscaliteit, arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Schulden maken mag niet de gemaksoplossing zijn om de noodzaak van fundamentele hervormingen weer te ontkennen of uit te stellen.
De politieke marketing van relancebeleid via schulden kan niet mislukken. Als de economie verbetert, dan zal dat dankzij de relance zijn. Als het slecht blijft, dan zou het anders nog slechter geweest zijn. Geen speld tussen te krijgen. Maar de echte realiteit is deze: de gemaakte schulden zijn zeker, maar de
effectiviteit van de relance is onzeker. Daar houden we dus best rekening mee.