De papieren krant kan overleven
Kranten en boeken zullen zichzelf moeten onderscheiden van hun online tegenhangers. Fysieke vormen van het geschreven woord moeten de belofte van een duidelijke en unieke ervaring inhouden
Dave Eggers drukt ons - via e-mail - op het hart dat de gedrukte media nog bestaan. Eggers is een Amerikaanse schrijver.Hij is de auteur van Wat is de Wat: de autobiografie van Valentino Achak Deng en van de kortverhalenbundel 'How the Water Feels to the Fishes' (korte verhalen, 2007).'Dit was allicht de laatste film die zich afspeelt van op een krantenredactie', sprak een van de acteurs over de politieke, annex journalistieke thriller State of Play, die eerder deze week vier sterren in De Morgen kreeg.Ben Affleck bedoelde: de krant is ten dode opgeschreven, leve het internet.Dave Eggers denkt daar anders over, en legde onlangs een belofte af: hij zou alle mensen die vreesden dat de gedrukte media ten dode zijn opgeschreven opbeuren met een mailtje. En hij heeft woord gehouden. Dit is de 'wees gerust, de gedrukte media bestaan nog'-mail van Dave Eggers.
Beste medemens die een hart onder de riem kan gebruiken,
Hallo en bedankt voor uw bericht. Ik voel me vereerd dat u even de tijd hebt genomen om mijn hulp in te roepen. U hebt me verteld over de problemen die u hebt met het schrijven, over de perikelen op uw werk en over uw bezorgdheid omtrent de toekomst van het geschreven woord.
Ik zou op mijn beurt graag een aantal gedachten met u delen. Helaas is deze ruimte te beperkt om dieper in te gaan op alle redenen waarom ik denk dat we een goede kans maken om kranten en boeken, in hun fysieke verschijningsvorm, in leven te kunnen houden. Maar voor ik mezelf een paar paragrafen lang verlies in gewauwel, wil ik me verontschuldigen voor deze nogal onpersoonlijke e-mail.
Zoals u misschien weet, heb ik een tijdje geleden een honderdtal mensen toegesproken in New York. Ik had evenwel niet verwacht dat mijn toespraak ook op het internet zou belanden. (Zo zie je maar hoe weinig ik in feite weet.) Ik had ook niet verwacht dat dit e-mailadres zomaar te grabbel zou worden gegooid. Maar ook dat heb ik alleen maar aan mijn eigen gebrek aan anticiperend vermogen te danken. Bovendien mail ik niet zo vaak en kan ik dus niet reageren op de (treurige, mooie, hartverscheurende) e-mails waar u me de voorbije paar dagen mee hebt overspoeld. Ik wil me dan ook verontschuldigen omdat ik uw e-mail niet persoonlijk kan beantwoorden. Althans niet binnen een redelijk tijdsbestek.
Maar weet u, beste liefhebber van de gedrukte media, voor elke flard droevig nieuws valt er ook een stukje goed nieuws te rapen. Ik heb mijn (onsamenhangende) toespraak voor de Author's Guild opgebouwd rond mijn werk met kinderen in San Francisco. Elke dag opnieuw zie ik dat het gedrukte woord hen al net zo sterk begeestert als de kinderen van de vorige generaties. De berichten als zou niemand nog lezen, en dan vooral de jongeren niet, zijn zwaar overtrokken en schieten altijd tekort in de feiten. Ik heb het vroeger al vaker gehad over het leesgedrag van de jeugd, maar ik wil nogmaals herhalen dat de verkoop van boeken voor jongvolwassenen in de lift zit. Meer nog, het totale aantal verkochte boeken blijft stijgen. De kinderen halen net dezelfde dingen uit boeken als vroeger. In de basisscholen en de middenscholen wordt er nog steeds evenveel gelezen als in onze tijd. We moeten ons dan weer wel wat meer moeite getroosten om de leerlingen van de middelbare scholen aan het lezen te krijgen. Toch kom ik elke week in San Francisco samen met vijftien scholieren, en dan doen we niets anders dan lezen (literaire tijdschriften, boeken, kranten, websites, noem maar op) in een poging om het beste Amerikaanse niet-verplichte leesvoer te promoten. Ik moet toegeven dat die scholieren, die allemaal tussen veertien en achttien jaar oud zijn, een stuk meer belezen en veel scherpzinniger zijn dan ik op hun leeftijd was. En met hen miljoenen andere kinderen.
Deze jongeren komen elke week bij mekaar in McSweeney's. Het zakencijfer van onze kleine uitgeverij blijft stabiel. Veel winst maken we niet meteen, maar we hebben nog niemand de laan hoeven uit te sturen. Dat hebben we grotendeels te danken aan onze kleinschaligheid en aan onze onafhankelijkheid. Bovendien hebben we altijd vooropgesteld dat we klein en onafhankelijk willen blijven. We nemen heel weinig risico's en we groeien erg behoedzaam. We zijn er, in al onze bescheidenheid, van overtuigd dat de wereld zich in de toekomst achter nog veel meer uitgeverijen zoals de onze zal scharen. Als je klein en onafhankelijk kunt blijven, zullen de lezers loyaal zijn en dan red je het zelfs als je enkel verdienstelijke werken publiceert. De uitgeverswereld heeft het lang moeten hebben van kleine winstmarges, maar de mensen die bij het proces waren betrokken, waren wat blij dat ze konden doen wat ze graag deden. Pas sinds de grote conglomeraten uitgeverijen en kranten begonnen op te kopen en bepaalde winstmarges vooropstelden, is de werkvreugde verloren gegaan.
Binnenkort zullen we op de website van McSweeney's - www.mcsweeneys.net - onze gedachten daarover met u delen in krantenvorm. We hopen ermee te kunnen aantonen dat een krant het kan overleven en het zelfs heel goed kan doen als je wat sleutelt aan het concept. Als we de toekomst van de journalistiek willen veiligstellen, moeten we een werkbaar model uitdokteren waarbij zowel de binnenlandse als de buitenlandse journalisten goed betaald worden. Alles begint bij het betalen van de fysieke krant. En dat begint op zijn beurt bij het ontwerpen van een fysiek voorwerp dat zich niet terugtrekt, maar zich daarentegen wentelt in de schoonheid van het gedrukte woord. Als je de mogelijkheden van het medium ten volle benut, als je de onderzoeksjournalistiek vrij spel geeft, als je ruimte vrijmaakt voor de fotojournalistiek, als je de grafische artiesten en cartoonisten de ruimte geeft, als je de lezer een ervaring aanbiedt die online niet te evenaren is, dan zal die lezer er graag een dollar voor neertellen. En die dollar per exemplaar zal, samen met de inkomsten van een beperkt aantal advertenties, de onderneming vlot houden.
Maar zolang de kranten elke dag minder te bieden hebben - minder nieuws, minder goede pennen, minder grafische vernieuwing, minder foto's - geven ze hun lezers maar weinig redenen om te betalen voor de fysieke krant. Met ons prototype willen we het tastbare voorwerp zo mooi en zo luxueus maken dat de mensen het een koopje zullen vinden. Het web heeft natuurlijk ook zijn onmiskenbare voordelen. Zo kun je heel kort op de bal spelen als er iets gebeurt. Toch zal ook de gedrukte krant altijd een hele reeks voordelen blijven bieden. Als je het ons vraagt, kunnen de twee naast mekaar bestaan, en horen ze ook naast mekaar te blijven bestaan. Maar ze moeten de zaken verschillend aanpakken. Als de fysieke kranten en boeken het willen overleven, zullen ze zichzelf moeten onderscheiden van hun online tegenhangers. Fysieke vormen van het geschreven woord moeten de belofte van een duidelijke en unieke ervaring inhouden. Als ze daarin slagen, zijn ze volgens ons nog een lang leven beschoren. Het moment is gekomen om terug te slaan en de schoonheid van de gedrukte pagina te vieren. Geef de mensen iets waar ze voor kunnen vechten, en ze zullen er ook voor vechten. Geef ze iets om voor te betalen, en ze zullen ervoor betalen.
We zullen u deze zomer op de hoogte houden van de verdere ontwikkeling van dit krantenprototype en ook al het andere goede nieuws zullen we u zeker niet onthouden.
Voorlopig bedankt voor het luisteren,
Dave