16/05/09, 06u37
-
Hoe kunnen we dat Chinese probleem nu aanpakken? Niet, aldus de Chinezen zelf. Telkens als ik het onderwerp ter sprake bracht tijdens mijn bezoek stootte ik op dezelfde verontwaardiging
Paul Krugman, columnist van The New York Times en de jongste winnaar van de Nobelprijs Economie, berekent de klimaatgevolgen van de Chinese groei.Als China de huidige hoeveelheid broeikasgassen blijft produceren, gaat de aarde door de knieƫn. Paul Krugman is duidelijk verontrust teruggekeerd van zijn Chinareis.
Ik heb de toekomst gezien, en die belooft weinig goeds. Dit zouden tijden van hoop moeten zijn voor de milieuactivisten. De pseudowetenschap zet niet langer de toon in Washington. President Obama heeft duidelijk laten verstaan dat we de klimaatverandering dringend moeten aanpakken. De mensen met wie ik spreek, hebben er almaar meer vertrouwen in dat het Congres binnenkort een systeem met steeds strengere emissienormen zal invoeren. Dat systeem, met toegewezen emissierechten, moet de uitstoot van broeikasgassen terugdringen. En zodra Amerika handelt, zal een groot deel van de wereld wellicht ons voorbeeld volgen.
Maar dat lost het probleem van China, waar ik de voorbije week ben geweest, nog niet op. Net zoals elke bezoeker aan China stond ik versteld van de omvang van de ontwikkeling van het land. Zelfs de vervelende aspecten van mijn reis - ik heb een groot deel van mijn tijd naar de Lange Muur van Verkeer zitten staren - zijn nevenproducten van het economische succes van het land. Maar als China het roer niet omgooit, zal onze planeet bezwijken onder de toenemende druk.
De wetenschappelijke consensus over de evolutie van de opwarming van de aarde is de laatste paar jaar steeds pessimistischer geworden. Recente voorspellingen van gerespecteerde klimaatwetenschappers grenzen zelfs aan het apocalyptische. Waarom? Omdat het tempo waarin broeikasgassen worden uitgestoten de worstcasescenario's akelig dichtbij brengt of zelfs overstijgt.
De toenemende uitstoot van China, nu al de grootste producent van koolstofdioxide, ligt mee aan de basis van dat nieuwe pessimisme. De Chinese uitstoot van broeikasgassen, die tussen 1996 en 2006 is verdubbeld, is hoofdzakelijk op het conto te schrijven van de elektriciteitscentrales die met steenkool worden aangedreven. Die groei was veel sterker dan in het voorgaande decennium. En de trend lijkt zich ook door te zetten. In januari kondigde China aan dat het van plan is om steenkool te blijven gebruiken als voornaamste energiebron. Om de economische groei te bestendigen, zou het de steenkoolproductie tegen 2015 bovendien met 30 procent opdrijven. En dat is een beslissing die in haar eentje alle emissieverminderingen zal tenietdoen.
Hoe kunnen we dat Chinese probleem nu aanpakken? Niet, aldus de Chinezen zelf. Telkens als ik het onderwerp ter sprake bracht tijdens mijn bezoek stootte ik op dezelfde verontwaardiging. Het zou namelijk van weinig eerlijkheid getuigen als we verwachten dat China zijn gebruik van fossiele brandstoffen terugschroeft, zo luidde het. Tenslotte diende ook het Westen geen rekening te houden met dat soort beperkingen tijdens zijn ontwikkeling. China is dan wel de grootste producent van broeikasgassen, maar de uitstoot per hoofd van de bevolking ligt nog altijd lager dan die van Amerika. Bovendien is de opwarming van de aarde niet te wijten aan de Chinezen, maar aan de broeikasgassen die de rijke landen van vandaag in het verleden hebben uitgestoten.
En ze hebben gelijk. We mogen China geen beperkingen opleggen die we onszelf niet hebben opgelegd toen onze economie aan haar opmars bezig was. Maar die oneerlijkheid verandert niks aan het feit dat de aarde op een ramp afstevent als we de Chinezen toelaten al net zo roekeloos te handelen als het Westen in het verleden heeft gedaan.
Los van de historische oneerlijkheid benadrukten de Chinezen ook dat zij niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de broeikasgassen die ze uitstoten als ze goederen produceren voor buitenlandse consumenten. Tegelijk weigerden ze de logische implicaties van dat standpunt onder ogen te zien. Het zouden de buitenlandse consumenten zijn die de last zouden dragen. De shoppers die Chinese producten kopen, zouden een 'steenkoolbelasting' moeten betalen in verhouding met de uitstoot veroorzaakt door de productie van die goederen. Maar dat, zeiden de Chinezen, zou dan weer haaks staan op de principes van de vrije handel.
Het spijt me, maar de klimaatgevolgen van de Chinese productie moeten ergens in rekening worden gebracht. Het probleem met China ligt niet zozeer in wat het produceert, maar in hoe het produceert. China stoot op dit moment meer koolstofdioxide uit dan de VS, terwijl het BBP er maar half zo groot is. (De uitstoot van de VS ligt op zijn beurt vele keren hoger dan die van Europa).
Het goede nieuws is dat het erg inefficiƫnte energieverbruik van China ontzettend veel ruimte tot verbetering biedt. Als het juiste beleid gevoerd wordt, kan China een in hoog tempo blijven groeien zonder dat de uitstoot van koolstofdioxide daarbij mee de hoogte in gaat. Maar eerst moet het land wel beseffen dat een ander beleid zich opdringt. Uit sommige verklaringen van de overheid blijkt dat de Chinese beleidsmakers stilaan beginnen te beseffen dat hun huidige positie onhoudbaar aan het worden is. Maar ik vermoed dat ze nog niet beseffen hoe vlug alles zal veranderen.
Moreel gezagDe VS en andere ontwikkelde landen beginnen stappen te ondernemen om de klimaatverandering aan te pakken. Ze zullen daarbij ook het morele gezag hebben om landen die niet in actie komen op de vingers te tikken. Vlugger dan de meeste mensen denken zullen landen die weigeren om hun uitstoot van broeikassen te verminderen bestraft worden. Die straffen zullen de vorm aannemen van een zwaardere belasting van de producten die ze uitvoeren. De slechte leerlingen zullen jammeren dat dit een vorm van protectionisme is. Maar wat heb je aan globalisering, aan de wereld als een dorp, als die wereld onleefbaar wordt ?
Het is de hoogste tijd om de aarde te redden. En of China dat nu fijn vindt of niet, ook zij zullen hun steentje moeten bijdragen.