Tussenstand: Pleidooi tegen braafheid

02/05/09, 09u40
Liesbeth Van Impe maakt de politieke tussenstand van de week op.

Het Vlaams Parlement heeft de deuren gesloten en ook deze krant heeft de rapporten voor de volksvertegenwoordigers uitgedeeld (DM 30/4). Die oefening is niet onomstreden. Veel parlementsleden vinden het niet fair dat hun werk van vijf jaar in een paar zinnen en een sterrenscore samengevat wordt. Ongetwijfeld zouden ze het eerlijker vinden als we per volksvertegenwoordiger een halve pagina zouden uittrekken om al zijn verwezenlijkingen op te sommen. Los van het evidente plaatsprobleem in een krant stelt zich evenwel bij heel wat parlementsleden het probleem dat er geen interessante halve pagina met hun prestaties te vullen is.

Het oordeel over het Vlaams Parlement was immers hard. De 124 verkozenen halen gemiddeld 1,73 sterren en zijn daarmee collectief gebuisd, niet vatbaar voor deliberatie wegens echt niet goed genoeg. Dat neemt niet weg dat sommige hun werk meer dan behoorlijk gedaan hebben en daar ook met sterren voor beloond zijn.
Voor de gezakten is het verleidelijk te schieten op de boodschapper: journalisten lopen allang niet meer de deuren van de commissiezalen plat, wie zijn zij dan om te oordelen over al het noeste werk dat achter de schermen gebeurt? De kritiek is niet eens geheel onterecht en we vangen ze ook op door aan de fractieleiders een oordeel over al hun collega's te vragen. Ook hier geldt trouwens de bemerking dat een leger journalisten fulltime inzetten op het volgen van alle commissievergaderingen vermoedelijk niet de beste aanwending van middelen is.

De laatste verdedigingslinie is soms zelfs dat de rapporten met hun harde kritiek de antipolitiek voeden. Het tegendeel is waar. Als we streng zijn voor de zittende parlementsleden is dat omdat we van een parlement eigenlijk zoveel meer verwachten. En we doen dat omdat we geloven dat hardwerkende parlementsleden met politiek talent wel degelijk een verschil kunnen maken.

Het parlement is in onze ogen dus geenszins een beschutte werkplaats voor postjespakkers, die eigenlijk het best afgeschaft kan worden en zo nog een fijne besparing kan opleveren. Het blijft een van de belangrijkste democratische instellingen. Helaas is het te vaak een praatbarak en dat is ook de verantwoordelijkheid van de verkozenen zelf.

Misverstanden
We krijgen geen toegang tot de media. We hebben hard gewerkt, maar niemand heeft het opgemerkt. Tafelspringen wordt beloond, gewroet in een dossier niet. Het zijn maar een paar van de (foute) excuses die parlementsleden weleens verzinnen voor een gebrek aan appreciatie in de buitenwereld. Dat klopt niet en wel om de volgende redenen.

Eén: zijn best doen is niet voldoende. De onderklasse van elk parlement zijn de politici die zich niet eens verwaardigen naar het parlement af te zakken, tenzij om op het stemknopje te duwen en zo hun loon veilig te stellen. Elke assemblee heeft dergelijke profiteurs, die hun mandaat ronduit belachelijk maken, en ze wekken geregeld gerechtvaardigde woede op. Sommigen concluderen daaruit verkeerdelijk dat aanwezig zijn al een hele prestatie is. Het zijn de parlementsleden die trouw komen opdagen, hun huiswerk gemaakt hebben en in de commissie enige activiteit tentoonspreiden.

De essentie van politieke actie is echter dat het ook ergens naar leidt. Het gaat erom fundamentele wijzigingen aan te brengen in de plannen van een minister, om vragen te stellen die een minister liever niet beantwoordt, om het debat mee vorm te geven en naar de buitenwereld te vertalen. Met vlijt alleen kom je er dus niet, je hebt ook lef, talent en visie nodig. Dat hebben we in het afscheidnemende Vlaamse Parlement te vaak gemist. Het oordeel over een politiek lichtgewicht dat toch hard gewerkt heeft, kan hard aankomen. Maar wie de titel van volksvertegenwoordiger wil dragen, moet de lat veel hoger leggen.

Twee: de media hebben slechts oog voor enkelingen. Politici dragen als bewijs weleens de karrenvracht persmededelingen aan die ze verspreid hebben, maar die nooit de krantenkolommen gehaald hebben. Het zijn vaak verkozenen die vijf jaar lang geprobeerd hebben de media te halen met voorstelletjes en ideetjes die leuk klinken "voor de mensen" en op het eerste gezicht op maat van de media geschreven zijn. Hapklare brokjes als het ware.

Zo werkt het dus niet. IJver is eens te meer niet voldoende. Integendeel, wie elke week een nieuw voorstel heeft, neemt zijn eigen werk blijkbaar niet al te ernstig. En doet ons op geen enkele manier geloven dat het ideetje ook echt decreet zou kunnen worden. De juiste volgorde is omgekeerd: de tanden zetten in een dossier, tot er iets te melden valt. Als het goed gaat, moet er zelfs geen persbericht meer verstuurd worden, omdat de redacties al gealerteerd zijn dat er iets aan het gebeuren is. De zenuwachtigheid van een minister is de beste pr voor een parlementslid.

Dat is wat Jan Peumans (N-VA) met de BAM deed, Annick De Ridder (Open Vld) met De Lijn, Rudi Daems (Groen!) en Bart Martens (sp.a) met fijn stof en klimaatdoelstellingen, Sven Gatz (Open Vld) met Brussel. Ze werden eerder door de media gevonden dan dat ze die zelf gezocht hadden. En zodra ze voor een camera of microfoon stonden, bleken ze ook echt een verhaal te hebben. Zo belandden ze in onze top 5.

Hard werk, eigen smoel
Het klopt wel dat wie eens enige bekendheid verworven heeft, makkelijker opnieuw aandacht naar zich toe trekt. Maar het begint dus wel met hard werk en een eigen smoel, niet met een reeks persberichten.

Het klopt ook dat sommigen zich wel laten opmerken, maar zogenaamd "niet pakken in de media" en niet opnieuw opgepikt worden. Het typevoorbeeld is Anne Van Lancker, sp.a-parlementslid voor Europa. Dat betekent niet dat haar verdiensten onopgemerkt zijn gebleven en ze kreeg dan ook een uitstekende score. Het rapport van de krantenredacties is voor die categorie politici veeleer een kans dan een bedreiging.

Parlementsleden zijn vaak nauwelijks bekend bij het brede publiek, ze worden door regeringen zoveel mogelijk genegeerd en hun macht lijkt beperkt. Wat we het parlement het meest verwijten, is dat het zich daarbij vaak lijkt neer te leggen. Zeker leden van de meerderheid beschouwen machteloosheid als een fataliteit. Wie er zich naar schikt, mag bovendien hopen daarvoor door de partij beloond te worden. Het is die volgzaamheid die ons oordeel zo hard maakt, wegens totaal ongepast voor wie de job ernstig neemt.

Braafheid mag in sommige kringen een deugd zijn, op een parlementair cv is het een doorn in het oog.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />