Nucleair nationalisme in Pyongyang is probleem voor China

17/04/09, 08u00
Jonathan Holslag ziet een deuk in het imago van China als verantwoordelijke regionale speler. Holslag is als expert internationale relaties verbonden aan de VUB en is het hoofd van het Brussels Institute of Contemporary China Studies (BICCS).

De naar Noord-Korea gestuurde inspecteurs van het Internationaal Atoombureau (IAEA) hebben het land gisteren op vraag van de plaatselijke autoriteiten verlaten. Afgelopen dinsdag had Pyongyang laten weten dat het een einde maakt aan de samenwerking met het IAEA. Begin deze maand had het land nog een langeafstandsraket gelanceerd, net op het moment dat de Amerikaanse president Barack Obama in Praag zijn non-proliferatiespeech hield. Jonathan Holslag schat de geopolitieke effecten van de Noord-Koreaanse demarche in en kijkt vooral naar de strategische positie van China.

Het eindeloze kat-en-muisspel tussen Pyongyang en het Westen bereikte een nieuw hoogtepunt toen de 'Dierbare Leider' besloot om zijn nucleaire programma opnieuw op te starten. Per slot van rekening, wie zou hem nu nog stoppen nu zijn langeafstandsraketten de Amerikaanse Westkust kunnen bereiken? Tot zover de theorie althans. Deze test was allesbehalve een succesverhaal. Het duurde dagen vooraleer de raket startklaar was en zelfs bij de lancering ontstonden er nieuwe problemen met het brandstofsysteem en de koersberekening. Als het menens was, zou het land nog niet de minste kans hebben om een preventieve aanval van de Verenigde Staten of Japan te overleven. Voor deze landen was de lancering eerder een gedroomde kans om hun fonkelnieuwe militaire speeltjes uit te testen. Noord-Korea heeft misschien zijn raket, maar het duurt nog minstens tien jaar voor het land een geloofwaardige nucleaire dreiging kan vormen die angst inboezemt.

Het grootste slachtoffer van de fall-out van dit nucleair nationalisme is China. Het land probeert immers al jaren de internationale gemeenschap te overtuigen dat Noord-Korea met stille diplomatie moet worden aangepakt. Volgens China zal enkel een gematigde diplomatie kans maken om Kim Yong-il op andere gedachten te brengen. Het land investeerde bijzonder veel in het Zes Partijenoverleg, dat de nucleaire ambities van Pyongyang moest ombuigen. Het was immers een droomkans om aan de wereld te tonen dat China een verantwoordelijke regionale speler is geworden. Dat imago heeft vandaag opnieuw een flinke deuk gekregen.

China is door tal van strategische belangen aan zijn autocratische buur geketend. Sinds de Koreaanse Oorlog beschouwt China Noord-Korea als een bufferstaat tegen de westerse invloed. In geval van een gewapend conflict zal Peking moeten kiezen tussen het naleven van het defensieverdrag van 1961 met Noord-Korea of aan geloofwaardigheid inboeten bij andere traditionele bondgenoten in Azië.

Hoewel de Chinezen zich zeer goed bewust zijn van de risico's verbonden aan het steunen van Kim, zijn ze er nog meer voor beducht om andere spelers het laken naar zich toe te laten trekken. Het zou voor China een doemscenario zijn als een machtswissel in Pyongyang ertoe zou leiden dat de VS en Japan vrij spel krijgen in zijn achtertuin. Al even verontrustend zou een hereniging met Zuid-Korea zijn. Ook dat zou niet kunnen gebeuren zonder de steun van Japan. Daar komt bij dat een verenigd Korea zal streven naar geopolitieke zelfbeschikking en in zijn politieke en economische ambities waarschijnlijk in Chinees vaarwater zal belanden. Dat zou een bedreiging kunnen vormen voor China's groeiende invloed in Noordoost-Azië.

China profiteerde de laatste jaren immers enorm van het diplomatieke isolement van Noord-Korea. De laatste vijf jaar is de handel tussen China en Noord-Korea verdrievoudigd. Daardoor verdwijnen andere handelspartners zoals Rusland, Japan en zelfs Zuid-Korea in het niets. China heeft zich ingekocht in de Noord-Koreaanse mijnsector. In de provincie Jilin wordt de laatste hand gelegd aan de voorbereidingen om nieuwe havens, wegen en spoorwegen aan te leggen om het grondstofrijke hart van het buurland te ontsluiten. China verhandelt elektriciteit voor koper en Noord-Korea is China's goedkoopste leverancier van steenkool en ijzererts geworden. Het vraagt daarentegen 25 procent extra voor zijn olie-export. Noord-Korea is daarnaast ook een ideale afzetmarkt voor de goedkope verbruiksgoederen die massaal in de fabrieken in de noordoostelijke provincies van de band rollen. Hoe strakker de internationale sancties worden, hoe voordeliger de Noord-Koreaanse producten worden voor de massa Chinese handelaars.

Een andere reden waarom Peking goede relaties wenst te behouden met Kim Yong-il is dat het momenteel geen alternatief heeft voor de playboy uit Pyongyang. Na jaren van blinde steun heeft Peking geen andere opties om op terug te vallen, nu deze eenmansvoorstelling op een Griekse tragedie uitdraait. De laatste jaren slaagde China erin om betere contacten te leggen met militaire leiders en andere aparatsjiks, maar die zijn geen alternatief voor de beminde leider. Mocht het regime ineenstorten, dan dreigt chaos aan de grenzen. Vandaag moet China al afrekenen met vijftigduizend Noord-Koreaanse vluchtelingen. In een crisissituatie kunnen dat er makkelijk een half miljoen worden.

Peking staat dus met zijn rug tegen de muur. Een combinatie van kortzichtig eigenbelang en strategische rivaliteit maakt dat Azië een incubator van politieke instabiliteit blijft. In deze context kan men alleen maar hopen dat als Kim Yong-il er het bijltje bij neerlegt, het land niet in een nieuwe humanitaire catastrofe belandt en dat de nieuwe dictator, wellicht een van Kims zonen, meer inzit met economische ontwikkeling dan met nucleair nationalisme.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />