Een apologie voor de missies

03/04/09, 08u14
  •  Wat me het meest stoort aan de gemakkelijke kritiek op de inzet van de missionarissen, is dat ze uitgaat van de illusie dat, als eindelijk die opdringerige katholieken tot zwijgen zullen zijn gebracht, de Afrikanen zichzelf en hun eigen waarden zullen ontplooien 
Hilde Kieboom dient Didier Goyvaerts van repliek. Kieboom is voorzitster van de Sint-Egidiusgemeenschap in Antwerpen en columniste van deze krant.


Naar aanleiding van de herneming van de theatermonoloog Missie in de KVS (van 3 tot 11 april) schreef UA- en VUB-professor Didier Goyvaerts: 'Er kan niet worden getwijfeld aan de gebondenheid van de missionarissen aan de koloniale dominantie en verknechting'. Hilde Kieboom heeft een antwoord geschreven.

Linguïst Didier Goyvaerts ergert zich duidelijk blauw aan de lovende reacties op Missie van David Van Reybrouck (DM 2/4). Die theatermonoloog wordt vanaf vandaag opnieuw opgevoerd in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. Volkomen terecht overigens, het stuk liep vorige keer veel te kort. Van de première destijds herinner ik mij alvast lang niet alleen 'gepaterde dankbaarheid', maar vooral het enthousiasme van een jong en wellicht niet erg katholiek publiek. En dat was niet alleen waardering voor de acteerprestatie van Bruno Vanden Broecke, in de huid van missionaris Grégoire Vanneste. Dat heeft ook en vooral te maken met het recht dat Van Reybrouck doet aan het eigen verhaal van de missionaris, dat al te lang wordt miskend en verguisd.

In zijn opiniestuk gisteren in deze krant stelde Goyvaerts dat de missionarissen "een uiterst nefaste invloed hebben gehad op de ontplooiing van de lokale volkeren". Laat me toe dat een eigenaardige kritiek te vinden van iemand die Afrikaanse talen bestudeert. Van mijn studie linguïstiek aan de UA herinner ik me alvast hoeveel exotische talen en culturen juist van de ondergang of de totale vergetelheid zijn gered omdat missionarissen ze hebben bestudeerd en in kaart gebracht.

Natuurlijk kunnen er vragen worden gesteld bij de paternalistische aanpak van een bepaalde generatie missionarissen of hun soms al te nauwe verwevenheid met het kolonialistische project. Dat is ook gebeurd, niet het minst binnen de kerk zelf, en bijgestuurd. Maar het engagement van de missionarissen reduceren tot 'koloniale dominantie en verknechting' lijkt me meer te duiden op een wat gedateerde ideologische verblinding dan op het zoeken naar 'de echte waarheid'.

Het verleden is wat het is. Maar wie vandaag naar de werkelijkheid van veel Afrikaanse landen kijkt, moet toch vaststellen dat de katholieke kerk, of andere christelijke kerken, vaak nog voor de enig functionerende structuren zorgen. Wat er in Congo bijvoorbeeld nog rest aan gezondheidszorg en onderwijs is niet zelden een rechtstreekse vrucht van het werk van de missionarissen. Ook de laatste Belgische ministers van Buitenlandse Zaken, Louis Michel en Karel De Gucht, toch niet bekend om hun christelijke overtuiging, waren alvast niet te beroerd dat te onderkennen.

Goyvaerts doet de waarheid geweld aan, niet alleen de Afrikaanse, maar ook de Belgische. Is het niet al te grof die duizenden jonge mannen en vrouwen, die hun familie, vrienden en land verlieten om hun leven belangeloos en gratis te wijden aan onbekenden aan de andere kant van de aardkloot, over één kam te scheren met het misplaatste idealisme van wie aan de zijde van Hitler ging vechten? Dat is toch wat Goyvaerts als uitsmijter serveert.

Naarmate de ideologische sluier van de postkoloniale tijd optrekt, zal duidelijk worden dat de indrukwekkende missionaire golf uit ons land juist een van de aspecten van grootheid uit onze geschiedenis is. De verkiezing van uitgerekend een missionaris, pater Damiaan, tot Grootste Belg in 2005 lijkt me een teken dat brede lagen in onze samenleving met dat besef geen moeite (meer) hebben.

Wat me nog het meest stoort aan die gemakkelijke kritiek op de inzet van de missionarissen, is dat ze uiteindelijk uitgaat van de illusie dat, als eindelijk die opdringerige katholieken tot zwijgen zullen zijn gebracht, de Afrikanen zichzelf en hun eigen waarden zullen ontplooien. We gaan er dan enerzijds aan voorbij dat inmiddels profane westerse profeten Afrika een ongebreideld materialisme opdringen. En anderzijds vergroot de overdreven schaamte over ons verleden het huidige Europese 'disengagement' tegenover Afrika nog.

Van Reybroucks meesterlijke stuk appelleert, over de besloten grenzen van de verlammende introspectie heen, aan de diepe hunker naar niet-cynische verhalen van een nieuwe generatie die geen last meer heeft van de frustraties van de vorige. Dat juist iemand die zichzelf als niet gelovig omschrijft het hart van zovelen weet te roeren met het genie van het missionarisleven, legt de behoefte bloot aan een minder gecomplexeerde omgang met ons eigen verleden. Als we tenminste nog geïnteresseerd zijn in onze eigen toekomst en die van Afrika.

Eigenlijk moeten we Goyvaerts dankbaar zijn. Een beetje polemiek heet vandaag de beste reclame. Gaan zien dat stuk.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />