28/03/09, 08u53
Walter Pauli maakt de politieke tussenstand van de week op.Als één quote een politiek tijdvak vat, dan wel die van Guy Mathot, de legendarische PS-vicepremier en omstreeks 1980 minister van Begroting van Wilfried Martens: "Het gat in de begroting is er vanzelf gekomen en gaat ook wel vanzelf weg."
Vandaag is er een nieuwe quote die het huidige laissez-faire samenbalt, de nieuwe doelloosheid illustreert. De auteur komt weerom uit het Luikse, heeft geen PS-lidkaart maar eentje van de MR. Zei Didier Reynders: "Besparen? We moeten éérst uit de crisis raken." En pas dán, voorspelt Didier Reynders, moeten we de riem aanhalen. Binnen x aantal jaar.
Nochtans had ook de minister van Financiën toen al het dramatische maar zeer leesbare rapport van de Hoge Raad voor Financiën in handen. Die Hoge Raad die begin deze week de hele politieke elite in haar hemd zette: er dreigt niet alleen een begrotingstekort dat stilaan naar vijf procent van het bbp evolueert, maar de kleine helft van dat tekort heeft niéts te maken met de economische crisis. Integendeel, het is een gevolg van onzorgvuldig beheer van de overheid. Het is dus een zaak van de regering, her en der van de ambtenarij, en eigenlijk van allen die de jongste jaren politieke verantwoordelijkheid droegen, of pretendeerden dat te doen.
Ook al wekt het schot voor de boeg van de Hoge Raad niet zo'n gedruis als de nota van het Hof van Cassatie over de scheiding der machten, op de keper beschouwd is het verwijt aan 'de politiek' net zo ernstig. En eigenlijk veel fundamenteler.
Het is moeilijk precies af te lijnen waar het budgettair laxisme begon. Alleszins niet zomaar 'tijdens paars', zoals sommige CD&V'ers graag willen geloven. Jannie Haek, onder Johan Vande Lanotte de socialistische kabinetschef op begroting, was de boeman van administraties allerhande door vanaf 2002 op soms zeer rigoureuze wijze het 'ankerprincipe' toe te passen. Daardoor mogen federale overheidsdiensten per maand maar 1/15de in plaats van 1/12de van hun jaarbudget uitgeven. Pas als controle van het kabinet Begroting uitwees dat de begroting op koers zat, wilde Haek wel eens "het anker lichten" en mochten de overige kredieten worden uitgegeven.
Het is dus niét zo dat paars(-groen) alleen maar feestte en fuifde. Het is wel zo dat Verhofstadt II (2003-2007) minder cohesie en dus minder politieke slagkracht had dan Verhofstadt I (1999-2003). En dat in het laatste jaar voor de belangrijke federale verkiezingen van 2007 geen pijnlijke beslissingen meer werden genomen. Lees er kranten en tijdschriften van toen op na: in het najaar van 2007 verwachtte iedereen 'maatregelen'. Niet voor maar na de verkiezingen, en mooi op tijd.
Maar zo ging dat natuurlijk niet. Maandenlang was er helemaal geen nieuwe regering. Informateurs, formateur, bemiddelaars en verkenners, ze kwamen allemaal van een kale reis terug. En intussen was er geen regering, geen tijd voor zelfs maar een begin van sociaal-economische correctie.
Ach, natuurlijk bleef er een regering van lopende zaken. Maar het kabinet van Freya Van den Bossche (sp.a) was niet meer geoutilleerd om de nakende crisis het hoofd te bieden. Van den Bossche zelf maakte daags na de voor haar partij zo fout gelopen verkiezingen duidelijk dat ze een jaar 'sabbatical leave' nodig had om zichzelf terug te vinden. Haar kabinet was demissionair en liep dus leeg, omdat voor socialistische kabinetsleden nu eenmaal weinig perspectief was. Een paar blijvers hielden de boel overeind, maar konden of mochten natuurlijk geen beleid uittekenen, zelfs niet bijsturen.
Gefocust op BHVIntussen waren de tenoren van de nieuwe meerderheid gefocust op BHV. Regering of geen regering, crisissen, begrotingen, staatsfinancies, bbp's of te financieren saldo's: dat alles was geen schijntje van de aandacht waard die BHV kreeg. U herinnert zich ongetwijfeld nog de fameuze kamercommissie, met Pieter De Crem (CD&V) nog als voorzitter, en grijnzend geboefte als Gerolf Annemans en Jean-Marie Dedecker samen even paraat. Daar werd De Toekomst van het Land in een beslissende wending gelegd. Zo dachten ze zelf.
Maar beleidsmatig gebeurde er dus niets. Gelukkig was er tegen het einde van 2007 alvast de noodregering Verhofstadt III, om een paar maanden later - eindelijk - de fakkel door te geven aan Leterme I. Héhé: eindelijk zou het land geregeerd worden. Alleen duurde die regering geen jaar, nadat de nieuwe premier einde 2008 over zijn eigen benen viel.
En ook al wordt de nieuwe regering - de derde dus op goed één jaar tijd - geleid door de man die tijdens Dehaene I en II de algestrenge minister, zoniet de inquisiteur van begroting was, toch bewijst ook deze Herman Van Rompuy (CD&V) dat een correct begrotingsbeleid er pas komt in een coherente regering, en bij uitbreiding: pas gedijt in een volwassen politieke cultuur.
En jammer genoeg is die er niet in een tijd dat de belangrijkste vicepremier (zo mogen we Didier Reynders toch noemen) de nood aan besparingsplannen afdoet als "nostalgie", of met de dooddoener: "We gaan de recepten uit de jaren negentig toch niet toepassen voor de periode 2010-2015?"
Reynders zweert bij de recepten van de jaren zeventig. Bij een bureaucratie die niet naar het einddoel kijkt - hoe de belastingen zo vlot, zo correct en zo eerlijk mogelijk innen - maar naar zichzelf. Te veel nieuwe codes op de belastingsbrief? Dan moet de burger die codes maar eigenhandig invullen. Dat de administratie, die er nu al niet in slaagt de fiscale doelstellingen van verre te benaderen, straks ook volk moet vrijmaken om te controleren of al die codes juist zijn ingevuld, dat is Reynders' minste zorg.
Van Rompuy zit vastDidier Reynders' grootste zorg is dat hij niéts doet dat zijn politieke tegenstrevers - de PS en CdH, dus zijn coalitiegenoten - straks enig electoraal voordeel zal opleveren. En zo zit Herman Van Rompuy, ondanks zijn uitstekende reputatie, vast in een regering waarvan de tenoren één gemeenschappelijk programmapunt hebben: niét vooruit gaan. Er moet alvast gewacht worden tot na de regionale verkiezingen van 2009, en pas bij de opmaak van de begroting 2010 zullen we ingrijpen. Sinds de aanloop naar de verkiezingen van juni 2007 zijn er dan ongeveer drié volle jaren verloren. En nogmaals: niet ondanks de Wetstraat. Omwille van de Wetstraat. Omwille van hun eigen dada's, hun eigen blokkeringen.
En die zitten niet alleen bij de regering. Toen de rooms-blauwe inleveringsregeringen begin jaren tachtig het land hun keiharde besparingen wilde doen slikken, meenden ze dat dit alleen kon middels 'volmachten'. Men was immers bevreesd van een te koppig tegenstribbelend parlement. Wie de Fortiscommissie volgde, weet dat het deze parlementaire meerderheid ontbreekt aan ruggengraat en aan spieren. Dit parlement met zijn talloze opvolgers jaagt de regering niet op. Dit parlement hoopt vooral dat deze regering nog lang aanblijft. In die zin hoopt dit parlement zelfs op niet te veel politieke discussie, want elk conflict houdt mogelijk ontploffingsgevaar in.
En zo zagen we dat de voorbije week het hele land opgeschrikt werd door de Hoge Raad van Financiën. In het parlement rommelde het een beetje - his majesty's opposition probeerde zijn werk te doen - en in de regering kunnen zelfs Wetstraatwatchers amper enige spanning noteren. Après nous le déluge. Letterlijk, want zelfs de ploeg van Van Rompuy weet dat die vloedgolf er binnen een paar jaar aan komt. De individuele burger lijkt er wijs aan te doen zelf zijn zandzakjes beginnen aan te sleuren.