12/03/09, 07u50
Leo De Bock vindt dat sommige media scherper onderscheid moeten maken tussen berichtgeving en opinie over Fortiscommissie. De Bock is woordvoerder van de federale justitieminister, zowel in dienst van Jo Vandeurzen als nu onder Stefaan De Clerck (beiden CD&V).De Fortisonderzoekscommissie is een complex dossier op het snijvlak van jurisdictie, politiek en economie; een dossier met talrijke uitspraken, wendingen en hoofdpersonages. 'De media doen een grote inspanning om de lezer wegwijs te maken', schrijft Leo De Bock, om vervolgens met scherp te schieten op Yves Desmet (De Morgen), Peter Vandermeersch (De Standaard) en Tim Pauwels (VRT): 'Hij heeft talent, Tim. Maar voor een ander programma.'
Sommige journalisten geven niet alleen informatie, maar ook duiding bij de gebeurtenissen. Dat is hun goed recht. Maar mag een lezer verwachten dat die duiding onderbouwd is en niet afgekondigd wordt zoals een paus encyclieken uitvaardigt?
Voor de politiek commentator van De Morgen was het na de hoorzittingen van vorige week woensdag al duidelijk dat "het geheel van aanwijzingen langzaam maar zeker leidt tot iets wat stilaan als bewijs gekwalificeerd zou kunnen worden". Dat er toen nog belangrijke actoren gehoord moesten worden, maakte blijkbaar niet uit. De politiek commentator van De Morgen gaat helemaal uit de bocht wanneer hij schrijft dat de brief van de procureur-generaal bij het hof van beroep "de grootste aanwijzing van poging tot beïnvloeding begint te worden". Wie de procureur-generaal in de onderzoekscommissie heeft gehoord, heeft de man duidelijk horen zeggen dat hij zich op geen enkel moment onder druk gezet voelde in het Fortisdossier. Dat wordt in een ander artikel in De Morgen correct gerapporteerd, maar de politiek commentator van deze krant leest mogelijks de bijdragen van zijn eigen krant niet. De vraag is dan waarop hij zich dan wel heeft gebaseerd. Op het dossier? Op wat experts hem daarover hebben verteld? Of heeft hij zijn oordeel al gevormd vooraleer de onderzoekscommissie van start is gegaan en selecteert hij alleen die informatie uit de getuigenverhoren die zijn stelling lijken te bevestigen?
CD&V en de prakEen ander frappant bewijs van het 'zetten' van een sfeertje is de titel van een artikel zaterdag in De Standaard, waarin gemeld wordt dat de kabinetschef van Reynders 'CD&V in de prak rijdt' (DS 6/3). Wie zich beperkt tot de feiten en niet aan interpretatie doet of partij kiest, heeft in de commissie kunnen vaststellen dat er tegenspraak is tussen de versie van de kabinetschef van de eerste minister en zijn collega van de minister van Financiën over het nakende advies van de substituut in de procedure voor de rechtbank van koophandel. De meeste kranten brengen het ook zo. Voor De Standaard was de verklaring van de kabinetschef van Financiën blijkbaar een bewijs "à charge" en weegt zijn versie meer door dan de verklaringen "à decharge". Met wat we inmiddels weten, is voormelde kop zelfs lachwekkend.
In De Standaard van zaterdag wordt voorts beweerd dat "de witwasmachine" die CD&V van deze commissie wou maken, hapert. Dit artikel is niet op de opiniepagina's opgenomen, maar ondergebracht bij de berichtgeving over een aantal getuigenverhoren van vrijdag. Daarmee is niet gezegd dat de journalist geen mening of geen beoordeling mag maken van wat er in de commissie is gebeurd, maar het zou voor de lezer duidelijker zijn mochten berichtgeving en opiniëring niet met elkaar vermengd worden. Een stuk is of opiniërend of het is berichtgeving. Als er nog iets tussenin bestaat, moeten we dat benoemen.
TerZake dan. Afgelopen vrijdag adviseerde Tim Pauwels na een dag onderzoekscommissie: "Dus: als uw vrouw een probleem heeft op het werk, bel dan de kabinetschef van de eerste minister." Hij heeft talent, Tim. Maar voor een ander programma. Het zou een goede grap zijn in de eindejaarsshow van Geert Hoste, het is ongepast cynisme in een nieuwsprogramma van de openbare omroep.
Peter Vandermeersch besluit op 10 maart "dat de oude CVP nog steeds werkt". Hij besluit dat op basis van een inderdaad dubieuze tussenkomst van Jan De Groof. Maar, vreemd alweer. Bizar en merkwaardig. Níémand heeft enig gevolg gegeven aan de demarches van Jan De Groof. De oude CVP werkt dus net níét meer. Dat de verwachting van een oneigenlijk dienstbetoon nog (over)leeft, daar kan dé CD&V bezwaarlijk voor verantwoordelijk gesteld worden. In De Standaard lees ik ook dat Jo Vandeurzen geweigerd zou hebben derdenverzet uit te voeren. "Compleet erlangs", heet zoiets in Limburg. Onjuist dus. Ik zwijg over de verwarring die de artikels 29, 140, 399 en 1088 hebben veroorzaakt.
Nauwe schoentjesEen week berichtgeving over de Fortisonderzoekscommissie leert dat er onder de journalisten die de commissie volgen verslaggevers zijn die hun oordeel al hebben gevormd en die de feiten die ze in de commissie horen, gebruiken om hun stelling te ondersteunen en de andere te minimaliseren of weg te laten. Het valt ook op dat bepaalde feiten een veel grotere betekenis of aandacht krijgen dan ze verdienen, alleen omdat ze meer tot de verbeelding spreken, maar daarom niet essentieel zijn voor het onderzoek van de commissie.
Bijvoorbeeld het feit dat het Fortisdossier, nadat het arrest van het hof van beroep was uitgesproken, zich enkele dagen op het kabinet van de minister van Justitie bevond. Volgens sommige kranten kwam de toenmalige minister van Justitie daardoor "in nauwe schoentjes", want de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie vond dat "merkwaardig". Dat de procureur-generaal bij het hof van beroep op eigen initiatief het dossier had laten overbrengen naar het kabinet, wist de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie blijkbaar niet. Vooraleer daaraan de kwalificatie merkwaardig te geven en daarmee voedsel te geven aan de indruk dat er sprake zou kunnen zijn van beïnvloeding of ongeoorloofde handelingen, had de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie wellicht beter eerst geïnformeerd naar de reden van de overbrenging van het dossier en wie daartoe opdracht had gegeven. We mogen geredelijk aannemen dat hij al sinds 18 december de tijd had om die informatie in te winnen. Maar die vraag wordt niet gesteld. Ook niet de vraag of dit verhaal over een doos zo uitzonderlijk is. Belangrijk is dat dit "merkwaardig" was. Merkwaardig, bizar, vreemd. Toch?
Eens men volgens de perceptie schuldig is bevonden, is het blijkbaar moeilijk om andersluidende informatie te laten doordringen.