Waar blijft de joodse zin voor humor?

03/02/09, 08u26
Ludo Abicht zoekt een verklaring voor de afwijzende reactie van de joodse gemeenschap. Abicht is docent filosofie en auteur van Humor, vrijheid en wijsheid van de joden (Antwerpen-Baarn, 1992).


Na eerdere incidenten over Plat préféré, de reclame met Tomas De Soete als Hitlerchippendale en de op radio uitgezonden jodenmop van Philippe Geubels heeft de joodse gemeenschap zich opnieuw boos gemaakt op de openbare omroep. Dit keer gaat het om een filmpje dat Man bijt hond afgelopen vrijdag uitzond (DM 2/2). 'Ik vrees dat dit te maken heeft met een aan de gang zijnde internationale campagne 'tegen het antisemitisme'', schrijft Ludo Abicht.

'Leden van de joodse gemeenschap reageren overgevoelig op een satirisch televisieprogramma waarin gezegd wordt dat leden van de joodse gemeenschap overgevoelig op dergelijke programma's reageren." Het had een schitterend voorbeeld van authentieke joodse humor kunnen zijn, maar dat was het jammer genoeg niet. Nochtans is de typische 'joodse humor', waarmee een bepaalde vorm van relativering en zelfrelativering bedoeld wordt die we zowel in de Hebreeuwse Bijbel en de Talmoed als in de verhalen van de Chassidische wijzen uit Oost-Europa aantreffen, terecht bekend vanwege zijn genadeloos kritische aanpak van zowat alle sociale, politieke en religieuze taboes. Er wordt hardop en vooral stiekem gelachen met de machtsaanspraken van keizers, koningen en antisemitische politici: Hitler werd ziek en geen enkele arts kon hem genezen. Behalve natuurlijk dr. Blumenstein. "Blumenstein?", brulde de rijkskanselier, "haal hem onmiddellijk." De arts werd met een limousine vanuit een concentratiekamp naar Berchtesgaden gebracht, onderzocht de Führer grondig en gaf zijn diagnose: "Mein Führer, het ziet er niet goed uit. U zult op een joodse feestdag sterven." Waarop de panikerende Hitler: "Op welke feestdag dan?" "Dat doet er niet toe. De dag waarop u sterft, wordt uiteraard een joodse feestdag."

Ook de oppermachtige katholieke kerk, de paus en de clerus moeten het ontgelden, net als trouwens alle domme en kwaadaardige jodenhaters uit de geschiedenis. Maar de typisch joodse humor is het sterkst en vaak het scherpst wanneer ze hun eigen gewoonten, gebruiken en tekortkomingen op de korrel nemen: een vrome jood wandelt langs een slagerij, kijkt even rond of er geen andere jood in de buurt is, glipt naar binnen en bestelt een half pond van die vis daar. "Maar dat is gekookte ham", protesteert de verbaasde slager. "Kom nou, de naam van de vis interesseert me niet", antwoordt de verontwaardigde koper.

Er bestaan honderden geestige joodse moppen over hun eigen godsdienst, maar evengoed over de staat Israël en zelfs, hoe onwaarschijnlijk dat ook lijkt, over de jodenvervolgingen en de Shoah: een stokoude jood staat aan de sluis in Antwerpen te wuiven naar een boot die naar Haifa vertrekt. "Mag ik alstublieft meevaren? Ik wil zo graag in Israël sterven." De kapitein laat zich vermurwen en neemt de man aan boord. Twee weken later, wanneer de boot deze keer uit Haifa vertrekt, staat die man opnieuw aan de haven en vraagt mee te mogen varen naar Antwerpen. "Maar ik dacht dat je in Israël wou sterven?" "Ja, sterven wel, maar niet leven!"

Clichés bevestigen
De meeste specialisten van die joodse humor beschouwen die anekdotes als een efficiënt verdedigingswapen tegen allerlei vormen van anti-judaïsme en antisemitisme: wanneer wij het zelf zeggen, maaien we het giftige gras van onder de voeten van onze tegenstanders weg. Men hoeft er maar een show van beroemde Amerikaanse, Europese en Israëlische humoristen op na te slaan om te merken hoe ver die met deze vorm van zelfhumor kunnen gaan. Daarom is het een raadsel waarom leden van de joodse gemeenschap de laatste tijd uitblinken door een opvallend gebrek aan die humor. In plaats van platvloerse en soms smakeloze clips over joden met een spirituele en rake tegenzet te ontmijnen, gooien ze door hun vaak overtrokken moralistische reacties gewoon olie op het vuur. Terwijl ze heel goed kunnen weten dat dergelijke reacties die clips en uitspraken alleen maar belangrijker maken en tegelijkertijd de daarin gebruikte afgezaagde clichés ongewild bevestigen.

Ik vrees dat dit te maken heeft met een aan de gang zijnde internationale campagne 'tegen het antisemitisme', waarin een onverstandig amalgaam gemaakt wordt van echte uitingen van antisemitisme, die er ongetwijfeld zijn, met gerechtvaardigde kritiek op bepaalde aspecten van de Israëlische politiek ten opzichte van de Palestijnen en onschuldige, zij het niet altijd even intelligente of respectvolle grapjes die nauwelijks verschillen van de bekende flauwe Hollander- of Belgenmoppen. Wanneer men dat alles onder de noemer van 'antisemitisme' brengt en dat echte of vermeende antisemitisme associeert met de onmenselijke tragedie van de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog dreigt men zowel de gruwel van de Shoah als de voorbeelden van echte jodenhaat te banaliseren, wat zeker niet de bedoeling kan zijn geweest.

De joodse rabbi Jezus van Nazareth had het al gezegd: "Wanneer het zout der aarde verschaalt, waarmee zal men dan nog kunnen zouten?" Een smaakloze of zelfs beledigende mop beantwoordt men efficiënt en gevat met een betere mop, kruidig als het zout van de Dode Zee. Niet met een prekerige en paniekerige beschuldiging en in geen geval met een aanval op de vrije meningsuiting.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />