Ongeloof, verbijstering, verontwaardiging en woede vechten met elkaar na de de gruwelijke steekpartij in Dendermonde. Een dag voor het weekend zet je je lieveling af bij het kinderdagverblijf Fabeltjesland en enkele uren later krijg je het bericht dat die er niet meer is. Niemand verdient het te sterven, en zeker geen onschuldig kind. Er is alleen nog een gapende leegte, een onvermogen tot begrijpen, zelfs maar bevatten. De dood kwam ook niet door een ongeval, niet door iets wat je nog zou kunnen begrijpen en misschien ooit verwerken, maar door het zinloze geweld van een man die de demonen in zijn hoofd niet langer onder controle had. Een psychopathische massamoordenaar die met iets ongrijpbaars in zijn hoofd wilde afrekenen en dacht dat het doden van kinderen hem daarbij zou kunnen helpen. Krankzinnige kronkels van een geest waarin niemand wil afdalen. Omdat de donkerte die daar heerst onpeilbaar en onvatbaar is.
Maar toch - het is sterker dan onszelf - zoeken we wanhopig naar verklaringen. En als dat niet onmiddellijk lukt naar schuld. 'Was dit drama niet te voorkomen?', was een van de eerste vragen die de reporters op de beleidsverantwoordelijken afvuurden. Misschien wel.
Als je voor iedere kindercrèche een gewapende agent zet die de bevoegdheid heeft om iedereen die binnenkomt te fouilleren. Maar één agent kan overmeesterd worden, dus zetten we er beter twee. Alleen: wie stuurt zijn kind nog naar zo'n crèche? Wie wil leven in een samenleving waarin dit soort taferelen op iedere hoek en in iedere straat te zien zou zijn? En wie zou het betalen?
We komen uit een samenleving waarin nog maar een eeuw geleden kindersterfte niet meer dan normaal was, de levensverwachting nauwelijks rond de veertig lag, ziekte en dood haast onvermijdelijk in elkaars verlengde lagen. Met betere geneeskunde, betere hygiëne en betere sociale bescherming zijn we er in de loop van de tijd in geslaagd omstandigheden te creëren waarin we het terrein van het noodlot steeds verder konden terugdringen en inkrimpen. Steeds meer en beter kregen we vat op de risico's en gevaren die ons bedreigden. Wat destijds levensbedreigend was, is nu met een simpele pil te genezen. Kraamklinieken en perinatale zorg hebben kindersterfte tot het laagste niveau ooit teruggedrongen. Steeds beter werden we, en er steeds meer van overtuigd dat we alle omstandigheden naar onze hand konden zetten. Alleen de dood op hoge leeftijd aanvaarden we, en dat alleen maar omdat we er nog niets op gevonden hebben.
Ook op andere terreinen was dat zo: van coöperatieve steunkassen tot de moderne sociale zekerheid: steeds meer waren we in staat om de risico's en de ongelukken van het leven misschien niet helemaal onmogelijk te maken, maar er ons toch minstens tegen te verzekeren. Van ziekte via handicap over werkloosheid tot de oude dag: voor iedere mogelijke rampspoed werden we steeds beter in het voorkomen ervan en - als het toch gebeurde - in het materieel en financieel draaglijk maken van de gevolgen.
In de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten wordt als een van de belangrijkste en onvervreemdbare rechten van het individu 'the pursuit of happiness' genoemd, de mogelijkheid zelf zijn geluk te creëren en te vormen. In onze unieke en vergevorderde verzorgingsstaat zijn we dat in de loop van de afgelopen eeuw anders gaan invullen. Wij zijn geluk beginnen vertalen als 'the avoidance of unhappiness', het te allen prijze vermijden van verdriet en ongeluk. En dankzij ons systeem van publieke en private verzekeringen, dankzij de veiligheidsregelgeving van de overheid, dankzij preventie van risico's en bestraffing van overtreders van de maatschappelijke regels zijn we er inderdaad in geslaagd veel van wat vroeger automatisch noodlottig zou zijn geweest, nu als gevaar uit te schakelen.
Het gevolg is wel dat we onvermogend zijn geworden om nog met het resterende noodlot om te gaan. Hoe kleiner het speelveld van het noodlot wordt, hoe lastiger we het hebben om het te aanvaarden. Maar toch is het daar, net omdat het de aard van zijn wezen uitmaakt: het kan niet vermeden worden.
Het is een eeuwig en universeel gegeven. Ook Macbeth in Shakespeares gelijknamige stuk gelooft de heks niet die hem zegt dat geen levend wezen in staat geacht mag worden om hem te doden. Zelfs dan, vrijgepleit van ieder mogelijk noodlot, besluit hij toch de familie van zijn rivaal McDuff te laten vermoorden, om zelfs een niet bestaand risico op te heffen. Zekerder kun je niet zijn, beter kun je je verzekering niet verdubbelen, zegt hij. Hij faalt. Op het einde van het stuk wordt hij gedood omdat aan het noodlot niet te ontkomen valt.
Het accepteren van het noodlot is ons vreemd geworden, gewend als we zijn ieder risico te kunnen verkleinen of op te heffen. Wanneer het dan toch toeslaat, zinloos en onverklaarbaar, moet het wel iemands schuld zijn.
Misschien is het wel de schuld van een te lakse begeleiding van psychiatrische patiënten?
Is dat zo? Willen we naar een samenleving waarin iedereen die zijn trauma's niet opgelost krijgt en in een psychose vervalt meteen preventief opgesloten wordt voor de rest van zijn dagen? Hoe gaan we dat organiseren, en betalen? En hoe gaan we de processen winnen tegen die opgeslotenen die volkomen terecht zullen argumenteren dat ze onrechtmatig vastzitten, omdat ze (nog) niets misdaan hebben? Hoe onderlegd een psychiater ook is, de eerste die kan voorspellen of en wanneer juist bij iemand de stoppen doorslaan, moet nog geboren worden.
Misschien is het wel de schuld van de overheid, die te laks is gebleven?
Van een overheid mag je verwachten dat ze zorgt voor regels en dat ze die laat controleren. Dat de bedjes in de crèches degelijk zijn, dat er geen speelgoed rondslingert dat potentieel gevaarlijk is, dat de omstandigheden er hygiënisch zijn en het personeel geschoold is om met baby's en peuters om te gaan. Maar hoe belet je als overheid dat er een gek met een smoes en een messenset binnenwandelt en een bloedbad aanricht? Door van kinderdagverblijven gevangenissen te maken? En willen we dat wel echt? Werk maken van een vermeende lakse beveiliging van kindercrèches, een maatschappelijke problematiek die tot gisteren nog nooit door iemand ter sprake is gebracht?
We zijn zo allergisch aan het noodlot geworden dat we het niet langer kunnen aanvaarden. Het moet altijd iemands verantwoordelijkheid zijn, iemands schuld. De harde, brute waarheid is dat het deze keer niemands schuld is, behalve van een man die zijn demonen niet langer onder controle had. We kunnen de maatschappij voortaan tegen die man beschermen, maar we hadden het op geen enkele manier kunnen voorkomen. Dat is een verschrikkelijk gegeven, maar het is niet anders.
Gelovigen zoeken de zin van het leven in het mysterie, ongelovigen proberen een zin te geven aan het absurde. Maar geen van beiden kan helpen in het verklaren of uitleggen van het zinloze dat gisteren al die families in rouw dompelde.
Opvang, medeleven en machteloos verdriet zijn de enige schamele antwoorden die het noodlot ons laat.
Yves Desmet

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.