Tussenstand: Hoe wetten en worsten gemaakt worden

Door: redactie − 10/01/09, 07u53

Liesbeth Van Impe maakt de politieke tussenstand van de week op.

Van twee dingen kun je maar beter niet zien hoe ze gemaakt worden: worst en wetten. Het citaat wordt aan Otto von Bismarck toegeschreven, de Pruisische staatsman die op het einde van de 19de eeuw aan de basis lag van het Duitse keizerrijk. Bijna anderhalve eeuw later is zijn boutade nog altijd relevant, zo bleek deze week andermaal.

Wetten in wording krijgen zelden bijzonder veel aandacht. Controversiële standpunten of grote nieuwigheden halen af en toe eens de kranten, een pittig debat lokt heel af en toe de camera's naar het parlement. Maar de punten en komma's, de talrijke technische artikels die de grote principes in de praktijk omzetten, worden in het beste geval slechts door een handvol parlementsleden en/of kabinetsmedewerkers grondig bestudeerd en begrepen. Tot het fout loopt. Als door manke wetgeving plots tien criminelen lachend de gevangenisdeur achter zich dicht slaan, staan zij en de tot dusver vrij anonieme wet plots wel op alle voorpagina's.

Krakkemikkige wetten zijn in dit land geen nieuwigheid. Als we vandaag nog altijd bezig zijn met Brussel-Halle-Vilvoorde, dan is dat te danken aan het haastwerk dat de hervorming van de kieswetgeving onder paars-groen geworden is. De wapenwet, op een drafje goedgekeurd na de moordende raid van Hans Van Themsche in Antwerpen, werd een paar maanden later alweer in vraag gesteld en aangepast. Het Vlaamse Gemeentedecreet is ook al niet meer aan zijn eerste reparatiewet toe, een lijdensweg die helemaal belachelijk gemaakt werd toen Open Vld op het allerlaatste moment nog met een amendement-De Gucht kwam aandraven. En over wat er allemaal mis is met de wet op de Bijzondere Opsporingsmethodes (BOM) zijn deze week pagina's volgeschreven.

Fouten in de wetgeving botsen op de lange duur wel op het Grondwettelijk Hof of de Raad van State. Het kwaad is dan wel al geschied, zowel wat de werkbaarheid van de staat betreft als de geloofwaardigheid van het politieke werk. De politiek heeft helaas de neiging de bezwaren weg te wuiven, ze te behandelen als louter technische kwesties en snel snel wat wetgevend oplapwerk door het parlement te jagen. Dat is zelden de beste weg. Soms zit in een detail een fundamentele discussie verborgen.

De bom onder de BOM-wet
De BOM-wet is een goed voorbeeld van wat er zo allemaal verkeerd kan lopen. Begin 2003, een half jaar voor het einde van de paarse legislatuur en in de nadagen van de 9/11-psychose, werd de wet door toenmalig justitieminister Marc Verwilghen (Open Vld) ingediend. De goedkeuring kon niet snel genoeg gaan.

Nochtans was de wet wel enig debat waard. Bijzondere opsporingsmethodes geven grote bevoegdheden aan politiediensten en speurders in hun strijd tegen zware criminaliteit en terrorisme. De verdedigers ervan hebben het doorgaans niet zo moeilijk: de law and order-argumenten worden in karrenvrachten aangevoerd, de speurders die de wet moeten volgen in hun strijd tegen de wettelozen is makkelijk in sprekende beelden te gieten. Het werktuig van de voorstanders is reële angst en het publieke buikgevoel.

De criticasters, de sceptici en de voorzichtigen staan aan de moeilijke kant van het debat. Tegenover de logica van het gezond verstand stellen zij fundamentele rechten en grote principes. Zij moeten het veel lastiger punt maken dat law and order zonder democratische controle een bedreiging is voor iedere burger, niet alleen voor topterroristen. Zij verdedigen de fundamenten van de rechtsstaat, zoals die in de grondwet zijn vastgelegd.

De critici krijgen doorgaans het verwijt dat ze spoken zien. In dit geval kregen ze achteraf echter gelijk van het Grondwettelijk Hof, tot tweemaal toe. De politiek leek telkens niet onder de indruk en greep de reparatiewetten aan om de bevoegdheden van de speurders zelfs nog uit te breiden. Ze bleef daarbij consequent blind voor de inhoudelijke bezwaren.

En zo kan het bijvoorbeeld dat de BOM-wet nog altijd stelt dat de gebruikte onderzoeksmethoden enkel in een geheim document meegedeeld worden aan het Openbaar Ministerie en niet aan de beklaagden of aan de rechter. De rechten van de verdediging en het principe van de gelijke wapens in een rechtszaak zijn dan wel meer dan holle begrippen.

In de Belgische politiek vandaag is het debat over die fundamentele grondrechten niet echt gebruikelijk, tenzij dan in de geperverteerde vorm over de vrije meningsuiting door het VB. Het absolute tegendeel, de VS, stelt die grondrechten centraal in het politiek debat. De Constitution en The Bill of Rights behoren er tot het mainstream politiek discours, van 'the right to the pursuit of happiness' tot de amendments die de basisrechten een voor een oplijsten. Schoolkinderen worden al van jongsaf vertrouwd gemaakt met de basisteksten van hun democratie.

België moet niet onderdoen qua grondwet, die in 1830 als een van de meest liberale van Europa gold. Maar het aantal Belgen dat de Grondwet ooit in handen gehad heeft, laat staan gelezen, is bijzonder klein. Misschien is het feit dat de Grondwet bij ons, en zeker in Vlaanderen, vooral geassocieerd wordt met staatsstructuren en communautaire problemen daar niet geheel vreemd aan. De eerste artikels zijn volledig gewijd aan de communautaire indeling van het land. Je zou bijna vergeten dat ook de fundamentele rechten van elke burger erin opgesomd staan.

Je kunt de kritiek van het Grondwettelijk Hof herleiden tot een paar technische aspecten, je kunt er ook de aanzet tot een debat in zien over de fundamenten van de rechtsstaat. Hoe sneller de politiek er zich ook deze keer weer vanaf maakt, hoe kleiner de kans dat het juiste debat gevoerd zal worden.

De emotionele wetten van politiek
Idealisering van het Amerikaanse systeem is echter niet op zijn plaats. De VS wezen de wereld na 9/11 immers de weg met hun Patriot Act, een aanslag op de grondrechten waar Amerikanen zo trots op zijn en wel in naam van The War on Terror en de nationale veiligheid. Patriot Act en BOM-wet zijn in hetzelfde bedje ziek: ze zijn het antwoord van de politiek op een crisis op het moment dat het stof nog aan het neerdwarrelen is. Steekvlampolitiek heeft de voorbije jaren de grootste gedrochten gecreëerd.

De reden is simpel: op momenten van nationale verbijstering voelen weinigen zich geroepen een abstract discours over rechten en vrijheden te houden. Radicale agenda's botsen plots op veel minder weerstand. De remmen van het democratisch systeem werken niet meer. Het parlement is van de drie machten doorgaans de instelling die het minst gerespecteerd wordt. De scheiding der machten is er een illusie en dat shockeert zelfs niemand meer. Maar als het fout loopt met een wet, zoals deze week, zijn de parlementsleden wel de eersten die met een beschuldigende vinger gewezen worden. Zij zijn de knoeiers die niet eens wat wetsartikeltjes bijeen konden schrijven of evalueren.

Als het parlement uit de BOM-wet iets kan leren, dan is het dat het meer respect moet opeisen. Het moet de tijd en expertise ter beschikking hebben om degelijk wetswerk af te leveren. Maar niet alleen de technische details zijn van belang. Het parlement moet ook de spreekbuis zijn van de meest fundamentele principes van de rechtsstaat. En als ministers met ongekende dadendrang willen bewijzen dat ze snel een antwoord op een crisis kunnen bedenken, dan moet het parlement de hielen in het zand duwen. Geen enkele reden is goed genoeg om de controle uit handen te geven. En telkens als het Grondwettelijk Hof moet concluderen dat de wetgever de fundamentele vrijheden met de voeten treedt, zou dat door de politiek als een pijnlijke, maar verdiende blamage gezien moeten worden.

Nu er weer een regering is en een begin van stabiliteit, is het misschien aan het parlement om eindelijk nog eens de rug te rechten. De voorbije maanden waren niet bepaald glansrijk. De parlementsleden waren de passieve toeschouwers bij de regeringsvorming, ondergingen het immobilisme dat erop volgde, zagen van op de zijlijn hoe de bankencrisis zich ontwikkelde en mochten als kers op de taart donderdag een begroting stemmen die niet de minste geloofwaardigheid geniet. Misschien is de BOM-wet een goed begin om te tonen dat het ook anders kan. En laat niemand na zes jaar knoeiwerk zeggen dat er haast mee gemoeid is.

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw mening?

De beste reacties verschijnen in de krant

Aan het laden...