05/01/09 07u51
Rudy Aernoudt deconstrueert het Gravensteenmanifest. Aernoudt is econoom en gewezen kabinetschef op federaal, Vlaams en Waals niveau. Begin november maakte Aernoudt bekend een nieuwe Franstalige partij op te richten, onder de naam LiDé.In de Gravensteenmanifesten die in de loop van 2008 verschenen, toonde een groep intellectuelen, met onder andere Etienne Vermeersch, zich verontrust over het feit dat 'in de discussies over de staatshervorming de indruk wordt gewekt dat redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen telkens weer met extreem-rechts gedachtegoed worden geassocieerd'. Rudy Aernoudt onderwerpt de teksten aan een deconstructivistische lezing.
Filosofie is de bron van alle wijsheid. Deze gedachte indachtig meende ik er goed aan te doen mijn filosofische kennis tijdens de vakantie even een opfrisbeurt te geven door het lezen van het pas gepubliceerde boek van Etienne Vermeersch en Johan Braeckman, De rivier van Herakleitos. Het leest vlot, maar wat mij enorm stoort is de vooringenomenheid van het boek. Een vooringenomenheid die ik ook bij Etienne Vermeersch vaststelde als hoofdauteur van het Gravensteenmanifest. Wie zich de moeite getroost om enige filosofische analyse aan de dag te leggen merkt hoe de geschiedenis van de filosofie, zoals zo vaak gebeurt, wordt misbruikt om het grote gelijk te verdedigen.
Immers wie de tekst van het Gravensteenmanifest deconstrueert, zal zien dat van het manifest weinig overeind blijft. Maar een tekst uiteenrafelen om de inconsequenties ervan bloot te leggen, hoe doe je dat? Wel, een volledige stroming van de filosofie deed ter zake baanbrekend werk. Sarah Koffman, Jean-Luc Nancy, Julia Kristeva en Jacques Derrida, om er maar enkelen te noemen, incarneerden het postmodernistisch gedachtegoed van de deconstructie. Derrida wordt algemeen beschouwd als de vader van de beweging. Hij is de enige van het gezelschap die in het boek van Vermeersch en co wordt opgenomen en krijgt welgeteld slechts twintig regels (op een boek van 440 pagina's). Eigenaardig voor iemand die tot één van de meest belangrijke filosofen van de twintigste eeuw wordt gerekend en die, om het maar postmodernistisch uit te drukken, meer dan één miljoen referenties op Google oproept. De auteurs maken er zich van af door te stellen dat "zijn filosofische beweringen onbewezen, onnoemelijk triviaal of totaal fout zijn". De auteurs beschouwen het lezen van de teksten van Derrida als een zelfkwelling. Dergelijke, evenzeer onbewezen stelling is totaal in tegenspraak met de rode lijn van hun verhaal waarvoor ze zich inspireren op Spinoza en waar ze uitdrukkelijk stellen dat ze onophoudelijk proberen de filosofen niet te ridiculiseren, noch te betreuren of verachten maar om te begrijpen. De poging is duidelijk mislukt.
Hoewel de auteurs stellen in hun slot dat het de bedoeling is de actuele relevantie van de verschillende filosofen te belichten, blijkt dus dat Derrida niet relevant is. Een hoogst opmerkelijke, subjectieve en voor een filosoof onwaardige stelling. Het punt is immers dat Derrida zeer relevant is. Derrida stelt zelf dat het niet-geschrevene, de witte lekken in de tekst, zoals hij dat noemt, soms meer betekenend zijn dat de geschreven tekst. Sta mij dan ook even toe de relevantie van Derrida's filosofie aan te tonen door de drie fundamentele stellingen van het Gravensteenmanifest te onderwerpen aan de deconstructietoets.
Stelling één:
"Met onze Franstalige vrienden als het kan, zonder hen als het moet."Zo vatten de auteurs, hoofdzakelijk links-intellectuelen, hun Gravensteenmanifest samen. Dat ze daarbij plagiaat plegen op een populistische politieke partij die deze zin zelfs als kernslogan heeft, kan hen blijkbaar niet deren. De filosofie van Derrida heeft dit mechanisme uitgelegd. 'Toute écriture est testamentaire' stelt Derrida. Hij bedoelt daarmee dat het geschreven woord, zodra het is neergepend, kan gebruikt worden in andere contexten. Hij trok van leer tegen de sofisten die niets anders deden dan woorden van anderen (in casu van Plato) te herhalen en de betekenis te vertekenen door ze in andere contexten te plaatsen. Derrida verkoos precies daarom het gesproken woord boven het geschreven woord.
Stelling twee:
"Het manifest vraagt de onschendbaarheid van taalgrenzen."De gehele filosofie van Derrida staat in het teken van de relativiteit van de grenzen. De natiestaat, stelt Derrida, is een verouderd model. De wereld beweegt zich immers niet binnen de grenzen van een natiestaat. Derrida wil dan ook breken met een rechtsmodel dat steunt op het model van de verouderde natiestaat en pleit voor internationale rechtsorde. Rechtvaardigheid heeft te maken met individuele mensen, niet met groepen. Rechtvaardigheid kan dan ook nooit aan grenzen worden verbonden. We zouden er willen aan toevoegen dat dit ook, mutatis mutandis, geldt voor solidariteit. Daarmede bevindt de grondgedachte van het manifest op drijfzand.
Stelling drie:
"De taalgrens heeft de kracht van een staatsgrens."Centraal in deze stelling staat het principe van territorialiteit. Territorialiteit wijst op een duidelijke afbakening. "In 1962-63 werden de definitieve grenzen vastgelegd van Vlaanderen, Wallonië en Duitstalig België, als taalkundige én culturele ruimtes binnen het Belgisch federaal bestel" stelt het Manifest terecht. De wet is de wet: dura lex, sed lex. Maar we zijn nu wel bijna een halve eeuw verder en ondertussen is heel wat water door de rivier van Herakleitos gestroomd. België is niet langer een land waar drie talen worden gesproken; in Brussel is het Nederlands niet langer de tweede taal en is ook het Frans een minderheidstaal geworden. De benadering van Derrida past perfect in een Europa zonder grenzen, waarvan overigens in de jaren zestig, bij de vastlegging van de taalgrenzen, nog weinig sprake was.
Het principe van territorialiteit mag trouwens het principe van onvoorwaardelijke gastvrijheid, om maar een Derridiaans beladen term te gebruiken, niet in de weg staan. De dogmatische toepassing van het territorialiteitsprincipe waarbij de Poolse Eurocraat die toevallig op Vlaams grondgebied is terechtgekomen, verplicht wordt zijn water- en elektriciteitsfactuur in een voor hem of haar onverstaanbare taal te ontvangen lijkt mij te getuigen van een weinig filosofische houding, en is in land dat de Europese instellingen herbergt zelfs ronduit ongastvrij. Maar aan de wet wordt niet geraakt, stellen regionalisten en separatisten in koor. Hoe zullen zij dan ooit het land gesplitst krijgen, vraag ik mij af. Anderzijds is het vanzelfsprekend niet zo dat het voor een taalgroep volstaat om in een gemeente een meerderheid te verwerven, om de taalgrenzen te verplaatsen. Integendeel, het getuigt van elementaire beleefdheid om zo vlug mogelijk de taal van de meerderheid van het land onder de knie te krijgen, waar men ook woont.
De enige manier om het conflict tussen het territorialiteitsprincipe en persoonsprincipe de overbruggen is dus niet eentaligheid maar meertaligheid. Om een dergelijk proces op lange termijn te realiseren moeten we beginnen bij het onderwijs. Laat ons overgaan tot overal minstens tweetalig onderwijs in Brussel. Wat mij betreft, mag die praktijk gerust als een olievlek uitdijen over de grenzen heen, conform de Derridiaanse disseminatie en de relativiteit van de grenzen.
De filosofische benadering van Derrida holt het Gravensteenmanifest uit. De deconstructie toont aan dat de onderliggende hypothese niet kan standhouden tegen dat filosofisch licht. Vandaar dat de auteurs van De rivier van Herakleitos er geen belang bij hebben dat Derrida bij een Vlaams publiek enige bekendheid zou verwerven. Het boek is dus geen eigenzinnige visie op de wijsbegeerte, zoals de ondertitel van het boek luidt, maar een vertekende visie van de wijsbegeerte. Spijtig!