02/01/09, 08u06
Schrijver Jeroen Olyslaegers verkiest hoop boven woede, als subversieve daad met een hoog rendement
Hoe reageren op de economische en politieke toestand? Woede is één mogelijkheid, maar Jeroen Olyslaegers kiest voor hoop en nodigt u uit hetzelfde te doen: 'Hoe strakker het touw van de geschiedenis rond mijn eigen onnozele hals spant, hoe beter ik ademhaal.'
Een van de installaties die Jan Fabre het afgelopen jaar in het Louvre toonde, werd gemarkeerd door de opvallende zin 'Ik wil mijn kop uit de strop van de geschiedenis trekken'. In een interview met het kunsttijdschrift (h)art geeft hij als Antwerpenaar zijn verhouding met de geniale Rubens aan als wurgend; een strop die misschien losser wordt bij het voortschrijden der jaren maar die niettemin strakker rond de hals zit wanneer hij zijn werk confronteert met de meesters die in het Louvre hangen.
In 2008 heb ik regelmatig de strop van de geschiedenis rond mijn hals gevoeld, maar dat gevoel had weinig te maken met respect voor het werk van kunstenaars uit het verleden. Zelden was dit land mij zo wurgend, zelden waren zijn politieke leiders van meerderheid en oppositie zo terneerdrukkend, zelden was de passiviteit van ons allemaal zo wraakroepend.
Op deze opiniepagina heeft Frank Albers zich ook al woedend afgevraagd waar de woede is gebleven en waarom wij met zijn allen de scabreuze toestand ondergaan waarin de wereld zich bevindt. Zijn wij nu echt gegijzeld door de geschiedenis, en in dit land door een rampzalige opbodpolitiek waar politici zich aan beide kanten van de taalgrens aan hebben gewaagd, daarbij geholpen door steeds roekelozer mediacreaturen en opiniemakers? Albers had het over de waanzinnige kredietcrisis, het ineenstorten van een kapitalistisch systeem gedreven door hebzucht dat er uiteindelijk voor zal zorgen dat wij met zijn allen de rekening mee betalen. Maar de seismograaf van de woede slaat nergens in pieken uit, constateert Albers. Ik zag woede op de fameuze vergadering van Fortisaandeelhouders waar de Belgische haute finance werd uitgejouwd en als een zotskap uit een ander tijdsvak naar de uitgang werd begeleid. Maar was dat een woede vanwege het algemeen belang? Of ging het over de hoogstpersoonlijke spaarcenten en beleggingsfondsen die elke individuele schreeuwer in rook had zien opgaan? Was dat niet simpelweg de keerzijde van de hebzucht, het zelfmedelijden dat omslaat in een lynchsfeer?
Bestaat dat nog, gemeenschappelijke woede, woede uit een hoger belang? Retro is hip in de Wetstraat de laatste weken, sta me toe me door die sfeer ook even te laten bedwelmen. Telkens als iemand in eindejaarslijstjes de loftrompet steekt over de triomftocht van de Vlaamse film en jubelt over een deerniswekkend lege film als Loft, moet ik aan de laatste Belgische film ooit denken. Die liep niet in de zalen, is niet verkrijgbaar op dvd en heeft nooit subsidies ontvangen van welk fonds ook. In de nazomer van 1996 werd deze prent voorbereid en op 20 oktober 1996 ging ze in première. In de naslagwerken wordt de Witte Mars als een betoging bestempeld, maar dat klopt niet helemaal. Wat zich aankondigde als een uiting van collectieve woede werd geregisseerd door regering en koningshuis als een Gone with the Wind voor België, met toenmalig premier en huidige hoop in bange dagen Jean-Luc Dehaene in een glansrol als Hollywoodproducent David O. Selznick.
Iedereen mocht meedoen, moést meedoen, zo lang er geen politieke slogans werden geuit. De toenmalige rijkswacht kondigde enkele dagen op voorhand aan dat iedereen die deze manifestatie toch zou "misbruiken" voor politieke doeleinden, onverwijld uit deze "betoging" zou worden verwijderd. Resultaat? Wind in witte ballonnen. Woede vanwege het falende systeem? Gone with the Wind. Eis tot hervorming? Gone with the Wind. Anders, beter, nieuwer? Gone with the Wind. Resultaat: feilloos geregisseerde cinema, maar geen collectieve uiting van wat dan ook, tenzij rouw. Want rouwen, o medeburger, daar zijn we goed in. Geen daad van 'zinloos geweld' gaat voorbij of er zijn al sommigen onder ons die staan te trappelen om de straat op te gaan met knuffeldieren en bloemen. Wij geven graag geld uit aan een Glazen Huis en een abstract beeld van moeders op vlucht voor geweld, maar we kijken de andere kant op wanneer mensen met concrete politieke slogans worden verwijderd uit dit massagebeuren. Loftvlamingen waiting to happen, engagement als een exquis aperitiefhapje voor de nakende feesten.
Maar we zijn niet alleen. De geschiedenis van de twintigste eeuw heeft van elke Europeaan een traumapatiënt gemaakt. Filosoof Peter Sloterdijk heeft in zijn essay 'Woede en tijd' feilloos uit de doeken gedaan hoe woede kapitaal werd voor elke beheerder van ideologie. Uitingen van sociale onvrede werden gekapitaliseerd door rechts en links en de woedenden werden wraakdividenden beloofd zodra de leider van een ideologie of geloof aan de macht kwam. De horror van de Tweede Wereldoorlog heeft niemand van ons verwerkt. Het kind van de rekening werd ideologie in welke vorm ook. Sinds 1945 is het woord 'wij' een ondode geworden in Europa. Europa representeert geen droom, maar een handelsakkoord.
En toch. Hoe strakker het touw van de geschiedenis rond mijn eigen onnozele hals spant, hoe beter ik ademhaal. Hoe meer mij angst wordt aangepraat over recessie en avondland, hoe meer bevrijd ik me voel. Hoe harder er geknoeid wordt in de Wetstraat, hoe meer ik denk dat uiteindelijk de pragmatiek het zal halen. Hoe waanzinniger het er in de wereld aan toegaat, hoe positiever ik word. Misschien ben ik niet alleen, misschien hangt het in de lucht. 2008 lijkt een kanteljaar op lokaal en internationaal vlak, een jaar waarin de kelk van de waanzin tot op de bodem werd geledigd. Alles verschuift. Het is een jaar waarin ik persoonlijk niet definitief ben afgehaakt en mij als een of andere kluizenaar wars van de wereld wil terugtrekken.
Integendeel zelfs: voor mij is het een jaar waarin ik mezelf opnieuw wil inpluggen. Tijdens ideologische tijden is hoop altijd een tikje verdacht, lijkt er altijd weer iemand op de loer om die hoop te misbruiken voor andere doeleinden. Maar we zijn de ideologie voorbij. Het wordt tijd voor pragmatiek, over alle grenzen heen. Misschien is woede als motor voor verandering overschat. Misschien zijn er andere emoties om na te jagen in tijden van onheil. Hoop heeft Barack Obama een historische overwinning bezorgd in de VS.
Als een politicus of een partij in dit land in plaats van ongenoegen en malcontentement hoop zou inzetten als speerpunt, angst zou afzweren en pragmatiek hoog in het vaandel zou voeren, zijn we al een eind verder. Hoop wordt in 2009 een subversieve daad met een hoog rendement. Ik ben er klaar voor. Ik haal mijn kop uit de strop. U ook?
Vandaag in De Gedachte in De Morgen ook nog:'De machthebbers van de boekenberg': DIRK LEYMAN, redacteur bij De Morgen en recensent van onder meer Nederlandse en Franse literatuur, over de relatief bescheiden rol van de recensent in het literaire landschap.
'Hoe de Europese Unie haar geloofwaardigheid verspeelde in het Israëlisch-Palestijnse conflict': BILAL BENYAICH, politoloog en bezig aan een boek over het Europese buitenlandse beleid ten opzichte van het Israëlisch-Palestijnse conflict sinds 1948, hekelt de pro-Israëlische handelspolitiek van Europa.