Paul De Grauwe: "Dringend gezocht: optimist (m/v)"

20/12/08 07u58
In dit land heerst het malgoverno van het parlement tot op het spaarboekje. Ver voorbij de clichés over het Belgische surrealisme vragen twee eminente beschouwers zich af: hoe moet het nu verder? Paul Goossens belicht de politieke crisis, Paul De Grauwe de economische malaise. Over het moment dat doemdenken chic werd in de wereldeconomie.

Voor economen zal 2008 het jaar zijn waarin dingen die niet konden gebeuren toch gebeurden. Een veralgemeende bankencrisis was iets wat alleen in ontwikkelingslanden kon bestaan, zeker niet in de landen met de meest gesofisticeerde financiële stelsels, met name de VS en de Europese landen. Had de Amerikaanse overheid in het verleden de landen in Azië niet de les gespeld over de manier waarop ze hun financiële markten moesten organiseren om bankencrisissen te vermijden? En nu was het de beurt aan de VS en Europa. De crisis sloeg er in alle hevigheid toe.

Vermits zovelen dachten dat dit niet kon gebeuren in hoogontwikkelde landen was de initiële reactie er een van onderschatting van de effecten van de crisis. De kredietcrisis die was ontstaan in de markt van rommelhypotheekleningen in de VS zou kunnen beperkt worden tot die sector, zo dacht men. Deze houding leidde tot de ene verrassing na de andere. Het faillissement van Bear Stearns kwam er in maart 2008 en verwekte een nieuwe schokgolf. Die ging dan weer liggen omdat het brein van de meeste analisten nog geconditioneerd was door de idee dat zoiets niet mogelijk is in de rijke landen. Er volgden nog enkele verrassingen, tot de grote ontknoping van het najaar, toen de Amerikaanse overheid Lehman Brothers failliet liet gaan. Het kaartenhuisje dat de banksector is, dreigde ineen te storten. Dat laatste werd op het nippertje vermeden door de massale injectie van geld door de centrale banken.

Vanaf dat moment draaide het sentiment volledig om. Het ongeloof dat de crisis zich zou uitbreiden sloeg om in paniek. Doemdenken over de toekomst werd nu plots chic.

Geloofscrisis
De dramatische ontwikkelingen in de financiële markten leren ons iets over het gedrag van de mens die leeft in een omgeving die hij niet begrijpt. Ook de economie is in grote mate onbegrijpelijk (noteer dat ik niet schrijf "volledig onbegrijpelijk", als dat het geval was zou ik als econoom geen werk meer hebben).

Wat gebeurt als een mens iets niet begrijpt? Hij zal het vacuüm dat onbegrip nalaat in de hersenen opvullen met een geloofsovertuiging. Dat geeft hem een houvast. Dat gebeurde ook in de financiële markten. De geloofsovertuiging was dat de efficiëntie van de financiële markten crisissen onmogelijk had gemaakt. De eerste tekenen dat deze geloofsovertuiging niet strookte met de werkelijkheid werden dan genegeerd. Tot op het moment dat de tekenen overweldigend sterk werden. Dat leidde tot een geloofscrisis. Mensen stapten in een nieuwe geloofsovertuiging. En die luidt nu dat het bijzonder moeilijk zal zijn om uit het moeras te geraken.

Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat wisselende geloofsovertuigingen leiden tot vlagen van optimisme en pessimisme. Het vervelende vandaag is dat het pessimisme erg diep zit. Het verklaart ook waarom de conjunctuur op zo een snelle manier is omgekeerd.

De financiële crisis van 2008 brengt nog een ander aspect van het menselijk denken en handelen aan het licht. En dat is onze neiging om dogmatisch te denken. De laatste 25 jaar zijn gedomineerd geweest door het dogma dat er op macro-economisch vlak slechts twee grote gevaren zijn: inflatie en overheidsschuld. Voor centrale banken, vooral dan voor de Europese Centrale Bank, is de vijand nummer één de inflatie, en de vijand nummer twee de overheidsschuld. Dus werden deze twee variabelen met de grootste precisie onder de loep genomen. Het gevolg was dat de ECB, bevreesd voor de inflatie, de rentevoet in juni 2008 verhoogde wanneer het al overduidelijk was dat deflatie een probleem zou worden. Op gelijkaardige manier spanden de overheden zich in om het grote gevaar dat de overheidsschuld is, in te tomen. Ze waren zo gefixeerd op de overheidsschuld dat ze niet zagen dat de private schulden een explosie kenden. Het dogma dat overheidsschuld slecht is, liet hen niet toe te zien dat de ongebreidelde expansie van de private schulden een groter gevaar betekende voor de financiële stabiliteit dan de overheidsschuld.

Wat betekent dit voor 2009? Pessimisme zal nog een tijdje de ondertoon vormen van de gedragingen van consumenten en bedrijven. En dat is geen goed nieuws. Pessimisme in de economie heeft twee aspecten. Ten eerste is het zelfvoedend: pessimistische consumenten consumeren niet, en pessimistische bedrijven investeren niet. Waardoor de productie daalt en de pessimisten gelijk krijgen. Het tweede aspect van pessimisme is dat het besmettelijk is. Breng pessimisten samen, en ze worden nog pessimistischer.

Optimistische leider
Hoe geraken we uit deze tang van het pessimisme? Hier is de oplossing. We stellen iemand aan om optimist te zijn. Bovendien geven we hem de middelen om dit optimisme waar te maken. In de VS is dit vandaag Obama. De man die zegt dat de ommekeer kan, en die bereid is er veel middelen tegen aan te gooien. Zal het lukken? Ik weet het niet. De crisis in de VS heeft diepere wortels dan in Europa. Toch is het merkwaardig dat het precies in de VS is dat dit recept van een leider met een optimistische boodschap wordt gevolgd.

Het contrast met Europa is treffend. Er is twijfel en aarzeling. Er is geen leider die opstaat met een optimistische boodschap en de middelen wil inzetten om dit optimisme te realiseren. Een van de redenen is versnippering. Een andere reden is dogmatisch denken. Voor vele Europese leiders is de overheidsschuld nog altijd het grote gevaar. Het feit dat de private schuld gedurende de laatste twee decennia veel sneller is toegenomen dan de overheidsschuld telt niet. Nochtans is het vandaag zo dat de spaarders geen vertrouwen meer hebben in private schuld en schreeuwen voor meer overheidsschuld (of private schuld die gewaarborgd wordt door de overheid, wat hetzelfde is als overheidsschuld).

Om het hoofd te bieden aan de economische crisis zullen we leiders nodig hebben die risico's willen nemen en oude dogma's opzij willen schuiven. Zullen die opstaan? Ik hoop het. Op Belgische leiders zullen we hoogstwaarschijnlijk niet moeten rekenen.

Paul De Grauwe doceert internationale economie aan de KU Leuven en heeft talrijke invloedrijke publicaties en artikels op zijn naam staan. Hij is columnist bij de zakenkrant The Financial Times.

de Gedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant