Het einde

Door: redactie − 20/12/08, 07u07

Dit is niet alleen het einde van een slechte regering, het is ook het einde van een slecht systeem. Het systeem van ons-kent-ons, het systeem van informele netwerken die zich weinig gelegen laten aan formele rechtsregels, een systeem van gearrangeer en regelen tussen politieke broodheren en politieke aanhorigen in overheidsdienst. Dat is de verdienste van een man - ironisch genoeg van CD&V-signatuur - die de regels van de rechtsstaat en het principe van de scheiding der machten belangrijker vond dan iedere andere afweging. Voorzitter Ghislain Londers heeft de confrontatie daarover met de regering aangedurfd en verdient daarvoor alle lof. Wanneer rechters morgen nog met geloofwaardigheid hun vonnissen kunnen vellen, hebben ze dat aan hem te danken.

Dit is het einde van Jo Vandeurzen, een eervol en integer man die niet in de onwettelijkheid is gegaan, maar, in een verkeerde inschatting van het belang van de Fortiszaak, beter andere instructies had gegeven aan zijn procureur bij het hof van beroep. Hij had ook het inzicht dat hij na dit verslag niet langer kon functioneren en hield onmiddellijk de eer aan zichzelf. Dat siert hem en ook al zal hij nu even door de woestijn moeten, niets staat zijn terugkeer in de weg, zodra hij door de kiezer opnieuw gemandateerd wordt.

De rest van de regering, Yves Leterme op kop, kwam iets trager tot hetzelfde inzicht. Zelfs na het nekschot dat voorzitter Londers hen eergisteren al gaf met zijn eerste brief besefte men niet dat men politiek dood was en vroeg men hem een nieuw salvo te geven. Iets wat de magistraat bereidwillig deed. Pas dan rees het besef dat het écht voorbij was.

Dit is het einde van een regering die het best zo snel mogelijk vergeten wordt. Een regering die pas na een tergend lange ezelsdracht aan elkaar gesmeed kon worden en dan nog alleen van moetens. Een regering waarbinnen nooit vertrouwen heeft geheerst, waarin iedereen iedereen beloerde en saboteerde, en die werd geleid door de meest wantrouwige van al haar leden. Een regering die bijgevolg bleef aanmodderen, geen enkele visie tentoonspreidde en er zelfs niet in slaagde over de kleinste details tot een akkoord te komen. Plaatsvervangende schaamte was vaak de enige emotie die ze kon oproepen.

Dit is het einde van Yves Leterme, die iedereen, zelfs zijn vrienden, meetrok in zijn val. De man met de grootste beloften, die hij geen van alle heeft kunnen waarmaken. En nog erger: waarvan hij al voor de verkiezingen perfect wist dat hij ze niet kon waarmaken. Een man met een gespleten persoonlijkheid: volks, joviaal, intelligent aan de ene kant: dodelijk kil, rancuneus en wantrouwig aan de andere kant. Naarmate die tweede persoonlijkheid het overnam van de eerste verloor hij het vertrouwen, zeker van de oppositie, dan van zijn coalitiegenoten, uiteindelijk zelfs van zijn eigen fractie. Eenzaam en verbitterd moet hij nu de kelk ledigen, en net als Tindemans, op wie hij meer dan hij wil lijkt, zal hij waarschijnlijk nooit nog een hoofdrol spelen in de Belgische politiek. Van 800.000 stemmen tot politieke paria in minder dan twee jaar, het moet het meest onwaarschijnlijke parcours uit de Wetstraatgeschiedenis zijn.

De slechtste naoorlogse regering mag dan weg zijn, de problemen blijven. De begroting moet gestemd, het IPA uitgevoerd, Fortis, Dexia en Ethias blijven acuut. Het zijn ook geen dossiers voor een regering in lopende zaken, die de grootste voorzichtigheid moet betrachten, in afwachting van nieuwe verkiezingen. De vraag van de oppositie naar directe verkiezingen is begrijpelijk, want ze zou zeer goed scoren, maar daarom nog niet meteen de beste keuze voor het land. Dat lijkt veeleer een noodkabinet, dat met een volledig vertrouwensmandaat door het huidige parlement gesteund wordt en dat met een beperkt programma aanblijft tot aan de verkiezingen van juni. Dan kan men alle verkiezingen samen organiseren, en komt er een tijdspanne van vier jaar waarin men met de nodige sereniteit misschien zelfs het communautaire dossier kan aanpakken. De oppositie hoeft voor dat scenario niet te vrezen: de verontwaardiging bij de bevolking is groot genoeg om ook dan nog te winnen.

De vraag is wie dat kabinet moet én wil leiden. Kris Peeters is een denkpiste, maar tegelijk kun je hem niet vragen zichzelf op te branden. Dat geldt trouwens voor heel wat andere toppers die nog een toekomst ambiëren in de Wetstraat. Dus we moeten misschien uitkijken naar iemand van de vorige generatie. Het is niet aan ons om de koning advies te geven, maar ik zou in zijn plaats toch eens Jean-Luc Dehaene op de koffie vragen. Die heeft bewezen dat hij een land uit een budgettair moeras en een economische crisis kan trekken, is communautair ervaren, kent het bankendossier door en door, hoeft niet te werken aan zijn herverkiezing en is waarschijnlijk ook de enige die CD&V nog in een startpositie kan brengen voor de verkiezingen van juni.

Yves Desmet
Politiek commentator

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw mening?

De beste reacties verschijnen in de krant

Aan het laden...