Waarom directe overheidssteun voor de noodlijdende media toch een goed idee is
Geert Buelens stelt enkele vragen bij de koudwatervrees van de uitgevers. Geert Buelens woont en werkt in Utrecht, waar hij hoogleraar Moderne Nederlandse Literatuur is. Voor De Morgen schrijft hij sinds de lente van 2006 tweewekelijks een column.De aangekondigde ontslaggolf in de media - Corelio, De Morgen, VMMa en VRT - zorgt voor debat over de toekomst van die media. Geert Buelens haalt directe overheidssteun uit de taboesfeer: 'Als het ons menens is met onze praatjes over het belang van een pluriforme pers voor de democratie, dan moeten we behalve a ook b durven zeggen'. Tenminste als de juiste voorwaarden vervuld zijn.
Vorige keer betoogde ik op deze plek (DM 3/12) dat overheidssteun aan de media enkel gepast is wanneer die media hun deontologische codes aanscherpen. Voor een gezonde democratie lijkt dat me volstrekt onontbeerlijk. De Staten-Generaal die intussen door Mediaminister Peeters is aangekondigd, is de ideale plek om te bespreken in welk klimaat de media best zouden kunnen functioneren. Waarbij 'best' niet alleen betekent 'financieel rendabel', maar vooral ook 'met duidelijke kwaliteitsgaranties'. Voor wie geneigd is dit voorstel af te doen als wereldvreemde dromerij: half november kondigde de Nederlandse mediaminister Plasterk aan dat het kabinet wil dat er meer prioriteit wordt gegeven aan een breed gedragen beroepsethiek. De beleidsmakers hebben in deze barre mediatijden de sleutel in handen om een aantal prangende problemen samen aan te pakken. De media zelf zouden er goed aan doen in te zien dat ze daar zelf veel bij te winnen hebben.
Dat lijkt vooralsnog niet te gebeuren. Dat alle partijen de actie 'Kranten in de Klas' willen voortzetten en uitbreiden is natuurlijk fantastisch, maar het is een illusie te denken dat het in het huidige klimaat een wezenlijk verschil zal maken. Zowel in Vlaanderen als in Nederland worden maatregelen in de marge toegejuicht maar directe overheidssteun lijkt een totaal taboe. De hoofdredacties van zowel de Volkskrant als NRC Handelsblad lieten weten nooit gebruik te willen maken van een Stimuleringsfonds omdat dit "de schijn van afhankelijkheid met zich meebrengt".
Een buitengewoon merkwaardige redenering vind ik dat. Als de huidige crisis iets duidelijk maakt, dan is het wel dat 'onafhankelijke media' simpelweg niet bestaan. Als de markt even tegenzit dan wordt, zoals laatst gebeurde bij een Vlaamse kwaliteitskrant, de alom gewaardeerde en meest gespecialiseerde Europa-specialist simpelweg aan de deur gezet. Weg kennis, netwerk, kwaliteit en informatie. Dat ook deze krant, ondanks de slogan op de voorpagina, alles behalve een 'onafhankelijk dagblad' is, mag blijken uit de ontslaggolf die is aangekondigd. Niet de hoofdredactie heeft het voor het zeggen, maar de markt, vermomd als de onverbiddelijke rekenmeesters van de directie.
Als het ons menens is met onze praatjes over het belang van een pluriforme pers voor de democratie, dan moeten we behalve a ook b durven zeggen. Net zoals politieke partijen en hun werking betaald worden met belastinggeld, zo ook kan dat met de media. De openbare omroep bewijst nu al dat dit niet impliceert dat je dan een Staatsomroep naar Oostblokmodel wordt. De universiteiten, dichters en filmmakers die enkel door subsidies overleven, zijn evenmin woordvoerders van de Staat. Die Staat hoeft enkel een aantal formele regels op te leggen: subsidies gaan, bijvoorbeeld, enkel naar kranten met een ernstige Wetstraatredactie, correspondenten in belangrijke hoofdsteden, opiniepagina's en aandacht voor de werking van de belangrijkste gemeenteraden van het land. Als de markt straks weer aantrekt, vallen die subsidies meteen weg. Tenzij de persgroepen zich ertoe verbinden deze door veel van hun aandeelhouders misschien als overbodige luxe beschouwde taken te blijven uitvoeren. Als de mediadirecties dit weigeren, bekennen ze eigenlijk kleur: de pluriformiteit van de media en de democratische controle door die media interesseren hun dan eigenlijk niet. Tot het tegendeel bewezen is, kunnen of mogen we daar niet van uitgaan. De bal ligt in hun kamp.