De Groote Oorlog en onze beschavingsziekte

Door: redactie − 10/11/08, 07u59

  • Bart De Wever over het verlies van het geloof in de goedheid van het menselijk bestaan. Bart De Wever is voorzitter van de N-VA. Voor De Gedachte schrijft hij om de twee weken een opiniestuk.

Columnist en historicus Bart De Wever herdenkt de Eerste Wereldoorlog op zijn manier: 'De spirituele leegte in Europa is minstens voor een deel het product van onze voorbije age of extremes.'

Precies negentig jaar geleden eindigde de Groote Oorlog. Vlak na de aanvang ervan in augustus 1914 stuurde Keizer Wilhelm een telegram naar zijn neef, tsaar Nicolaas, waarin hij uiting gaf aan zijn verontwaardiging over een Franse vliegtuigbom die op Neurenberg was gevallen: "Dit gedrag is een cultuurnatie onwaardig. Ook in een oorlog zijn bij het gebruik van geweldsmiddelen de grenzen van hetgeen betamelijk is niet opgeheven." In de vier jaar die volgden werden 65 miljoen soldaten gemobiliseerd, van wie er bijna 10 miljoen het leven lieten, afgeslacht met geïndustrialiseerde krijgstechnieken. Keizer Wilhelm vond er in maart 1918 al lang geen graten meer in om met speciaal gebouwde reuzenkanonnen van op meer dan 100 kilometer afstand de burgerbevolking van Parijs te bombarderen.

Na de Franse revolutie, die het startschot was om in de lange negentiende eeuw het ancien régime te vervangen door liberale burgerdemocratieën, heeft geen enkele gebeurtenis het lot van Europa en de wereld zo ingrijpend en langdurig beïnvloed als de Eerste Wereldoorlog. Het conflict was immers onder meer de katalysator voor de aberratie van het Verlichtingsdenken in succesvolle, totalitaire ideologieën als het nationaal-socialisme en het bolsjewisme. Het zou respectievelijk tot 1945 en tot 1989 duren om die te overwinnen. De kostprijs in mensenlevens liep daardoor in de korte twintigste eeuw verder op tot meer dan 200 miljoen, het overgrote deel daarvan vermoord door de repressie van hun eigen overheid.

In zijn meesterwerk In Europa beschrijft Geert Mak hoe hij in alle landen die hij bereisde een eigen set troostende en verklarende mythen ontdekte om al die ellende een plaats te geven: "Mensen hebben verhalen nodig, om het onbegrijpelijke te vatten, om hun noodlot een plaats te geven. De eigen natie, met haar gemeenschappelijke taal en gezamenlijke beelden, kan die persoonlijke ervaringen telkens weer omsmeden tot één grote, samenhangende geschiedenis. Maar Europa kan dat niet." Mak heeft ongetwijfeld gelijk. Toch stel ik me de vraag of er daarnaast in Europa onderhuids toch geen gemeenschappelijk verhaal bestaat, ten gevolge van de lange en bloedige geschiedenis die in 1914 begon. Of al die onmenselijkheid op ons continent niet enorm heeft bijgedragen tot de massale en diepgaande teloorgang van het metafysische geloof in de fundamentele goedheid van het menselijk bestaan.

Cloaca
Het steeds sneller wegkwijnen van georganiseerde religie in Europa, in tegenstelling tot de rest van de wereld, is daarvan een uiting. Net als de neiging van moderne kunstenaars om niet langer expressie te geven aan de schoonheid van de mens, maar aan zijn lelijkheid. Het kunstwerk Cloaca, dat Wim Delvoye in 2000 voorstelde - een machine die de spijsvertering nabootst door voedsel om te zetten in namaakstront, die vervolgens per drol werd verkocht aan het publiek - kan hierbij gelden als een schoolvoorbeeld. De spirituele leegte in Europa is minstens deels het product van ons voorbije age of extremes. De gevolgen daarvan zijn omnipresent. Zo is de explosie van het antidepressivagebruik volgens mij niet te wijten aan het tijdsgebrek van artsen om rustig te praten met gestreste patiënten in plaats van pillen voor te schrijven, zoals deze krant in haar weekendeditie suggereerde. De almaar toenemende consumptie van geneesmiddelen is een symptoom van onze beschavingsziekte. Net zoals de stijging van het gebruik van roesmiddelen, de anonieme agressie in de omgang met elkaar, het stilaan epidemische aantal zelfdodingen en de steeds obsessievere verheerlijking van lichamelijk genot en jeugdigheid.

Een opdracht voor de eenentwintigste eeuw in Europa is bijgevolg de zoektocht naar een collectieve, spirituele herbronning. Of om het met Gerard Bodifée te zeggen: "Ondenkbaar is dat een beschaving kan bestaan die zich geen enkele voorstelling maakt van de bestemming van het menselijke bestaan, een beschaving die humane idealen zou koesteren maar zich enkel bezighoudt met overleven, produceren, consumeren en die een moraal huldigt die niet verder reikt dan de regel van leven en laten leven."

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw mening?

De beste reacties verschijnen in de krant

Aan het laden...