President van een grootmacht op zijn retour
Paul Goossens, Europajournalist en voormalig hoofdredacteur van De Morgen, schrijft de Amerikaanse oppermacht naar het verleden.
Europa heeft wel vaker de neiging om zich veilig te nestelen in de armen van Uncle Sam. Zijn armen zijn evenwel niet meer zo sterk, waarschuwt Paul Goossens: 'De tijd dat een Amerikaanse president de onbetwiste meester van de planeet was, is voorbij en voortdurend worden de VS nu met de limieten van hun macht geconfronteerd.'
Met Amerika ben je nooit klaar. Nadat ze met Irak hun trouwste bondgenoten bij de bok gezet hebben en vervolgens de hele wereldeconomie met hun besmette hypotheken verziekt hebben, slagen diezelfde Amerikanen erin om grote delen van de planeet voor hun democratie te enthousiasmeren. Nooit voordien hebben Amerikaanse presidentsverkiezingen buiten de VS zoveel belangstelling gewekt. In Berlijn, Jakarta en San Salvador kwamen mensen op straat om de overwinning van Barack Obama te vieren en zijn aanvaardingsspeech in Chicago werd door miljoenen beluisterd. Niet zelden met tranen in de ogen. Tot in de Antwerpse cafés toe, waar de wereldactualiteit het bijna altijd tegen het stadhuisnieuws moet afleggen, voedde de campagne puntige beschouwingen met een schijn van diepgang. Die ongekende opstoot van belangstelling intrigeert, want Amerika is een supermacht op zijn retour.
De tijd dat een Amerikaanse president de onbetwiste meester van de planeet was, is voorbij en voortdurend worden de VS nu met de limieten van hun macht geconfronteerd. Net zoals de andere grootmachten en continenten moeten ze vandaag problemen aanpakken die je alleen middels overleg kunt oplossen en waar militaire vuurkracht totaal contraproductief is. Het besef dat de VS in de toekomst enige bescheidenheid zullen moeten cultiveren leek in het Obamakamp wel te zijn doorgedrongen. "We kunnen het alleen niet meer aan", gaf Gregory Bestor Craig, een topadviseur van Obama, onlangs op de Carnegie Foundation in Brussel toe, "bijgevolg zullen de VS meer moeten samenwerken en multilaterale akkoorden afsluiten." Daarbij verwees Craig heel expliciet naar het Kyotoprotocol en de klimaatproblematiek.
Dedecker en Di Rupo samen Ongetwijfeld zaten de kleur, de persoonlijkheid en het oratorische talent van Obama er voor veel tussen dat deze verkiezingen de wereld fascineerden. Hij vond de juiste woorden om hoop, enthousiasme en verbondenheid te wekken. Hij slaagde er opnieuw in om de democratie uit de sleur en het cynisme te tillen en er een begeesterend, gemeenschappelijk project van te maken. Als zowel Elio Di Rupo als Jean-Marie Dedecker, die het over zowat alles oneens zijn, voor de democratische presidentskandidaat duimen, is er duidelijk iets vreemds aan de hand. Het feit ook dat in België slechts twee politici, generatiegenoot Wilfried Martens en het blauwe windhaantje Vincent Van Quickenborne, zich publiekelijk voor John McCain uitspraken, is al even ongewoon. Had Europa, of zeker Oud-Europa, kunnen stemmen, dan zou Obama het allicht met een tweederdemeerderheid hebben gehaald. Dat heeft hij vooral aan zijn voorganger George W. Bush te danken. Onder zijn presidentschap werd Amerika, nog altijd de nauwste bondgenoot van Europa, steeds meer als een bedreiging en zelfs als het grootste gevaar voor de vrede gepercipieerd. Paradoxaal en op termijn onhoudbaar. Meer dan McCain bood Obama de garantie dat hij het roekeloze en uitzichtloze buitenlands beleid van Bush niet zou verderzetten. Met zijn belofte dat hij de Amerikaanse troepen vlug uit Irak zou trekken, scoorde hij in Europa. En ook zijn reactie op de kredietcrisis, nog een plaag die uit Amerika overwaaide, versterkte de Europese goodwill tegenover Obama.
Tijdens zijn memorabele aanvaardingsspeech in Chicago gaf Obama allerminst de indruk dat hij op een wolk zit. Dat is meegenomen, want regeringsleiders die zich in hogere sferen ophouden, crashen sowieso. Opnieuw, zoals tijdens de hele campagne, had hij alles onder controle: de regie, de mimiek, de woorden. Beloften waren er nauwelijks, tenzij dat er moeilijke tijden op komst zijn. Op zeker moment leek het er zelfs op dat hij Winston Churchills blood, sweat and tears achternaging. Zo euforisch zijn aanhang was, zo beheerst was Obama. De bevlogen redenaar zou wel eens een heel nuchtere beleidsman kunnen zijn. Het is een ongewone combinatie, maar een hele vooruitgang in vergelijking met het specimen dat vandaag het Witte Huis bewoont. Bush heeft nog twee maanden als president te gaan en het is maar te hopen dat hij zich in die periode gedeisd houdt. Op 15 november komt in Washington een internationale conferentie bijeen die maatregelen zal bespreken om in de toekomst banken- en kredietcrisissen te vermijden. Met Bush, die allergisch is voor regels en normen die de vrijheid van de zakenwereld aantasten, valt nauwelijks te praten. Met Obama, die verder van Wall Street afstaat, kan het ongetwijfeld iets constructiever. Veel illusies mag men zich natuurlijk niet maken. Als Europa een nieuw Bretton Woods vraagt, wil het meer dan alleen stabiliteit op de financiële markt. Het is tegelijkertijd een pleidooi om de dollar en de privileges die eraan vasthangen, te kortwieken.
Glad ijs Ook voor Obama wordt dat balanceren op heel glad ijs. Niet alleen moet hij de rommel van Bush en Wall Steet opkuisen, tevens moet hij zijn achterban doen inzien dat de onbeperkte Amerikaanse suprematie voorbij is. In monetaire en financiële zaken maar evengoed in geostrategische kwesties. Nog minder dan vroeger zal Europa bereid zijn bij voorbaat op Amerikaanse vragen in te gaan. Op het Europese continent, het Belgische ministerie van Defensie uitgezonderd, groeit het inzicht dat de VS niet meer alle touwtjes in handen hebben. Afghanistan wordt een testcase. Obama wil er de militaire forcing tegen de taliban opdrijven en zal de bondgenoten vragen nog meer troepen te sturen. Daar kun je dus het best nee op antwoorden. Het eigengereide optreden van de Amerikanen in Afghanistan en hun onvermogen om aan een politieke oplossing te werken, is een belangrijke redenen waarom de taliban terreinwinst blijven boeken. Omdat Obama vatbaar is voor argumenten valt niet uit te sluiten dat hij bijstuurt.
In dat geval is ook het probleem-Pieter De Crem opgelost. Hij zal uitvoeren wat Washington beveelt, want alleen op die manier krijg je uitzicht op de hoogste Navo-post.