Analyse Bart Kerremans: "Opvallende overwinning"
Amerikakenner Bart Kerremans (KU Leuven) duidt de Amerikaanse verkiezingen.
De stemmen zijn nog niet allemaal geteld maar het resultaat is wel al duidelijk. Barack Obama heeft een stevige overwinning op zak. Zijn scores in het Kiescollege behoren nu al tot de goede middenmoot wanneer men ze vanuit een historisch perspectief bekijkt, maar kunnen nog beter worden wanneer de resultaten van Nevada, North Carolina, Indiana en Missouri in zijn voordeel zouden uitdraaien. In dat geval zouden we werkelijk bij een "landslide" terecht komen.
Obama's overwinning is ook opvallend en dat omwille van verschillende redenen. In eerste instantie valt al één hardnekkige republikeinse staat in democratische handen: Virginia. Dat gebeurde het laatst in 1964 toen men aldaar voor Lyndon B. Johnson ging. Maar ook opvallend is dat van de acht Amerikaanse staten die sinds Watergate consistent republikeins stemden er wellicht twee naar de democraten gaan: Virginia en Indiana.
Evenzeer opvallend is dat de kwelgeesten die de democraten in 2000 en 2004 zo geplaagd hebben - Florida en Ohio - dit keer allebei bij Obama zijn terecht gekomen. Het woord kwelgeesten is hier wel op zijn plaats omdat het respectievelijk in 2000 en 2004 de staten waren die de democratische kandidaat (Gore in 2000, Kerry in 2004) nodig had om president te worden maar net niet in de wacht wist te slepen.
Maar het meest opvallend in al dit opvallends is toch het profiel van de kiezers die de kant van Obama gekozen hebben en de redenen daartoe. Er is de Afro-Amerikaanse factor waarin we vaststellen dat het aandeel kiezers (13%) voor het eerst in een presidentsverkiezing het aandeel in de totale bevolking (12,8%), zij het nipt overschrijdt. Gegeven het traditionele probleem van de lagere Afro-Amerikaanse opkomst is dit misschien niet onverwacht (gegeven de Obama kandidatuur), maar wel historisch. Ook is het een belangrijke factor in de Obama overwinning (maar niet de enige). Binnen deze groep ging immers 96% van de stemmen naar Obama tegen 88% in 2004 naar Kerry en 90% voor Gore in 2000.
Er is de Latino factor. Die groep laat opnieuw een laag opkomstcijfer noteren, een cijfer dat - zoals ook in 2000 en 2004 - lager ligt dan dat van de African-Americans. Maar Obama's score is hier zonder meer uitstekend. Met zijn 67% stijgt hij een eind boven de democratische scores van 2000 (62%) en 2004 (53%) uit.
Als men die twee gegevens - de Afro-Amerikaanse en de Latino-stem - samen neemt en men bekijkt ze in het licht van de te verwachten demografische evoluties in de VS, dan kan men gerust stellen dat Obama de eerste president van een nieuw Amerika wordt: een Amerika waarin de blanke absolute meerderheid langzaam maar zeker evolueert naar een blanke relatieve meerderheid. Het wisselende resultaat van de democraten tussen 2000, 2004 en 2008 geeft echter evenzeer aan welke groep hier als beslissende politieke doelgroep zal gaan spelen: de Latino's. Men verwacht immers een stagnatie van het Afro-Amerikaanse aandeel op 13% en een stijging van het Latino aandeel van de huidige 15% (maar slechts 8% van de opkomende kiezers dit jaar) naar 25% tegen 2050.
Dit brengt ons meteen bij de factor die in combinatie met de etnische factor het resultaat van Obama verklaart: de economische crisis. De gegevens die momenteel beschikbaar zijn gegeven dit overduidelijk aan. Er is natuurlijk in eerste instantie de vaststelling dat ruim 63% van de kiezers hebben aangegeven dat in hun stemgedrag de economie de bepalende factor was.
In tweede orde zien we echter dat de traditionele scores van republikeinen en democraten bij verschillende types kiezersgroepen overhoop zijn gehaald door de crisis, en dat duidelijk in het voordeel van Obama.
Het meeste extreme voorbeeld geeft ook het duidelijkst aan hoe dit heeft gewerkt. Extreme voorbeelden vervullen niet altijd die functie, maar in dit geval wel. Het is een voorbeeld dat zich focust op de kiezers die tot een huishouden behoren waar zich handwapens bevinden. Traditioneel zijn dergelijke huishoudens meer conservatief van inslag en gaan ze ook meer voor de republikeinse presidentskandidaat. In 2000 was dit voor 61% van hen zo. In 2004 ging het om 63%. Dit jaar tuimelde dit cijfer terug tot 37%. En daar waar in 2000 en 2004 de democratische kandidaat telkenmale 36% bij deze groep scoorde, boekte Obama er 60%.
Toegegeven, de opkomst bij deze groep lag aanzienlijk lager dan de vorige keer (een terugval van 41% naar 21%), wat de uitdrukking is van McCain's problemen met de conservatieve achterban die maar niet warm voor hem wist te lopen. Maar het geeft ook aan dat de economische crisis en de enorme angst daarvoor heel wat mensen die niet met hun hart voor een democraat stemmen, door hun verstand naar Obama hebben gedreven. Om het met Bill Clinton's boodschap van 1992 te parfraseren: "It was the economy, stupid."