04/11/08, 11u37
'Er is een fundamenteel verschil tussen Obama en mezelf. We verschillen beide met Bush van mening over het economische beleid dat gevoerd moet worden. Het verschil is dat Obama denkt dat de belastingen te laag zijn en dat ik denk dat er te veel belastinggeld gespendeerd wordt.' Met deze woorden kon John McCain vorige week niet beter zijn eigen aanpak van de slotfase van de Amerikaanse presidentscampagne samenvatten: het beklemtonen dat hij Bush niet is enerzijds en het richten van zijn pijlen op Obama's fiscale plannen anderzijds.
Ook Palin wordt ingezet om die rol te vervullen, maar dan met oog voor de conservatieve opkomst. In de VS is er namelijk geen stemplicht. Daardoor wordt er ook heel wat ondernomen om mensen daadwerkelijk naar de stembus te krijgen. Voor een deel van McCains aanhang betekent dit dat een groeiende angst voor een Obamapresidentschap de conservatieven het stemhokje moet injagen, zeker die conservatieven die moeite hebben om voor McCain warm te lopen. Palins rol is hierin cruciaal, net zoals de vrees voor een Amerikaans socialisme. En voor dat laatste wordt Joe the Plumber weer bovengehaald.
Deze Joe zag zijn internationale levenslicht in het derde presidentiële debat van 15 oktober ll. McCain verwees toen immers naar hem in het licht van de kritiek die hij op Obama's fiscale plannen wilde geven. Joe de loodgieter zou met zijn KMO schade bij deze plannen lijden en dan vooral bij Obama's geplande belastingverhoging voor de hoogste inkomensgroepen. Sindsdien is de man zowat de mascotte van de McCain-Palin geworden en dat is geen toeval.
Zo verwees Palin vorige week naar hem toen ze aangaf dat Joe the Plumber vond dat Obama's belastingvoorstellen als 'socialisme' klonken. "Het zijn plannen waarin de Amerikaanse overheid de welvaart zal verspreiden eerder dan dat de Amerikanen dat zelf zouden kunnen doen", zo was de stelling. En daarmee, zo is de idee in de McCaincampagne, wordt het ware gelaat van Obama getoond. Achter de mooie woorden die het retorische talent van deze jonge kandidaat oplevert gaat een socialist schuil, of toch op zijn minst een linkse Democraat. Het doet sterk denken aan Bush' strategie van Bush in 2004 tegen John F. Kerry.
Nu is de term 'socialist' allesbehalve een compliment in de Amerikaanse politieke context. Het socialisme behoort er niet tot de hoofdstromen in het politieke denken. Voor een deel is dat te verklaren door de Amerikaanse politieke cultuur met zijn nadruk op individualisme en individuele verantwoordelijkheid. Voor een deel is het ook te verklaren door het Amerikaanse kiessysteem dat de opkomst van twee grote en brede kiesbewegingen in de hand werkt en dat weinig ruimte biedt aan kleinere meer ideologisch uitgesproken partijen. Als dusdanig wordt de Amerikaanse samenleving gekenmerkt door de beperkte rol die de overheid in het sociaaleconomische gebeuren speelt, althans in vergelijking met West-Europa.
Om die reden roept ook het woord 'herverdeling' veelal negatieve gevoelens op, althans bij de twijfelende middenklassekiezers die in het politieke centrum te situeren zijn. Die willen de huidige economische crisis bijvoorbeeld wel aangepakt zien, maar dan via belastingverlagingen, niet via hogere overheidsuitgaven. Volgens peilingen van Rasmussen die vorige week bekend werden, zou dat althans de overtuiging van 58 procent van de mensen zijn die wellicht aan deze verkiezingen zullen deelnemen. Zo'n 23 procent zou heil zien in meer overheidsuitgaven en 19 procent weet het niet echt. De cijfers bij de cruciale groep van de gematigde kiezers zijn ongeveer hetzelfde. Alleen zijn er hier iets meer twijfelaars (23 procent).
Door 'herverdeling' en 'socialisme' op dezelfde lijn te plaatsen met Obama's crisisstrategie, moeten deze twijfelaars bij Obama weggehouden worden. Want dat ze naar Obama kijken in al hun angst voor wat de economische crisis hen nog brengen zal, is duidelijk. Meer nog, het verklaart de gunstige positie waarmee Obama die cruciale 4de november tegemoet mag treden. Het maakt ook duidelijk dat de campagne tussen McCain en Obama uiteindelijk uitgedraaid is om een strijd tussen aandacht voor de financiële crisis en de aandacht voor Obama's fiscale plannen. En met dat laatste worden zowel de inkomsten (belastingen) als de uitgaven van de Amerikaanse federale overheid bedoeld.
Maar heeft McCain eigenlijk nog een keuze? Eigenlijk niet. Hij ziet dat de financiële crisis de kiezers in de ban houdt, zeker in de battleground states. Hij ziet ook dat deze kiezers zich in eerste instantie tot Obama keren, gewoon omdat de crisis hen naar 'een andere aanpak' doet verlangen, wat die ook moge inhouden. Hij ziet daarenboven ook dat ondanks die eerste reflex het fiscale wantrouwen ten aanzien van Obama bij veel van deze kiezers blijft bestaan. Het antwoord is dan ook logisch: die fiscale twijfels doen groeien. En hoe scherper de bewoordingen, hoe meer men ze bij Palin, en via Palin bij Joe the Plumber zal horen eerder dan bij McCain zelf.
En op sommige plaatsen lijkt het te werken. In Pennsylvania vormt het wellicht de factor in Obama's slinkende voorsprong van 13 naar 6 procentpunt in iets minder dan twee weken tijd. Desondanks lijkt het al te laat voor McCain want 6 procentpunt voorsprong blijft wel een voorsprong. En in verschillende andere strijdstaten valt geen dergelijk effect vast te stellen. Daar lijkt eerder het scherpe taalgebruik van Palin McCain stemmen te kosten.
Kortom, terwijl McCain naarstig de poten van Obama's stoel probeert door te zagen, geven alle indicaties aan dat als de stoel omvalt, dat pas na vandaag zal zijn. Wellicht kan Obama tegen dan op een alternatief rekenen: de bureaustoel in het Oval Office.