Dinner

04/11/08, 06u15
Het was The New York Times-columnist Frank Rich die de parallel trok. Er is een haast wonderlijke overeenkomst tussen de plot van Guess Who's Coming to Dinner, een film uit 1967 die met twee Oscars bekroond werd, en de huidige race naar het Witte Huis. In de film is Sidney Poitier een hoogopgeleide zwarte die zijn vrouw heeft leren kennen in Hawaï en die zijn opwachting maakt bij zijn ultraliberale schoonouders, die toch wel wat problemen met hem hebben. Ook de zwarte gemeenschap had destijds problemen met de film omdat Poitier een wel hoogst atypische kleurling neerzette, een beetje 'te wit' om als ernstig aangezien te kunnen worden.

Veertig jaar later is er niet zoveel veranderd. Niet alleen omwille van het wonderlijke toeval dat ook Obama's ouders elkaar ontmoetten aan de universiteit van Hawaï, maar vooral omdat Obama nog altijd als atypisch wordt beschouwd. Door zijn tegenstanders maar ook door velen in zijn eigen Democratische partij. Net omdat hij niet voldoet aan de sociologische en andere clichés meende men zelfs te moeten stellen dat Obama het postraciale tijdperk belichaamde, alsof dat ooit ongemerkt ergens was begonnen. Ook hij kreeg van medestanders het verwijt te soft, te naïef en niet hard - of zwart - genoeg te zijn voor politiek op topniveau.

Obama heeft de verdienste dat hij zijn tegenstrevers ongelijk heeft gegeven. Niet alleen geniet hij wél van de steun van zwarten en hispanics - en is hij zo meer dan wie ook de veruitwendiging van de raciale smeltkroes die de VS sowieso zullen worden - ook heeft hij blijk gegeven van harde talenten die de uitputtingsslag van hem vroeg. Hij slaagde er niet alleen in de nominatie af te snoepen van wat ongeveer de machtigste politieke familie van de VS moet zijn, de Clintons, maar hij bleef ook wonderwel overeind na de meer dan giftige aanvallen van de tegenpartij.

Obama is meer dan iemand die het goed kan uitleggen, al hebben de VS sinds Martin Luther King niet meer zo'n oratorisch talent gezien.
Als - als - hij het haalt, heeft hij dat niet alleen te danken aan de grenzeloze knoeiboel die zijn voorganger George W. Bush ervan gemaakt heeft, en ook niet aan een politieke agenda die de economie weer op het voorplan katapulteerde, maar vooral aan zijn vermogen om duidelijk te maken dat democratie nood heeft aan alternantie, aan verandering om de zoveel tijd.

Vannacht weten we of Bob Dylan nog eens 'The Times They Are a-Changin'' mag aanheffen.

Yves Desmet
Politiek commentator
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />