27/10/08, 07u51
Het mislukken van de Forza Flandria en de geboorte en het groeiende succes van Lijst Dedecker mogen dan al de directe aanleiding vormen voor de impasse waar het VB zich vandaag in bevindt, de echte oorzaak situeert zich in 2004, bij de verruiming van het VB. Een verruiming die bestaan heeft in mediacampagnes en in de hoofden van conservatief Vlaanderen, maar die door de partijtop geen seconde ernstig werd overwogen. 'Het doodvonnis over zichzelf uitspreken, dat zagen Dewinter, Annemans en Vanhecke vier jaar geleden niet zitten', schrijft Tom Cochez.
Lijst Dedecker groter dan het VB. De gedachte was tot voor kort ondenkbaar. Maar nu peiling na peiling het virtuele marktleiderschap over de balorige kiezer aan de partij van Jean-Marie Dedecker toekent, stormt het binnen de Madoutoren. Dat kan ook moeilijk anders: als het zo verder gaat, mag het VB stilaan vrezen voor een halvering van zijn fractie in het Vlaams Parlement. Niet dat Vlaanderen daar veel van zou merken, maar binnen een partij gebeurt zoiets nooit ongestraft. Zelfs niet binnen een hiërarchisch gestructureerde partij die groot geworden is op kadaverdiscipline.
Vooral de gedachte dat het allemaal zo anders had kunnen lopen, maakt dat de sfeer in de partij vandaag ver beneden het vriespunt is gedaald. In het postkarteltijdperk werkt de stevaertsiaanse rekenkunde - één plus één is drie - niet langer, maar de eenvoudige rekensom dat het VB samen met LDD ruim 30 procent waard zou zijn, hakt er flink in.
Niet het minst omdat de zwartepieten voor die gemiste kans makkelijk uit te delen zijn. Eerst was er Marie-Rose Morel die, met rugdekking van Frank Vanhecke, de samenwerking met Jean-Marie Dedecker torpedeerde. Dat uit die strategische keuze het bastaardkind LDD werd geboren, wordt Morel binnen de partij tot het einde van haar dagen aangerekend. Haar rol als First Lady is uitgespeeld en als ze straks toch nog als tweede op de lijst naar Europa mag, dan zal dat alleen maar zijn om voor de buitenwereld de schijn van peis en vree hoog te houden.
Na de machtsgreep van het duo Dewinter-Annemans en de defenestratie van voorzitter Vanhecke volgde de beslissing om alsnog met LDD te gaan onderhandelen over samenwerking. Een ontstellend zwaktebod, zo bleek al snel. Partijvoorzitter Valkeniers voerde gesprekken die gedoemd waren om te mislukken en uit te lekken tot meerdere eer en glorie van LDD. Uiteindelijk bleek het zelfs de vonk die LDD nodig had om het VB als partij van de toekomst definitief te verbranden en virtueel te overgroeien.
Vooral Philip Dewinter beschouwt Valkeniers sindsdien steeds meer als een lastig neveneffect van de gewonnen clash met de groep rond ex-voorzitter Vanhecke. De nieuwe voorzitter is dan ook, beleefd uitgedrukt, volledig miscast. Niet alleen in de Wetstraat, ook bij de volkse VB-achterban ligt Valkeniers bijzonder slecht. Als klap op de vuurpijl is hij ook nog voldoende koppig en ijdel om tegen beter weten in blijvend de Vlaamse campagnekaart te trekken en zo de volkse VB-achterban richting LDD te jagen. Niet alleen dat is Philip Dewinter een steeds grotere doorn in het oog, ook het feit dat Valkeniers daarbij alle steun krijgt van Annemans maakt dat er opnieuw flink wat ruis zit op de nog maar pril herstelde lijn tussen Dewinter en Annemans.
En zo kunnen de zwartepieten binnen de partijtop nog een tijdje rondgespeeld worden, in de volle overtuiging dat de voorbije twee jaar heel wat nefaste strategische keuzes zijn gemaakt.
Die zijn er zonder twijfel geweest, maar de echte beslissing die het VB vandaag zijn marktleiderschap kost, dateert van vier jaar terug en werd genomen door de toen nog eendrachtige partijtop. Nog voor de veroordeling voor racisme en de naamsverandering besliste het triumviraat Dewinter-Vanhecke-Annemans om de partij niet te veranderen. Het VB zou voor eens en voor altijd zijn extremistische en racistische zelve blijven. Een echte verruiming, zo schatte de partijtop niet onterecht in, zou immers gelijk ook het politieke einde van de eigen generatie betekenen. En het doodvonnis over zichzelf uitspreken, dat zagen Dewinter, Annemans en Vanhecke niet zitten.
Ondanks het virtuele karakter van de verruiming slaagde het VB er in om, voortgestuwd door conservatief Vlaanderen dat in die periode zijn historische collaboratiedrang etaleerde, bijna een kwart van de Vlaamse stemmen binnen te halen. Een absoluut hoogtepunt, maar evenzeer een luchtkasteel, zo leert de opkomst van LDD. Ontdaan van alle opsmuk lijkt het VB, vier jaar na de beslissing om nooit te veranderen, straks ook electoraal tot zijn essentie herleid te worden.
In die zin is LDD, veel meer dan het directe gevolg van het mislukken van de Forza Flandria, in de eerste plaats de electorale vertaling van de gemankeerde verruiming van het VB. De invulling van het fameuze 'gat op rechts' dat het VB, door zich als wolf in een schapenvacht te hullen, in 2004 tijdelijk met succes vulde.
Dat die verruiming, afgaand op de peilingen, straks groter lijkt te worden dan de harde kern waar het VB vandaag op terugvalt, doet vermoeden dat de partijtop vier jaar geleden, uit eigenbelang, een voor de partij historisch nefaste beslissing heeft genomen. Wat nog komt, zou wel eens de epiloog kunnen worden bij het spectaculairste electorale succesverhaal van de voorbije drie decennia.