Pensioenen in de problemen
Het klassieke recept van het wettelijk pensioen zou volgens Stijn Lefebure wel eens meer troeven kunnen bieden dan gedacht. Stijn Lefebure is onderzoeker bij het Centrum voor Sociaal Beleid - Herman Deleeck en lid van het Consortium voor Vergrijzing in Vlaanderen en Europa (CoViVe).
Open Vld-minister Karel De Gucht vindt dat de overheid ook het pensioensparen moet garanderen. Nu staat de overheid enkel borg voor spaargelden, maar de minister wil dit uitbreiden naar de zogenaamde derde pensioenpijler. Stijn Lefebure schat de gevolgen van de crisis op ons pensioenstelsel in.
Terwijl de financiële crisis zich ontvouwt, blijft het opvallend stil aan de kant van de pensioenfondsen. Als je geschoren wordt, zit je immers beter stil. Het vermogen dat deze sector beheert, is nochtans blootgesteld aan hetzelfde marktrisico waardoor velen onder ons de afgelopen maanden een pijnlijke praktijkles kregen. In vele Europese landen, waaronder België, beklemtoonde en verhoogde de overheid de waarborg op spaargeld. Inmiddels gaan er stemmen op die ervoor pleiten dat de overheid in de toekomst ook het private pensioenkapitaal garandeert.
Het risico dat zich voor de private pensioenen stelt, is reëel, en overheidsingrijpen is volgens mij legitiem. De kredietcrisis is allerminst een probleem dat enkel 'de rijken' aanbelangt. De groep met de minst uitgebouwde wettelijke sociale verzekering, de zelfstandigen, dreigt zelfs de zwaarste klap te krijgen. Voor hen is het privaat (pensioen)sparen essentieel om niet te verarmen na de pensionering.
De voorgestelde maatregel is op zich exemplarisch voor deze crisis: elke oplossing roept minstens zoveel nieuwe vragen op. Betreft de waarborg enkel tegoeden op pensioenspaarrekeningen? Gaat het ook over producten van het type levensverzekering? Of gaat de bescherming misschien nog verder? En met welke middelen wordt de waarborg nagekomen? Niet vergeten dat de overheid de huidige pensioenverplichtingen nauwelijks kan nakomen. Hoe kan het de verplichtingen van de private verzekeraars er dan nog eens bijnemen?
Evenzeer exemplarisch is dat het probleem van de private pensioenen niet te negeren implicaties heeft die veel verder reiken dan de oplossing van de calamiteit in kwestie. Het probleem van de pensioenverzekeraars is tenslotte niet nieuw. Sterker: het is precies het dilemma waar ook het wettelijk pensioen mee kampt: het niet kunnen nakomen van uitstaande verplichtingen.
Om deze reden heeft de regering-Martens IV de spelregels van het pensioensysteem veranderd. Sindsdien betalen de bovenmodale inkomens bijdragen op hun volledige loon, maar verwerven ze slechts rechten tot aan een plafond. Bovendien is dit plafond bijna vijftien jaar niet geïndexeerd, waardoor het voor steeds meer inkomens in werking is getreden. Ook zijn de pensioenen niet gekoppeld aan de groei van de welvaart, met een algemene welvaarterosie van de pensioenuitkering tot gevolg. Dat is enkel bij de laagste pensioenen enigszins opgevangen. Kortom: men heeft de betaalbaarheid van het wettelijk pensioen verhoogd, met als langetermijneffect een afname van de duurzaamheid van het pensioen - de mate waarin ouderen hun levensstandaard van voor het pensioen kunnen handhaven.
De behoefte aan een doelmatig pensioen dat een adequate bescherming van de levensstandaard biedt, is niet verdwenen. Het antwoord van de private verzekeraars op de betaalbaarheid van hun pensioenverplichtingen ligt in het principe van quid pro quo: een pensioen op basis van betaalde bijdragen. Niet onbelangrijk is dat de overheid aanvullende pensioenen op tal van manieren stimuleert, waardoor ze heel wat RSZ-bijdragen en fiscale inkomsten misloopt. Nu private systemen ook een achilleshiel blijken te hebben, dreigt de overheid, alle gunstmaatregelen ten spijt, opnieuw te moeten bijspringen. We zijn met andere woorden terug bij af. Het betaalbaarheidsprobleem blijft bestaan en aanvullende pensioenen zijn geen structurele oplossing voor de doelmatigheidsproblematiek gebleken.
In alle landen zijn pensioenhervormingen een moeilijke oefening. Onze beleidsmakers zetten, afhankelijk van hun ideologie, doorgaans een stapje in de richting van privatisering, dan wel in de richting van meer solidariteit voor de laagste pensioenen. Geen van beide interventies heeft geleid tot een betere bescherming van de levensstandaard. Stapjes naar links corrigeren in deze geen stapjes naar rechts: de linker- en de rechtervoet stappen in dezelfde richting. Beide hebben nadelige effecten op de globale doelmatigheid van het wettelijk pensioen. Het ene ondergraaft het pensioen van modale bijdragebetalers, het andere legt alle risico's bij het individu.
Aanhangers van strikt filosofische argumenten ten voordele van de private pensioenen, zoals marktefficiëntie of een verkleining van het takenpakket van de overheid, leren uit deze crisis wellicht geen les. Aanhangers van praktische argumenten die de privatisering hoofdzakelijk als middel hebben beschouwd, wellicht wel. Nu twee belangrijke beloftes van de privatisering - de verbetering van de financiële duurzaamheid en de verhoging van de loopbaanafhankelijkheid - niet worden nagekomen, dringt zich voor de aanhangers van een pensioenstelsel dat adequaat tegemoetkomt aan de behoeften van de volledige bevolking een bijsturing van het plan de campagne op. In het nastreven van de duurzaamheid van de overheidsfinanciën, de versteviging van het quid pro quo, het belang van verzekering van de levensstandaard na pensionering of het belang van verzekering tegen loopbaanrisico's zou het klassieke recept van het wettelijk pensioen weleens meer troeven kunnen bieden dan gedacht.