Analyse Bart Kerremans: "Goede verkoper, verkeerde product"

17/10/08, 07u43
John McCain heeft het zeer goed gedaan in zijn laatste presidentiële debat tegen Barack Obama. Dat kan misschien een verrassende stelling lijken aangezien de eerste peilingen aangeven dat Obama net zoals in de vorige twee debatten als de winnaar wordt gezien, ook bij de onafhankelijke kiezers.

Volgens CNN-peilingen haalde Obama het bij deze groep op McCain met ongeveer 57 procent tegen 31. En ook wanneer we naar de scores op de belangrijkste thema's kijken zien we gelijkaardig resultaat. Op economie haalde Obama het van McCain met 59 procent tegen 35, op het thema van de financiële crisis met 56 procent tegen 35 en op het thema van de gezondheidsverzekering met 62 procent tegen 31.

Als de peilingen zo duidelijk in het voordeel van Obama uitdraaien waarom kan dan worden beweerd dat McCain het 'zeer goed' heeft gedaan? Het antwoord moet gezocht worden in de functie die een presidentieel debat voor de kandidaten heeft, zeker op drie weken van de verkiezingen. Die functie is niet zozeer te scoren bij de kiezers in het algemeen maar te scoren bij de specifieke kiezersgroepen die nog het verschil kunnen maken tussen overwinning en nederlaag. En in de zoektocht naar die kiezers komen we onvermijdelijk terecht bij de battleground states. Dit zijn de staten waar de strijd tussen de twee kandidaten nog alle richtingen uit kan en waar het resultaat beslissend kan worden voor de vraag wie de volgende president wordt.

Vanuit deze optiek deed McCain het geweldig goed afgelopen nacht. McCains interventies liepen helemaal volgens het script dat zijn adviseurs voor hem hadden uitgetekend. Hoe zag dit script er dan uit? Het antwoord is te vinden bij de twijfelende kiezers in de strijdstaten. Het is deze groep die McCain duidelijk in het vizier had.
Wie zijn dan deze kiezers en wat beweegt hen? Het antwoord is bekend. Er zijn twee groepen. De eerste groep bestaat uit middenklassekiezers die serieuze verliezen lijden als gevolg van de financiële crisis, door subprime-leningen, dalende vastgoedwaarden of kelderende pensioenfondsen.

De tweede groep bestaat uit een deel van de zogenaamde Labor-Democrats. Het gaat hier om de lagere middenklasse (gemeten naar inkomen), vooral dan het blanke deel binnen die groep. Deze mensen liepen destijds wel warm voor Hillary Clinton maar niet of amper voor Obama.

Het probleem is dat Obama voor veel van deze mensen niet meer is dan een noodzakelijke oplossing voor een dringend probleem - lees: de financiële crisis - en dat is een gevolg van het grote scepticisme dat bij deze groep bestaat over andere aspecten van deze kandidaat. Op basis van de thema's die McCain in het debat naar voren schoof, kun je ze gewoon opsommen. Is Obama wel 'een van ons', een echte Amerikaan met de waarden en normen die daarmee geassocieerd worden? Men weet het niet, men twijfelt. Is hij wel te vertrouwen als het over belastingen en overheidsuitgaven gaat? Die vraag speelt vooral mee bij de twijfelende hogere middenklasse. Zal hij de problemen niet te makkelijk oplossen door er belastingsgeld tegenaan te gooien, bijvoorbeeld op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs? Opnieuw: men weet het niet, men twijfelt.

McCains strategie in het debat was deze twijfels te voeden. Vandaar het verhaal over 'Joe the plumber' en de fiscale voor- of nadelen die zijn kleine bedrijfje zou ondervinden van Obama's belastingplannen. Vandaar ook de verwijzing naar Obama die met zijn posities over abortus zou afwijken van deze van 'mainstream America'. Vandaar ook de ruime aandacht die McCain bleef schenken aan de vermeende connecties tussen Obama en sixtiesradicaal William Ayers. Het moest allemaal het beeld versterken dat Obama 'niet een van ons' is.

Bij een groot deel van de kiezers is die boodschap niet blijven hangen maar dat was ook McCains bedoeling niet. Hem ging het over die beslissende, want twijfelende kiezers in de battleground states.
Meer kon hij ook niet doen aangezien voor het overige de dynamiek van deze verkiezingen wordt bepaald door de financiële crisis. Zijn manoeuvreerruimte is zeer smal.

Je zou hem kunnen vergelijken met een verkoper van zonnecrème. Hij probeert als de beste zijn producten te slijten. Maar hij heeft pech. Het blijft namelijk regenen en de mensen willen paraplu's. En Obama verkoopt die paraplu's. Dat zijn misschien niet de beste, de stevigste of de goedkoopste, maar het zijn paraplu's. En die heeft men nodig. Want het regent pijpenstelen. Spijtig voor McCain zijn opklaringen niet in zicht. En ondertussen kan Obama hopen dat het zo blijft.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />