09/10/08, 10u52
Met keuze voor Palin verliest McCain zijn enige overblijvende argument, dat van de ervaring Amerikakenner Bart Kerremans (KU Leuven) duidt de Amerikaanse verkiezingenHet is indrukwekkend hoe de context van de Amerikaanse presidentsverkiezingen gedurende de laatste weken gewijzigd is. Voor een groot deel heeft dit te maken met de financiële crisis en de angst voor een zware recessie. Maar veel subtieler heeft het ook te maken met een thema dat helemaal naar de achtergrond is verschoven: ervaring. Het is een keuze van McCain geweest om dat te doen.
Met zijn beslissing om Sarah Palin als running mate te kiezen kon dat ook niet anders. Die keuze was op zich niet slecht omdat ze probeerde in te spelen op een belangrijk probleem dat McCain op dat moment had: zijn koele relatie met het meest conservatieve deel van de achterban van zijn eigen partij. Palin loste dat ten dele op.
Ook moest ze inspelen op een zwakke plek in de aanhang van Obama: deze van de traditionele arbeidersachterban die met een flinke dosis argwaan naar Obama blijft kijken. Opvallend is hier vooral de positie van blanke vrouwen met lagere inkomens. De voorsprong van McCain bij deze groep bedraagt 13 procentpunt. Dat is merkwaardig veel.
Voordelen wegen niet op
Steeds meer lijkt het er echter op dat de voordelen die McCain met Palin deed niet opwegen tegen de nadelen. Door deze jonge gouverneur met beperkte politieke ervaring naar voren te schuiven, kon McCain onmogelijk nog het thema van de ervaring in zijn campagne centraal stellen. Op sluipende wijze heeft dit de ruimte voor Obama gelaten om het hardnekkige beeld weg te werken dat hij niet in staat zou zijn om het presidentschap op te nemen.
Het tweede presidentiële debat van dinsdagnacht heeft duidelijk gemaakt wat dit voor McCain betekent. Wat ook de inhoudelijke verschillen tussen beide kandidaten mogen zijn (en op sommige vlakken zijn die vrij groot), het argument dat Obama niet in staat zou zijn om het presidentschap te dragen heeft geen geloofwaardigheid meer. McCain probeerde dat in het debat nog enkele keren te suggereren, vooral wanneer het buitenlands beleid van de VS ter sprake kwam, maar het bleef niet hangen. Integendeel.
Obama's replieken gaven duidelijk aan dat ook hij op buitenlandse dossiers zonder problemen zijn mannetje kan staan. Kortom, de vraag of Obama voldoende 'presidentieel' is, lijkt nu wel beantwoord. En daarmee is McCain zijn belangrijkste troef tegen zijn opponent kwijt.
Zijn pogingen om een andere troef uit te spelen, deze van verandering, lijken bovendien steeds minder aan te slaan. Dinsdagnacht probeerde hij dat nog enkele keren te doen maar CNN-opiniepeilingen die vlak na het debat werden afgenomen geven aan dat het McCains boodschap eerder vertroebelde dan verduidelijkte. En als er iets is waaraan veel Amerikanen behoefte lijken te hebben in deze verwarrende dagen dan is het wel duidelijkheid en, zo hopen ze, als gevolg daarvan ook zekerheid.
Duidelijke cijfers
De CNN-peilingen zijn wat dit betreft keihard voor McCain. Als het op duidelijkheid aan komt, won Obama het debat met 60 procent tegen 30. Wat economische kwesties betreft won hij het met 59 procent tegen 37. En wat oplossingen voor de lopende financiële crisis betreft was de uitslag 57 tegen 36 procent, ondanks McCains poging om met een nieuw hypotheekplan tijdens het debat punten te scoren. Wat de aanhangers van beide kandidaten ook over dit debat mogen denken (wetende dat die sowieso hun eigen favoriet als de overwinnaar zullen zien), deze cijfers zijn duidelijk.
Nu is de situatie voor McCain bijzonder moeilijk. Je zult het maar meemaken. Je trekt van leer tegen de uitwassen van te veel overheid, probeert je tegenkandidaat als een traditionele 'big spender' voor te stellen maar moet dan vaststellen dat het financiële dak van je economie instort en dat je daardoor een overheidsinterventieplan van 700 miljard dollar moet steunen en dit alles onder de eindfase van het acht jaar durende presidentschap van een partijgenoot.
Maar erger nog voor McCain gebeurt dit terwijl hij zijn enige overblijvende argument tegen Obama, dat van ervaring, niet meer op zak heeft of op zijn minst nog maar moeilijk kan uitspelen. Plaats dat tegenover de kalmte die Obama afgelopen nacht uitstraalde en het is duidelijk dat deze verkiezingsstrijd helemaal anders aan het lopen is dan McCain enkele weken geleden, op het moment dat hij voor Palin koos, gedacht had. Zonder Palin had hij volop op Obama's gebrek aan ervaring kunnen inzetten. Met haar zijn zijn handen wat dit betreft gebonden.
Kredietcrisis en rasIs deze race dan gereden? Neen. Twee elementen blijven immers op dit verhaal wegen. In eerste instantie mogen peilingen aangeven dat Obama duidelijk de electorale voordelen ondervindt van de lopende financiële crisis, deze peilingen geven ook aan dat een groeiend vertrouwen in zijn vermogen om de economische crisis aan te pakken gepaard gaat met een groot wantrouwen ten aanzien van zijn fiscale plannen. Ongetwijfeld zal McCain steeds meer op dit wantrouwen blijven inspelen (zoals hij dinsdagnacht ook deed), vooral omdat het in de battleground states het verschil zou kunnen maken.
Ten tweede is er het beklemmende thema van de raciale factor. Hoe groter de kansen op een Obama-overwinning worden, hoe sterker deze vraag op de voorgrond treedt. Onderzoek wijst uit dat ruim 16 procent van de Amerikaanse kiezers die van plan zijn te gaan stemmen, niet voor Obama zullen stemmen omdat hij een Afro-Amerikaan is. Ruim 10 procentpunt zou echter sowieso nooit voor een Democraat stemmen. Het gaat dus over die overblijvende 6 procentpunt. De hamvraag hierbij is waar deze 6 procentpunt opduikt. Het antwoord is momenteel onduidelijk.
Als ze vooral in strijdstaten aan de oppervlakte komt, is er voor Obama een probleem omdat ze dan het verschil tussen overwinning en nederlaag in deze staten, en dus uiteindelijk ook in het kiescollege, kan maken.
Kortom, ondanks de afloop van het tweede presidentiële debat is deze verkiezingsstrijd nog niet gestreden. Obama's kaarten liggen wel vrij gunstig. Maar of ze hem ook in het Witte Huis zullen brengen, valt voorlopig nog af te wachten.