Het is niet de taal, it's the economy stupid

18/09/08, 12u43
Luckas Vander Taelen overschouwt het land als één economisch gebied en zegt wat fout zit

Luckas Vander Taelen is freelance regisseur en Groen!-schepen, bevoegd voor Vlaamse aangelegenheden in Vorst. Om de twee weken schrijft hij een bijdrage voor de Gedachte.

De echte problemen van dit land hebben niet met taal te maken, maar met economie. Het is tijd om de wederzijdse clichébeelden van Vlaanderen en Wallonië terzijde te schuiven en te werken aan België als groeipool, betoogt Luckas Vander Taelen.

Didier Reynders is vorige week zijn hoogstpersoonlijke verkiezingscampagne begonnen. Dat deed hij door te zeggen dat Wallonië het misschien ook eens over zijn eigen problemen zou moeten hebben. Genoeg voor een paar hysterische reacties van de top van de Parti Socialiste: minister André Antoine noemde hem "het paard van Troje van de Vlamingen" en volgens Rudy Demotte was hij "een verrader van de Waalse zaak".

Reynders wordt verweten het 'front' verbroken te hebben. Volgens het politiek correcte denken moeten alle Franstalige partijen zich immers verenigd opstellen tegen de Vlamingen.
Het denken volgens taalgemeenschappen vertrekt van het uitgangspunt dat er problemen én tegenstellingen zijn in dit land tussen die twee taalgemeenschappen.

Maar is dit werkelijk zo? Op een paar spanningen in de Brusselse rand na met drie FDF-burgemeesters én een Open Vld'er die geen Belgische vlag meer aan zijn stadhuis wil, zijn er geen noemenswaardige conflicten op basis van taal. In Brussel zijn er nog pijnpunten op essentiële punten voor de Vlamingen, zoals de tweetaligheid van de dienstverlening bijvoorbeeld. Maar met alle respect voor het ongenoegen en het ongemak dat nog te vaak het deel is van Nederlandstaligen in de Rand en in de hoofdstad: dit is niet de kern van de zaak, net zomin als de Voerstreek ooit een regeringscrisis waard was.

Onderhandelen volgens taalgroepen was nuttig toen de Vlaamse taalgroep in België nog onderdrukt werd door de Franstaligen, toen de Vlamingen nog geen eigen volwaardig gewest hadden, geen zeg hadden over een over hun eigen onderwijs en cultuur en toen er nog eerste ministers waren die geen gebenedijd woord Nederlands spraken. Die tijd is nu voorbij; Vlaanderen is een welvarend gewest met een zelfbewuste bevolking. Het gevaar van de verfransing van Vlaanderen is definitief geweken. Vlaams-nationalisten blijven echter graag het kaakslagflamingantisme cultiveren, om het beeld van tegengestelde gemeenschappen niet in gevaar te brengen. Dat is ook de reden waarom verhalen over vroegere Vlaamse vernederingen steeds weer opduiken.

De problemen van dit land situeren zich echter elders: op economisch vlak. Als er een staatshervorming moet komen, dan moet die gaan over een beter bestuur, zeggen de Vlaamse politici in koor. Maar met taalgroepen heeft dit niets te maken. Als er in Brussel een te hoge werkloosheid is, dan is voor een groot deel de verantwoordelijkheid van de politieke partijen die daar de dienst uitmaken. En het feit dat die Franstalig zijn heeft daar niets mee te maken, wel hun politieke ideologie.

Simplificatie

Wallonië is nog een beter voorbeeld. Een onderhandeling die het land verdeelt in twee taalgroepen bezondigt zich per definitie aan simplificatie. Want Wallonië mag dan wel homogeen zijn op het gebied van de taal, wie het economisch genuanceerd durft te bekijken, ziet dat er binnen het gebied enorme verschillen zijn. Het beeld dat vooral in Vlaams-nationalistische kringen wordt gepropageerd heeft eigenlijk alleen betrekking op de oude industriële as rond Charleroi en Luik. Het is juist dat de problemen daar gigantisch zijn en dringend aangepakt moeten worden.

Maar hoeveel correct denkende Vlaams-nationalisten weten dat Waals-Brabant een van de snelst groeiende gebieden is in dit land, met een gemiddeld inkomen dat ongeveer even hoog ligt als dat in Vlaanderen? En tot nader order hoort ook Waals-Brabant tot Wallonië...

Die realiteit van de economische verscheidenheid binnen één gewest past echter niet in het nationalistisch denken, waaraan de romantische idee ten grondslag ligt dat "de taal gans het volk" is. De Waal Elio De Rupo is hiervan een goed voorbeeld: hij blijft de fictie verdedigen van een homogeen Waals gewest, omdat mensen daar nu eenmaal Frans spreken. Nuance is hem vreemd: een paar dagen geleden had hij over de "spectaculaire wederopstanding van Wallonië dat verandert met de snelheid van het licht".

Wie wel eens in Charleroi, La Louvière of Seraing komt zal het toch moeilijk hebben om dit soort uitspraken au sérieux te nemen. De reactie van Di Rupo kan enkel begrepen worden als een poging het decennialange slechte beheer van Wallonië door zijn partij te doen vergeten. Om de verantwoordelijkheid van de PS in het economisch debacle te verdoezelen, heeft vooral hij een Franstalig front nodig. Ook Michel Daerden duwt de PS verder in nationalistische richting: hij sprak deze week zijn geloof uit in de leefbaarheid van een rompstaat WalloBrux.

Nieuw is dat denken niet aan Waalse kant. Van aan het einde van de jaren vijftig spraken Waalse voormannen zoals André Renard zich duidelijk uit voor een radicaal regionalisme. Het was dan ook niet verwonderlijk dat na zijn dood uit zijn Mouvement Populaire Wallon het zeer nationalistisch geïnspireerde Rassemblement Wallon zou ontstaan.

Verschillen


Het is dus niet alleen aan Vlaamse kant dat het nationalisme woekert. Aan beide kanten van de taalgrens werkt het opbod om zich als grootste verdediger van zijn gemeenschap te profileren verlammend. Onderhandelingen tussen taalgroepen versterken het beeld dat er onoverbrugbare verschillen zijn tussen de gemeenschappen in dit land. Dat is net wat nationalisten willen: zoals de NV-A geen kans mist om te zeggen dat Vlamingen en Franstaligen niets gemeen hebben, blijven veel PS'ers het beeld van de intolerante Vlamingen propageren.

Echt verlossend voor de impasse waarin politiek België verzeild is geraakt, zou een totaal andere benadering zijn: politieke partijen die samen dit land als één economisch gebied bekijken en durven te zeggen waar het fout zit. Dat kan perfect in een federale regering. Maar dan moet de politieke wil bestaan om het gemeenschapsdenken te doorbreken. Als Franstaligen en Vlamingen hun clichébeelden opzij zetten, kan dit kleine land een efficiënte groeipool worden rond zijn hoofdstad Brussel.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />