De fanfare blaast de internationale

10/08/08, 08u53
Volgens Paul Goossens heeft het socialisme zich vastgereden in kleinschaligheid en regionalisme

Paul Goossens is Europees journalist en voormalig hoofdredacteur van De Morgen.

De Europese sociaaldemocratie zit in zak en as. Zowel in Groot-Brittannië, Duitsland als Frankrijk is het ellende troef en zakken New Labour, SPD en PS steeds verder weg in tussentijdse verkiezingen en opiniepeilingen. Ongeacht of de leiders Gordon Brown, Kurt Beck, François Hollande of Ségolène Royal heten, ze slagen er niet in om een enthousiasmerend en wervend project te bedenken. Al even somber zijn de perspectieven in Italië, Nederland en Oostenrijk.

In Nederland is de PvdA in vrije val en in Italië hebben de linkerzijde en Walter Veltroni het land opnieuw aan de grootste arrangeur uit de naoorlogse Italiaanse geschiedenis moeten uit besteden. In Oostenrijk bekeerde de partijtop zich tot het euroscepticisme en het Tirolersocialisme om opnieuw in de gunst van de publieke opinie te komen en extreem rechts de wind uit de zeilen te halen. Het socialisme lijkt een versleten begrip en klaar om voor lange tijd onder het groot conservatief tapijt te verdwijnen.
In Vlaanderen is dat reeds het geval. Al geruime tijd is de electorale aantrekkingskracht van de sp.a erg bescheiden en de hoop om ooit nog eens 20 procent van de stemmen te halen, is reeds lang naar een volgend decennium verschoven. De analyse van dat falen moet nog gemaakt worden, maar vast staat dat het geen simpele verklaring wordt. Er is meer aan de hand dan vergrijzing van de bevolking, falend leiderschap of foute oneliners. Er schort wat aan de diagnose, het programma, de prioriteiten en bovenal de geloofwaardigheid.

In dat opzicht was het optreden van de sp.a in de jongste aflevering van de Fortissoap interessant, want van een zeldzame dubbelzinnigheid. Een krantenbericht over de verbijsterend hoge vertrekpremie van de nieuwe Fortistopman Herman Verwilst, ruim 5 miljoen euro, werd voor waar aangenomen en kreeg een vernietigend commentaar mee. "Het getuigt, aldus de partij, van een beschamende graaicultuur." Ongevraagd voegde Bruno Tuybens, in een vorig leven zelf actief in de banksector, eraan toe dat "de gulzigheid van de nieuwe CEO en het totale gebrek aan transparantie totaal ongeoorloofd zijn". Dat klinkt stoer en wekt de indruk van rechtlijnigheid. Er is echter een maar. Ook Verwilst had een vroeger leven. Nu eens als kabinetschef, dan weer als senator of professor inspireerde hij jarenlang de socialistische strategie inzake banken, financiën en het macrogeld. Dankzij de steun van de partij kwam Verwilst in de hoogste regionen van de vroegere ASLK en zo belandde hij aan de top van Fortis. Dat bracht hem geen windeieren. Vorig jaar, terwijl de bank kreunde onder de kredietcrisis, haalde Verwilst een basissalaris van 695.000 euro met daarbovenop een bonus van 1 miljoen euro binnen. Voor een socialist is dat goed geboerd.

In de sociaaldemocratie zijn er wel meer 'handige Harry's', die de partij als opstapje voor een lucratieve job in big business gebruiken. In tegenstelling tot de conservatieve partijen betalen de socialisten daar meestal een prijs voor. Zeker als de betrokkenen in politiek gevoelige en maatschappelijke relevante sectoren, zoals de banksector, opereren. Dan worden partijprogramma's bijgevijld, politieke actie uitgehold en de geloofwaardigheid ten gronde aangetast. Op een moment dat het eigenlijke kiespubliek van de sp.a met een gigantisch koopkrachtverlies wordt geconfronteerd en de conjunctuur door de boulimie van de financiële wereld dreigt te crashen, kan een socialistische partij zich geen flirt met die beau monde veroorloven. Doet ze dat wel, dan betaalt ze daarvoor. Cash uiteraard en met intrest.

Dertig jaar lang was het socialisme in het defensief. Het neoliberale pleidooi van Reagan, Thatcher en Verhofstadt voor minder staat en minder overheidsbemoeienis had de wind in de zeilen en wekte de indruk dat het socialisme hopeloos verouderd was. De huidige financiële crisis bewijst echter de relativiteit van het grote liberale gelijk. Na de Amerikaanse hangt nu ook de Europese economie aan de baxter. Allemaal omdat de financiële instellingen maximaal rendement als enige norm aanvaarden en zich aan elke serieuze (internationale) overheidscontrole onttrokken. Zelfs een George Soros, die miljarden bij elkaar speculeerde, meent dat het zo niet verder kan. De hele winkel loopt nu gevaar.

En toch komt de sociaaldemocratie niet uit de loopgraven. Zeker, er komt kritiek, maar nauwelijks over het essentiële, namelijk de werking van het systeem zelf. En over een Europees socialistisch plan om middels meer toezicht en regulering het systeem onder controle te houden, is tot dusver niets gehoord. Alsof de Europese sociaaldemocratie door de 'oude kameraden' als een Verwilst, Quaden en Strauss-Kahn monddood is gemaakt.

Terwijl de uitdagingen steeds globaler worden, opereert de sociaaldemocratie nog altijd nationaal. Behalve in België natuurlijk, daar is het voluit regionaal. In tegenstelling tot de conservatieven van de Europese Volkspartij (EVP) slaagt de sociaaldemocratie er niet eens in om een gestructureerd Europees overleg te organiseren, laat staan om een Europees actieplan uit te werken. Iedereen moddert maar in de nationale keuken aan en wie het anders ziet, krijgt de wind van voren. "Verkiezingen", zo doceren de volkssocialisten in Hasselt en Mechelen maar evengoed in Liverpool en Bremen, "worden lokaal beslecht." Zo versplinterde de sociaaldemocratie tot een puur nationale, zo niet regionale, kracht. Daarmee verstikt en verzuurt ze in kleinschaligheid en wordt ze zeer inwisselbaar met nationalistische partijen, waarvan het handelen en het denken per definitie aan de grenzen van de natie stopt.

In een vroegere eeuw vond de sociaaldemocratie het internationalisme uit. Uit noodzaak, omdat ze de ambitie had om meer dan alleen de symptomen aan te pakken. Het gaf de sociale en politieke strijd een perspectief en de bevolking hoop. Nu het zonneklaar is dat alleen een internationale aanpak een antwoord op de problemen van deze tijd kan geven, zinkt de sociaaldemocratie steeds verder weg in heimatpolitiek. Ongetwijfeld kleurrijk, maar meestal steriel, want niet van aard om de uitdagingen van deze eeuw op te lossen. Ooit was de Internationale een visie, een programma. Vandaag is het iets voor blazers en de door Fortis gesponsorde fanfare. Folklore dus, want socialisme moet gezellig zijn.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />