06/08/08, 10u55
Geert van Istendael laat de ambtenaren in Zaventem, Sterrebeek of Vilvoorde alleen Nederlands sprekenGeert van Istendael is schrijver.Taal ontketent strijd; niet het minst in de Brusselse rand. De kwesties in Vilvoorde en - vorige week nog - Zaventem zijn daarvan voorbeelden. Geert van Istendael over de taalwet als instrument voor taalvrede.Ik ben een doodgewone belgicist. Niet alleen ben ik een belgicist, ik ben bovendien een legalist. Zo hecht ik bijvoorbeeld groot belang aan de taalwet en, logisch gevolg, aan de taalgrens. Dat Franstalige politici nu willen morrelen aan de taalgrens lijkt me staatsgevaarlijk.
Sinds geruime tijd bereiken mij verontrustende geruchten uit het Brusselse randgebied. Vlamingen zouden zich daar racistisch opstellen tegen Franstaligen. Mijn eerste reactie is: hoe betreurenswaardig! Nu beginnen de Vlamingen ook al de vuile manieren over te nemen die al te veel telgen van de Franstalige bourgeoisie jaren lang complexloos ten toon hebben gespreid. Hun minachting voor de grofstoffelijke Vlaming, le Ménapien, was bij momenten even tastbaar als onwelriekend. Zulk stuitend gedrag mogen de Vlamingen vooral niet na- apen.
Maar doen de Vlamingen in de Brusselse rand dat dan? De ambtenaren aan de loketten van de gemeente Zaventem moeten Nederlands spreken met de ingezetenen (DM 31/7). Sommige Vlamingen zouden dat bedenkelijk vinden. Hoezo bedenkelijk? Die ambtenaren passen gewoon de taalwet toe, niet meer, niet minder, en die taalwet is een wet van het Belgische volk.
Laten we daarbij even niet vergeten dat álle taalwetten van dit land, van het eerste wetje op het taalgebruik in strafprocessen (1873) tot de vastlegging van de taalgrens (1962), dat al die taalwetten werden goedgekeurd door Nederlandstalige en Franstalige verkozenen des volks samen. Er is niet één uitzondering. De taalwet kon dus door de jaren heen steunen op een wel héél brede eensgezindheid van onze democratisch verkozenen, welke taal die ook spraken. En de taalwet zorgde voor taalvrede. We kunnen alleen maar vermoeden wat er losgebarsten zou zijn indien Vlaamse en Waalse politici, weliswaar na eindeloos aanslepende ruzies en even eindeloze nachtelijke debatten, de taalgrens in de jaren zestig niet ondubbelzinnig hadden vastgelegd. Op die zeldzame plekken waar, althans volgens sommige (Franstalige) politici, de taalgrens niet echt 100 procent gefixeerd werd, kregen we heibel, gegarandeerd, vroeger in Voeren, maar die episode is gelukkig afgesloten, nu aan de Brusselse rand.
Blijf dus in godsnaam met je fikken van de taalwet af en laat die ambtenaren in Zaventem of Sterrebeek of Vilvoorde Nederlands spreken en alleen Nederlands. Kunnen de talrijke buitenlandse bewoners uit de Brusselse rand dat niet snappen? Hoezo niet snappen? Ik geloof geen seconde dat al die eurocraten, zakenlieden en lobbyisten zo dom zijn.
Als ik, Belg, naar het Rathaus in Hamburg ga, spreek ik toch Duits zeker. Of naar de town hall in Southampton, dan spreek ik toch Engels zeker. In de mairie van Châteauroux Frans. In het gemeentehuis van Zaventem Nederlands.
Is dat niet hetzelfde? En waarom niet? Omdat het grotere talen zijn? Wacht eens even. Zijn sommige talen misschien beter dan andere omdat ze groter zijn? Met dat argument hebben de machthebbers van mijn vaderland mijn taal tientallen jaren lang de toegang tot de universiteit ontzegd. Mijn taal was niet geschikt voor wetenschap, zeiden ze. On parle le flamand aux animaux et aux domestiques. In die volgorde.
Indien we dát accepteren, kieperen we meteen de hele Vlaamse emancipatiebeweging de goot in. Die emancipatiebeweging nu vind ik uitermate eerbiedwaardig. Zij heeft ervoor gezorgd dat de taal van de kleine man, van de kleine vrouw het gewonnen heeft van de prestigieuze, internationale, grote elitetaal, het Frans. School, leger, gerecht, ambtenarij, allemaal werden ze van hoog tot laag vernederlandst. De overwinning is totaal. En dat is niet meer dan rechtvaardig.
Daarbij heeft de Vlaamse beweging, op de twee onvergeeflijke, aartsdomme en criminele episodes van de collaboratie na, zich nooit laten verleiden tot geweld, en ook dat is eerbiedwaardig. Sommige flaminganten zeggen dat de Vlamingen om die reden een slap zootje zijn. Ze moeten er dan maar meteen bij vertellen waar hun voorkeur naar uitgaat: Noord-Ierse kettingzagen, Baskische bommen of Balkansluipschutters.
Ik besef terdege dat iedere wet voor wijziging vatbaar is. Vind een meerderheid in het parlement en ga je gang. Echter, na de taalwetten van 1962 en 1963 werden allerlei mechanismen goedgekeurd die beletten dat de Nederlandstalige meerderheid in de verleiding zou komen de Franstalige minderheid te pesten of erger. De Franstaligen hebben daarop aangedrongen en ik begrijp hun angsten wel. Maar het lijkt alsof ze na al die jaren volkomen vergeten zijn dat de wetten die hen beschermen door meerderheden in elke taalgroep voor te schrijven, dat juist die wetten de uitbreiding van Brussel, al was het maar met een bospaadje, vrijwel onmogelijk maken.
Evenzeer besef ik dat de Brusselaars woonst zullen blijven zoeken in de ommelanden. Maar laat het duidelijk zijn dat die ommelanden, op zes dorpen na dan, eentalig zijn. Wie naar gemeentehuis, post of belastingdienst gaat, kortom, naar de overheid, spreekt Nederlands, punt, uit. Wat je thuis of met je buren spreekt, gaat niemand aan. Zo zit de Belgische taalwet in elkaar. Franstaligen die dat racistisch vinden, moeten maar eens gaan kijken hoe hun taalgenoten in Québec dat soort zaken oplossen. De Québécois zijn namelijk véél strenger in de leer dan de Vlamingen. Daar loopt bijvoorbeeld taalpolitie rond om te verhinderen dat er te veel Engels zichtbaar zou zijn in de straten van Trois Rivières of Rimouski.
De taalwetten van 1962 en 1963, en, niet te vergeten, de staatshervormingen die nadien kwamen, hebben ervoor gezorgd dat onze zachtaardige, slordige triplemonarchie, het woord is van de betreurde Kamiel Vanhole, voort kon blijven wankelen. Ik denk dat wellicht het moment gunstig is om door middel van een nieuwe, grote, rationele staatshervorming wat orde te scheppen in onze onoverzichtelijke institutionele koterij. Maar de taalwet? Gewoon toepassen. Zowel in Zaventem als in Brussel. In Brussel met name... maar dat is stof voor een ander verhaal.