De regionalistische reflexen van de Vlaamse en Waalse pers

23/07/08, 10u21
Jan van Groesen verwacht een afstandelijker blik van onze media

Jan van Groesen spreekt zich als media-ombudsman in Nederland uit over vraagstukken van journalistieke ethiek en deontologie.

Als de verhoudingen in een samenleving lange tijd gepolariseerd zijn, is het voor de pers niet eenvoudig de noodzakelijke objectiviteit te betrachten. Toch mag juist in zo'n situatie van de journalistiek een afstandelijke en kritische blik worden verwacht. Waar tegenstellingen domineren, is het van belang dat de feiten volledig en sereen worden gepresenteerd. Laat de journalistiek zich echter in de polarisatie meeslepen, dan dreigt het gevaar dat ze meehelpt de verhoudingen te verscherpen.


Nadat premier Yves Leterme op de late dinsdagavond van 15 juli het ontslag van zijn regering aan de koning was gaan aanbieden, verschenen de dagbladen in België woensdag met voorpagina's waarbij van afstandelijkheid nauwelijks sprake was. Wie die dag de bladen in het Vlaamse en het Waalse gewest heeft gevolgd zal erkennen dat het eerder ging om pamflettisme dan om een zakelijke weergave van de feiten. Voorpagina's die uitschreeuwden wie de boosdoener was, weliswaar voorzien van de opdruk 'Commentaar', maar zo in lijn met wat er in de nieuwskolommen over werd gemeld dat nieuws en commentaar hier volledig samensmolten. De nuancering die in sommige commentaren wel aanwezig was, werd door die indringende opmaak volledig overschaduwd.

Zonder de details van de mislukte onderhandelingen exact te kennen noemde De Standaard de verzuchtingen van de Franstalige politici over Letermes gang naar de koning bijzonder hypocriet. En Het Nieuwsblad kwam met de breed uitgemeten waarschuwing: "Waalse vrienden, ça suffit". De hoofdredacteur van De Standaard, Peter Vandermeersch, gaf tijdens een kort vraaggesprek met Lieven Verstraete in de politieke tv-rubriek TerZake ook volmondig toe dat hier sprake was van pamflettisme, maar naar zijn zeggen betreft het hier een situatie die een uitzonderlijke aanpak rechtvaardigt.
Hetzelfde beeld viel op te tekenen van de Franstalige bladen, die de dwingende metafoor evenmin schuwden. Volgens Le Soir heeft Leterme zijn partij stratego verloren en La Dernière Heure riep over de eerste reacties op het ontslag van de premier uit: "Help, hij zou nog kunnen terugkomen". Het zijn meer politieke dan journalistieke exclamaties.

Iedereen weet dat België is bevangen door een politieke crisis die nauwelijks met eerdere kan worden vergeleken. De instellingen van de federale staat worden verlamd door een communautair vraagstuk waarover de verhoudingen tussen de gewesten ernstig zijn verziekt. De eventuele splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde is het symbool van de weerbarstige materie. Over een oplossing staan Vlamingen en Walen lijnrecht tegenover elkaar, al lijkt de consensus te groeien dat de federale structuur door een confederale moet worden vervangen. En Yves Leterme is, na de vele mislukkingen sinds de verkiezingen van juni 2007, niet de Houdini gebleken die met "vijf minuten politieke moed" zijn land uit de boeien van de staatshervorming kan bevrijden.

De complexiteit van het vraagstuk België is niet gering. Dat sommige Nederlandse journalisten er een handje van hebben om het Belgische communautaire dossier te versimpelen tot de vraag wanneer Vlaanderen zich bij Nederland gaat aansluiten en Wallonië bij Frankrijk, getuigt van weinig realiteitsbesef. Journalisten moeten zich vooral als scherpe waarnemers onderscheiden. Het is daarom vanuit journalistiek oogpunt opmerkelijk dat de Vlaamse bladen vorige week vrijwel collectief de schuld van de crisis bij de Franstaligen neerlegden en dat de Franstalige bladen op hun beurt unaniem over Yves Leterme hun hoon schamperden. Het zijn uitingen van partijdigheid die zich moeilijk met de noodzakelijke afstandelijkheid verdragen. Normen van professionele journalistiek zijn niet aan regio's, noch aan landsgrenzen gebonden. Ondanks het feit dat Peter Vandermeersch meent "dat Waalse en Vlaamse journalisten ook kinderen van hun gemeenschap zijn". Want dat zou betekenen dat ze geneigd zijn meer propagandistisch dan journalistiek actief te zijn.

Standaarden van journalistieke ethiek hebben niet een Vlaamse of een Waalse of een Nederlandse waarde, maar hebben een universele werking. Een zakelijke weergave van de feiten is daarvan een onderdeel. Veel Amerikaanse media lieten dit journalistieke adagium onmiddellijk na 11/9 in de steek, gedreven door nationalistische motieven of uit angst van antipatriottisme te worden beschuldigd. Pas enkele jaren later maakten een paar hoofdredacties (onder meer van The New York Times) excuus aan hun lezers omdat ze na de aanslagen op de Twin Towers hun plicht hadden verzaakt, zijnde het kritisch volgen van de macht en het verschaffen van een evenwichtig beeld aan hun lezers.

In de hectiek van de politieke turbulentie in België dreigt zowel de Vlaamse als de Waalse pers nu eenzelfde houding te etaleren als de Amerikaanse media destijds. Zelfs Yves Desmet, de politiek hoofdredacteur van De Morgen die meestal uitblinkt in het geven van een afgewogen oordeel, liet in een korte reactie bij de VRT merken dat ook hij een grote verantwoordelijkheid legt bij de Franstalige politici.
De geschreven media in België staan in deze tijd van politieke crisis voor een fiks dilemma. Rond de communautaire kwestie is in het land de laatste jaren een sterke radicalisering opgetreden. In Vlaanderen komt die radicalisering tot uiting in de bloei van separatistische en populistische partijen als het Vlaams Belang, de N-VA en de Lijst van ex Vld-senator Jean-Marie Dedecker. Maar ook in Wallonië laat met name het FDF zich niet onbetuigd met een fel nationalistisch activisme. Uit recente opiniepeilingen is gebleken dat een meerderheid van de Vlamingen voorstander is van onafhankelijkheid, kennelijk in het kielzog van populistische politici die met stoerheid rondbazuinen dat ze niet willen opdraaien voor de financiële problemen van het armlastige Waalse gewest. Met name voor de Vlaamse bladen is het dan verleidelijk het oor te lenen aan hun lezers.

Bovendien vindt dit alles plaats in een tijd waarin de traditionele media, als gevolg van de stormachtige opkomst van nieuwe en digitale media (internet), worden geconfronteerd met teruglopende lezersaantallen en krimpende budgetten. Voor veel media is het niet eenvoudig het hoofd boven water te houden. Een beetje meedeinen op het volksgevoel kan dan aanlokkelijk zijn.

De geharnaste voorpagina's van de Belgische dagbladen en het beruchte nepjournaal van de RTBF van 2006 zijn er voorbeelden van dat de journalistiek het politieke veld dreigt te betreden. Daarin schuilt het risico dat er verwevenheid tussen journalistiek en politiek ontstaat die de taak van de pers als kritische volger van de macht bezoedelt. Professionele journalistiek kent immers als vaste ingrediënten: afstandelijkheid, bewegingsvrijheid, een kritisch oog en noninterventie door de overheid. Het opzichtig gebruiken van de overtreffende trap, het chargeren en overdrijven om bij de lezer te kunnen scoren doet afbreuk aan de kerntaak van de journalistiek. Wie de lezer naar de mond praat, zal op termijn zijn geloofwaardigheid verliezen.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />